Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

KONING EN VELDHEER.

III. (Slot).

Frederik zag den spreker met stomme verwondering aan, die op dit oogenblik bijna een profeet geleek en onwillekeurig, in weerwil van zichzelf, voelde hij zich daardoor bemoedigd. Hij keek den ouden Zieten scherp aan, en vroeg langzaam met nadruk:

«Weet ge dat zoo nauwkeurig? Ge zijt wel vol vertrouwen! Hebt ge u soms een nieuwen bondgenoot verschaft ? "

Toen nam de wakkere generaal zijn muts af, en wees met de rechterhand omhoog naar 't met sterren bezaaide hemelgewelf.

MajesUif\ zeide hij eenvoudig, Tgeeii •nieuwen^ maar den ouden bondgenoot daar hoven, en die verlaat ons niet.

Wel kon zich de oude Frits aan den indruk van dit plechtige oogenblik niet onttrekken, maar hij schudde desniettemin weemoedig 't hoofd, en zeide bitter:

«Die doet geen wonderen meer!"

«Wonderen . zijn ook niet noodig! Die God, die ons reeds zoo vaak van een gewissen ondergang gered heeft, strijdt nog voor ons, en laat ons niet verzinken!"

Er lag zulk een eenvoudig vertrouwen, zulk een vroom geloof in God op de verweerde gelaatstrekken te lezen van den beproefden aanvoerder der ruiterij, wiens kleine gestalte door een hooger macht opgericht scheen, dat de koning van Pruisen zich zonder tegenstand wel aan dezen indruk overgeven moest. Hij dacht over allen { H godsdienst in 't algemeen zeer licht; zijn voorliefde voor al wat Fransch was had hem reeds in zijn jeugd doen gelooven, wat vele zoogenaamde wijzen in Frankrijk geloofden, dat men het ook zonder God wel kon stellen. De koning was zelfs een tijd lang de vriend van Voltaire, den waanwijzen spotter, die alleen liefde voor zich zelf en zijn eigen eer had. Het veelbewogen leven, de ruwe school, die Frederik doorloopen moest, leerden hem echter wel, dat boven alle menschenverstand toch nog een hoogere Macht regeert, die evenzeer uit den wolkloozen hemel den feilen bliksemstraal schiet, als ze uit de onstuimige branding der levenszee den zeker verlorene op wonderlijke wijze kan redden. Maar of 't zijn hart veranderd heeft weten we niet.

De oude Frits keek lang zwijgend zijn generaal aan. Ook Zieten zeide niets. Eindelijk stak de koning hem zijn hand toe. Zieten bracht die met eerbied en hartelijke liefde aan de lippen; jtoen vertrok de oude Frits, stil, met zwijgenden groet.

Hij liet zijn paard brengen en reed eenzaam alle wachtposten af; zoo stil hadden de onvervaarde Pruisen hun Frits in lang niet gezien.

Ook in dien nacht volgde geen overval, en eveneens de volgende dagen boden de vijanden geen slag aan. Tweemaal hadden ze wel een soort van aanval beproefd, doch daar zij de Pruisen steeds waakzaam en op hun post vonden, lieten zij zich tot geen ernstigen aanval vinden.

lncroyable!" ') zeide de oude Frits telkens weer. «Het is de grootste bêtise - ) ons niet tot een strijd te dwingen."

Maar de vijand waagde het vrerkelijk niet, en eens op een dag meldde een Pruissisch officier: «De Russen trekken af! Butterlin gaat met de hoofdmacht terug en heeft slechts een klein corps, 20.000 man, onder Tschernitscheff bij de Oostenrijkers gelaten."

Dit bericht vond bevestiging, en ten slotte trok ook Laudon zijn troepen terug; en vergenoegde zich ermee, de verder gelegen gebergten te bezetten.

Zoo waagde een driemaal sterker leger het niet, het kleine Pruisische leger in zijn pas zelf gemaakte vaste stelling aan te vallen! Toen de bevestiging van dit ongeloofelijk bericht kwam, ging bij de soldaten van den ouden Frits een eindeloos gejuich op, als ware de grootste overwinning behaald, 't Gevolg van dezen aftocht was ook waarlijk een overwinning gelijk, want hadden de Oostenrijkers en Russen hun kansen waargenomen, dan was het Pruisische leger reddeloos verloren geweest, en Frederik de Groote onder zijn kanonnen begraven geworden. Zijn talrijker vijanden zouden dan in zijn erflanden gevallen zijn, om hebzuchtig den buitte deelen. Dit opgeven van een zoo zekere overwinning, dit terugtrekken voor den kleineren, ingesloten vijand was inderdaad zoo onbegrijpelijk en volkomen buiten alle mogelijkheid en berekening, dat koning Frederik daardoor dan ook geheel verrast was, en de zaak nauwlijks dorst gelooven.

Het kamp werd nu opgebroken, de verbinding met het platte land stond weer open, het leger kon van alle behoeften voorzien worden, en dat alles zonder één geweerschot, zonder één zwaardslag, en, terwijl toch niemand meer een uitweg had kunnen zien of vinden. Dit was in waarheid een werk Gods.

Zieten schikte juist den stoet der aftrekkende ruiterij. In bescheiden houding, als steeds, zat hij te paard en knikte de hem voorbijtrekkenden vriendelijk toe. «Kinderen, dat we uit de klem zijn, dat danken we geen mensch, dat is Gods beschikking! Dat moogt ge nooit vergeten !" riep hij hun toe. Wie den oude met de vriendelijke oogen en de vertrouwelijke stem niet kende, had nimmer in hem den forschen, vermetelen ruitergeneraal Zieten vermoed, die een der meest vertrouwde helpers van Frederik den Groote was. En terwijl Zieten nog stil hield, om zijn soldaten na te zien, naderde in snellen draf een ruiter, die zijn paard dicht op hem aanstuurde en hem diep bewogen de hand reikte. Het was Frederik de Groote.

«Hier hebt ge mijn hand, Zietea", zeide hij hartelijk. «Ge hebt toen toch gelijk gehad! Uw bondgenoot is goed, houd Hem steeds vast; Hij heeft ons werkelijk niet doen verzinken!"

Den vromen generaal kwamen de tranen in de oogen; deze bekentenis van zijn koning was voor hem de schoonste overwinning.

Wel was met dien aftocht van Laudon nog niet alle gevaar geweken. Dat duurde tot het jaar 1763, toen den rsen Februari de vrede van Hubertsburg gesloten werd, die Frederik eindelijk zijn betwist grondgebied hergaf. Nog veel bloed en tranen zijn tot dien tijd vergoten. Maar Zieten had niet vergeefs op zijn grooten Bondgenoot vertrouwd.

AAN VRAGERS.

De laatste vraag van onze lezeres H. te B. betreft den Heidelbergschen Catechismus. We kunnen hierop kortelijk dit antwoorden: Deze Catechismus, op last van den Paltsischen keurvorst Frederik III opgesteld door de godgeleerden Ursinus en Olevianus, verscheen te Heidelberg in 1563, en werd door alle hervormde kerken goedgekeurd. Al zeer spoedig werd zij in onderscheiden talen overgezet. Petrus Dathenus, de bekende prediker en psalmberijmer, bracht dezen Catechismus in ons land over. Reeds 8 jaar na de verschijning werd dit leerboek door de synode van Emden aangenomen voor de kerk; de synoden van Dordrecht (die van 1578 en die van i6ig), schonken er mede hun goedkeuring aan. Ook de godgeleerden uit den vreemde deden 't zelfde en roemden het boek hoog. In een oud werk, geschreven door Trigland, zegt deze:

«Mij geheugt nog wel, dat het boekske door de Godgeleerden van Groot Brittanje extraordinair (buitengewoon) werd gelaudeerd (geprezen), zeggende dat noch de Engelsche, noch de Fransche kerken, zulken bequamen (geschikten, bruikbaren) Cath. hebben. Dat de mannen die denselven hebben opgesteld, op dien tijd zonderling met Gods Geest waren aangedaan geweest, dat deselve in verscheidene zaken, eenige Thcologanten waren te boven gegaan en in het stellen van dien Cath. zich zelven hadden overtreft." Het leerboek was dan ook al zeer spoedig in kerken en scholen in gebruik, en voor een ander was zoodoende geen plaats. Dit verklaart ook waarom alleen bij de Fransche kerken de Catechismus van Calvijn in gebruik was, wat nog uit andere redenen die met de hoofdzaak minder te doen hebben, zeer begrijpelijk is.

A. de D. te R. hopen we nu in een volgend nr. te antwoorden, en dan verder wie volgt.

1) Ongelooflijk.

2) Domheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken