Bekijk het origineel

Aan de groote klok.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Aan de groote klok.

5 minuten leestijd

De sterke publiciteit in kerkelijke zaken is onder ons. Gereformeerden, exceptioneel.

In geen land ter wereld is ons een kerk of kerkengroep bekend, die in dit opzicht met ons wedijveren kan.

Niet alleen toch heeft elke provincie, maar zelfs elke groote stad een wekelijks rondgaande > loopmare", en boven en behalve deze provinciale locale »boden" bezitten we nog tal van generale week-en maandbladen, die heel het land bestrijken, en toch in hoofdzaak aan de behartiging onzer Gereformeerde kerkelijke belangen gewijd zijn.

In die breede, ruime, alle plooien uitvouwende publiciteit nu ligt iets kostelijks.

Het toont dat de kerkelijke aangelegenïiedea onder ons weer als vanouds een spublieke zaak" zijn geworden, en dat uitheeft het tijdperk der duisternis, waarin een clubje van de gesteekte of getabberde heerea de kerk exploiteerde als privaat domein.

Het heeft ten gevolge, dat de gemeenten met de kerk meeleven, hooren wat er gaande is, op de hoogte blijven van hangende vraagstukken, van de fiiiancieele toestanden der kerken afweten, en met die velerlei wetenschap gewapend ruggelings invloed op het kerkelijk leven kunnen uitoefenen.

Ook bevordert het den band der gemeenschap tusschen de kerken van een classe, van een provincie en van het land. Want leefde men eertijds als in een steenen loket ommuurd, zonder van de buit' uwacht veel meer dan een gerucht op te \.ingen, thans krijgt men de korte acta zijner eigen classe gedrukt thuis, en kan tegelijk in Zeeland lezen wat op de classes in het hooge noorden verhandeld is.

Velerlei voordeel, waar dan nog bij komt, dat al deze boden en bladen en maandschriften een gansch corps van redacteuren op de been houden, die anders allicht de pen rusten en roesten lieten, maar nu, 'izij dan uit zielsdrang, 't zij dan omdat het bladeke toch hoofdartikelen moet uitstallen, ons vergasten op allerlei principiëele bespreking die het kerkelijk debat levendig houdt.

We zeggen daarom niet, dat elk dier vele boden en bladen reeds de volkomenheid nabij is. Zelfs willen we aannemen, dat verhooging van redactioneel peil voor een enkel dier periodieke geschriften geen overtollige weelde zou zijn. Maar als geheel genomen, juichen we deze uiting van en dit instrument voor kerkelijk leven toe.

Zoolang deze drukke publiciteit onder ons stand houdt, krijgen we niet licht de slaapmuts weer over de ooren.

Slechts voor één gevaar, dat hieruit dreigt, houde men helder het oog open: Publiciteit blijve tot de publieke zaak beperkt. Een omschrift van de medalje op wier keerzij ge leest: Al wat personeel en privaat ofte particulier is blijve uit uw periodieke kerkelijke pers stelselmatig geweerd.

Amsterdams kerkeraad publiceert wel een verslag van wat er ia dien raad verhandeld is, maar noemt nooit namen.

Nomina odiosa sunt. Wie namen noemt wekt ergernis, en ergernis ontsticht.

En toch ligt het gevaar, om die ontstichting teweeg te brengen, als vanzelf voor de hand.

Men leeit kerkelijk in afgesloten kring. In dien kring hangt een quaestie. Ieder in de gemeente kent den ambtsdrager of het gemeentelid dat er in gemoeid is. En nu waant men zoo licht, dat zijn kerkbode ook tot eigen kring beperkt blijft, en wil dan stuur en richting aan de zaken geven, of valsche voorstelling voorkomen, door ook in het publiek zulk een geval ter sprake te brengen.

Dat vindt dan gretige lezers, en niet minder gretige lezeressen. Het bezorgt een half dozijn nieuwe abonnenten. Uw geschrijf lokt tegengeschrijf uit. Dit maakt uw bode nóg interessanter.

Eenmaal dien weg op, gaat men bij een volgend voorkomend geval nog gereeder j tot publieke bespreking over.

Lezers, door dit voorbeeld aangetrokken, gaan in ingezonden stukken al meedenzelfden weg op.

De ééne kerkbode ziet dat van den ander af.

En het eind is dat men ongemerkt uit onze kerkelijke wereld op straat draagt, wat stipt en heiliglijk en broederlijk binnenskamers had behooren te worden afgedaan.

En weg is dan de teederheid, de schuchterheid, de discretie.

Nu versta men ons wel.

We beweren in het minst niet, dat dit kwaad onder ons reeds ernstige afmetingen aannam, maar het sloop hier en daar in, en juist omdat het nog zeer in het begin is, is het zaak het ia dit zwakke aanvangsel te stuiten.

Ook onze kerkboden en kerkelijke bladen, laat men dit nimmer vergeten, zijn publiek domein.

Ook de tegenstander en wie buiten ons staat leest ze.

Reeds uit dien hoofde eischt liefde voor onze kerken, dat men niet vertelle te Gaza, en niet uitroepe voor Askalons ooren, wat we weten, dat onze kerken in opspraak kan brengen of haar smaad kan doen beloopen.

Maar ook afgezien van dit gevaar van buiten, deugt personeele publiciteit binnenskerks niet.

Van oudsher is bij onze kerkelijke discipline hierop steeds scherp gelet, en dan alleen, als een zonde publieke ruchtbaarheid had erlangd, werd er met naam en toenaam in opgetreden.

Die regel nu onzer kerkelijke discipline geldt voor heel ons kerkelijk leven. Niemand moet noodeloos in opspraak komen. Daden, en beoordeelingen van daden, die geen publiek karakter dragen, moeten niet moedwillig aan de groote klok worden gehangen. Vermaan werkt particulier tienmaal beter, dan in bits geschrijf. En ook de verdediging tegen onware geruchten is het doeltreffendst zoo het naar den regel gaat: Die als hij gescholden werd, niet wederschold, en als hij leed niet dreigde.

De uitwerking van wat zwart op wit gedrukt staat" is nog altoos zoo fataal. Het verkoelt en vervreemdt de harten. Het wekt hartstocht op. Een smeulend vuur wordt er door aangeblazen.

En zelis al gaat men op het persoonlijke terug, dan blijft nog de wet en eisch der Christelijke lieide vorderen, dat men zijns naasten goed gerucht meer bevordere dan bederve.

Broederliefde, in de liefde Christi geheiligd, spaart en verschoont, en kan niets gemeen hebben met de vlijmen der bitterheid, die pogen zeer te doen en te wonden.

Ongetwijfeld, interessant moet elk blad zijn, maar dat interessante steke in het degelijke van den inhoud, als vrucht van g diep en vroom leven, van ernstige studie en nadenken.

Pikant daarentegen mag een kerkelijk b blad nooit zijn, of het moet dan wezen om Christus' wil, ter vtx6.& & \gva.gvan zijn heilige k waarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 september 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Aan de groote klok.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 september 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken