Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

DOODENDIENST.

VI.

Om nu al dergelijke kwellingen en ellenden zooveel mogelijk van de gestorvenen af te weren, en de rechters gunstig voor deze te stemmen, offeren ook zelfs arme Chineezen vaak het laatste wat zij hebben, om den doode maar een goeden uitzet te geven. Meent nu echter niet dat alleen liefde hen daarbij drijft. Het heidendom kent niet veel liefde, noch bij de goden noch onder de menschen. Overal is bij die offervaardigheid ook vrees in 't spel, en vaak ook slechts die alleen.

Want kan het den dooden kwalijk gaan, naar Chineesch geloof, die dooden bezitten ook weer dé macht den levenden allerlei kwaad te doen. Zij kunnen zich wreken op degenen, die hen op aarde onrechtvaardig hebben behandeld. Vandaar dat de levenden zoo hun best doen om met de gestorvenen recht goede vrienden •te blijven en hen in waarde te houden, 't Is eigenbelang.

Men stelt zich dan ook niet tevreden met de gaven die de doode raeekr^gt naar het land daarginds, neen, jaarlijks wordt ook nog een groot feest gevierd, dat weder herinnert aan wat men in de Roomsche kerk »Allerzielen" noemt. Dit Chineesche allerzielenfeest duurt verscheiden weken. De lieden gaan dan, in hun beste pak gekleed, de graven hunner aanverwanten bezoeken. Daar bidden zij dan, en verrichten allerlei plechtigheden. Tevens brengen zij den gestorvenen offers. Deze bestaan uit spijzen, geld, kleeren, allerlei huisraad, draagstoelen, schuiten, schrijfgereedschap, al naar 't beroep dat d overleden indertijd uitoefende.

Dat zal op zoo'n kerkhof wel een verkooping of een uitdragerswinkel lijken, denkt gij, en wat jammer van al het goed! Maar weest gerust. De Chineezen zijn minstens zoo slim als gij — te minste als 't op hun zak aankomt — en zorgen wel, dat zij voor geestelijke dagen hun stoffelijke belangen niet vergeten, 't Was te wenschen dat alleen de Chineezen zoo deden!

Al wat men op het kerkhof brengt, behalve dan het eten, is van papier., dus namaaksel, en wordt bij het graf verbrand. Voor den geest is dit evengoed aJsof 't heusche dingen waren geweest. Het komt nu toch waar 't wezen moet.

Maar het eten dan ? Wel dat is goed varkensvleesch, en lekkernijen zijn er zoo meer. Maar daar krijgen de geesten niets van dan de reuk. Zijn ze daarvan verzadigd, dan neemt men alles weer mee, en eet en drinkt het zelf op. Dit eigenlijk ook het wijste.

Hoe nauwgezet de Chineezen op den dienst der dooden letten ziet ge hieruit: Het kan ge beuren, dat iemand in 't water valt en verdrinkt, en zijn lijk niet te krijgen is. Dan kan men niet op zijn graf offeren. Wat geschiedt nu! Dan worden rijst en pakjes papiergeld in 't water geworpen; ook worden in een schuitje of op den oever kleeren van den doode verbrand.

In 't geheel duurt het offeren zestien dagen. Na dien tijd worden, zoo gelooft men, de geesten nadat zij de gaven van hun vrienden hebben weggehaald, weer opgesloten in de onderwereld. Zij moeten nu tot het volgende Allerzielenfeest met hun nieuwe pak en hun nieuwe meubels enz. zien toe te komen, want van verstellen schijnen zij niet te weten.

Maar als nu iemand eens geen bloedverwanten of vrienden heeft, wat wordt dan na zijn dood voor hem gedaan

Misschien zou men liefst niemendal doen, maar dat gaat niet. Want juist die geesten welke hier geen vrienden hebben, worden het meest geducht. Zij worden beschouwd als een soort roovers, die omdat niemand voor hen zorgt, hun schade verhalen op de levenden. Daarom houdt men voor die onbevriende geesten jaarlijks zelfs drie feesten; elk gezin draagt daartoe iets bij. De priesters gaan dan in een prachtigen optocht door de stad. Aan eiken hoek eener straat, bij elke brug en nog op vele andere plekken houdt men stil. Daar wordt dan papieren geld verbrand. Want op zulke plekken konden imraeJ's licht vergeten geesten zittsn te loeren en te grimmen, die men nu tevreden stelt, - jppdat zij de burgerij geen schade doen en allès in de war sturen, zonder dat de politie er iets aan zou kunnen doen.

Zoo bedrijft dan heel China een grooten doodendienst. En die kost wat! Alle jaren wordt er een 360 millioen gulden uitgegeven aan den eeredienst der dooden, 't zij in 't openbaar of afzonderlijk. En daarbij maken de priesters gebruik van dien voortdurenden angst des volks voor de geesten der dooden, om zichzelf te verrijken en zich onmisbaar te maken.

Treft een huisgezin een ongeluk, heeft er een overstrooming plaats, vernielt de bliksem een gebouw, 't wordt alles geschreven op rekening van de misnoegdheid der geesten. De priesters die dat doen, vertellen er meteen bij, dat men hun nu maar geld moet geven — en dan geen nagemaakt van papier! — om met dat geld die nijdige geesten te bedwingen, of ook wel te bewegen om het gezin of de landstreek verder met vrede te laten.

Over 't algemeen verstaan de priesters zeer goed de kunst om uit hun beroep voordeel te l trekken. Soms weten zij rijken lieden wijs te maken, dat een der voorouders van zulk een rijke 't in de onderwereld zeer hard heeft. Hij kan 't echter beter krijgen en uit de gevangenis komen, maar dan moeten de gevangenbewaarders daarginds eerst een goede som ontvangen. Hoe slim nu de Chineezen ook zijn, hierin blijkt toch hun dwaasheid, dat zij zulke dwaasheden, als van zoo'n soort vagevuur, waar men zich uit , helpen kan, gelooven en er voor geven. Doch de mensch is buiten des Heercn woord niet wijzer en gelooft den leugen.

(Slot volgt.)

AAN VRAGERS.

Onze lezer L. d. V. vraagt ook een en ander t over hloemen.

We kunnen daarover alleen zeggen, dat ten allen tijde aan bloemen en planten zekere beteekenis is gehecht. Wel dienen ze, gelijk onze lezer zegt, in 't algemeen tot opluistering; maar zijn vermoeden omtrent zekere beteekenis is ook juist.

Palmtakken en eikenkransen en jlauwerbladen waren al vroeg teekenen 't zij van overwinning of van bekroning. Myrthen worden vaak bij droeve plechtigheden gebruikt. Ook de kleuren spelen een groote rol. Roode rozen komen voor op feesten maar niet bij begrafenissen; dan ziet men wel witte. De groene kleur duidt hoop en verwachting aan. Voor een bruiloft tooit men zich niet met zwarte linten, en de Oranjebloem, waarvan de schrijver spreekt, zal wel in verband staan met de gevoelens, die 't zien der Oranjekleur bij ons opwekt. Er bestaan zelfs geheele boeken om van al de kleuren en wat dies meer zij beteekenis en uitlegging te geven. Maar als iemand geen kunstig behanger of sierschilder is, doet hij met die wetenschap weinig.

CORRESPONDENTIE.

C. C. K. te B. We laten graag aan uw eigen oordeel over, of alle vragen die u doet in deze afdeeling wel passen. We zullen echter, zooveel mogelijk, gaarne antwoord geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 september 1897

De Heraut | 2 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 september 1897

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken