Bekijk het origineel

De Martelaren.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Martelaren.

6 minuten leestijd

CCXXXIX.

JULIAN HERNANDEZ.

Na twee jatren van voorbereiding in zake de uitroeing der zoogenaamde ketterij, ging van den oppersten Raad aan al de rechtbanken der inquisitie het bevel uit tot viering van openlijke _auto-da-fé's of geloofshandelingen, zooals de ter dood brengingen der geloovigen in Spanje genoemd werden.

Zulk een auto-da-fé was èf eene bijzondere, óf eene algemeene. In het eerste geval verscheen de beschuldigde voor de Inquisiteurs in hunne zaal, óf alleen, óf in tegenwoordigheid van een uitgelezen getal van getuigen en vernam hier zijn vonnis.

Een algemeen auto-da-fé echter werd met groote plechtigheid gevierd op een Zon-of feestdag in de grootste kerk of op de Roomsche markt. Zij werd te voren in aUe kerken aangekondigd en zoowel door de Overheid als door de geestelijkheid bijgewoond. Gaarne had men er een groote schare menschen bij. Daarom werd aan allen, die deze plechtigheid bijwoonden, een aflaat van 40 dagen beloofd.

's Avonds te voren werden al degenen, die bij dat autoda-fé een lichte straf zouden ondergaan, samengebracht in eene kamer der gevangenis (de mannen en vrouwen afzonderlijk) en vernamen zij er hun vonnis. Die in het martelvuur zouden sterven, hoorden het lot, dat hun wachtte, m den kerker des middemachts.

Vroeg in den morgen begonnen alle kerkklokken te luiden en zag men spoedig de veroordeelden in verschillend gewaad, naar gelang van hun kwaad en de straf, die hen wachtte. Die aan een lichte dwaling zich schuldig gemaakt hadden, droegen een eenvoudig wit kleed, de ter dood veroordeelden een ruim gewaad van gele kleur, San-benito genoemd, waarop brandende vlammen en duivels waren geschilderd. Hun werden op het hoofd gezet papieren mutsen, ook met vuurvlammen en duivels voorzien.

In statigen optocht begaf men zich naar de strafplaats. Daar werd eerst eene rede gehouden, vervolgens had de absolutie plaats der minst-schuldigen. Eindelijk werden de martelvuren ontstoken voor hen die als ketters sterven moesten.

Onder de grootste auto-da-fé's behooren die welke in Sevilla en Valladolid plaats gevonden hebben. Laat ons ons naar eerstgenoemde stad begeven. Het is den zzsten Dec. 1559. Veertien personen zijn aan den arm des wereldlijken rechters overgegeven om den dood te ondergaan, en 34 ontvingen lichtere straffen.

Tot de eerste klasse der veroordeelden behoort Julian Hernandez, van wien wij, voor wij zijn sterven schetsen, iets uit zijn leven willen verhalen. Hij was geboortig van Villaverde (in de nabijheid van Sevilla gelegen) en droeg den bijnaam van Julianillo of kleine Juliaan, omdat hij zoo nietig van persoon was. Nadat hij in Duitschland met de beginselen en gevoelens der Hervormers bekend geworden was, begaf hij zich naar Geneve, waar hij in dienst kwam bij Juan Perez de la Pineda als schrijver en revisor. Deze Perez was oorspronkelijk ook een Spanjaard, een geleerde dokter in de Godgeleerdheid, die in 1527 door Karel V naar Rome was afgevaardigd. Weer thuis gekomen werd hij directeur van een geleerde school te Sevilla, waar hij den omgang zocht van de belijders der Luthersche leer. Hij werd in 1555 in de kerkers der Inquisitie geworpen, maar wist te ontvluchten naar Venetië, waar hij verscheidene geschriften over het Evangelie des Heeren uitgaf. In 1558 werd hij naar Geneve geroepen, als Dienaar des Woords in de Italiaansch-Spaansche kerk van Geneve. Denzelfden dag, waarop zijn dienaar Hernandez op den brandstapel stierf, werd zijn beeltenis verbrand door de Inquisitie.

Terwijl onze Hernandez nog te Geneve was, liet hij zich overhalen, om een werk te verrichten waaraan groot gevaar verbonden was. In 1557 namelijk bracht hij twee groote met Bijbelvertalingen en andere Protestantsche boeken in de Spaansche taal gevulde tonnen naar zijn geboorteland over. Nadat hij de waakzame oogen der inquisitiedienaars had misleid, bracht hij zijnen kostbaren schat in het huis van een der ijverigste Protestanten in Sevilla, die ze spoedig onder zijne vrienden in verschillende oorden des lands verdeelde. Zelf droeg hij ook van deze geschriften rond als hij het land doorging om van den Heere en zijn Evangelie te spreken.

Dit kwam eindelijk den geloofsrechters ter oore door de dwaze vrees van eenen bijgeloovige, en het verraad van een handlanger der inquisitie, die zich bij Hernandez ingedrongen had onder het masker van eenen medebelijder. De martelaar werd als wild nagejaagd, totdat men hem ving en met hem nog wel 800 geloovigen. De kerkers werden toen zoo vol, dat men van de gevangenen verscheidenen in particuliere woningen moest opsluiten. Drie jaren bleef onze Hernandez in smarteljke gevangenschap. De beulen waren verwonderd over de kracht, waarmee dit vermagerd lichaam de kwellingen der inquisitie al dien tijd uithield.

Hij had van nature eenen opgewekten geest en God versterkte dien zoo, dat hij even blij naar de pijnbank ging als dat hij er van terugkeerde. Eens had hij weer de smarten der pijnbank geleden en keerde terug naar zijne cel. Toen hij zijne medegevangenen zag, zong hij in het Spaansch hen toe:

Overwonnen zijn de monniken. Overwonnen. Verjaagd zijn de wolven. Verjaagd.

In het begin van zijne verhooren had hij dikwijls gesprekken met de monniken en hij openbaarde daarbij zulk eene stoutmoedigheid en tegenwoordigheid van geest, dat men spoedig afliet van met hem te twisten.

Eindelijk werd hij ook tot den brandstapel veroordeeld.

Toen hij aan den morgen van het auto-da-fé, waarvan hij slachtoffer zou zijn, in het hof van het Triana-slot gebracht werd, zeide hij tot zijne medegevangenen: sMoed, kameraden ! Dit is de ure in welke wij ons als dappere krijgsknechten van Jezus Christus betoonen moeten. Laat ons thans eene troostrijke getuigenis van Zijne leer voor de menschen afleggen en binnen weinige uren zullen wij de getuigenis van zijne goedkeuring voor de Engelen ontvangen en met Hem in den Hemel triumfeeren." Dit spreken hinderde de vijanden der waarheid, daarom werd hij tot zwijgen gebracht door een bal, die hem in den mond gestoten werd. Desniettemin ging hij voort zijne medestrijders door gebaren te bemoedigen.

Aan den paal gekomen knielde hij neder, daarna stak hij zijn hoofd meermalen tusschen de takkebosschen, tot een teeken hoe blijde hij was, dat hij den dood te gemoet ging. Eindelijk werd hij aan den paal vastgebonden en schikte zich tot bet gebed, toen dokter Fernando Rodriguez, die daar bijstond, deze houding voor een teeken van neerslachtigheid hield en den rechter beval, dat de bal hem uit den mond genomen wierde, opdat hij zijn berouw kon uitspreken.

Nauwelijks had echter Hernandez zijnen mond tot zijne beschikking of hij legde eene korte geloofsbelijdenis af en bracht toen Rodriguez, dien hij van vroeger kende, zijn huichelarij en menschenvrees onder de oogen.

Vergramd riep toen de priester: »Zou Spanje, de overwinnares en heerscheres der natiën, haren vrede door een dwerg gestoord zien ? Scherprechter, doe uw plicht." Dadelijk Werd de houtmijt aangestoken, terwijl de wachters den martelaar met hunne lansen doorboorden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

De Martelaren.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken