Bekijk het origineel

Pastorale Conferentie.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pastorale Conferentie.

4 minuten leestijd

Met ongemeen genoegen zagen we, dat Prof. Bavinck nogmaals op een particuliere conferentie in Den Haag zal optreden, om zeer principieele stellingen te verdedigen.

Men heriaaert zich de hooge beteekenis ea uitnemende werking van soortgelijke coaferentie een vorig jaar te Groningen gehouden.

Welnu thans zullen deze zes stellingen in debat komen.

1. Dewijl het Goddelijk Wezen oneindig boven alle schepsel verheven en dus in zich zelf voor alle schepsel onkenbaar is, berust alle kennis en alle wetenschap des menschen op bewuste en vrije openbaring Gods.

2. De inhoud dezer openbaring genomen in den ruimsten zin, heeft haar archetype in de scientia liberia in het bewustzijn Gods; rust op den grondslag der decreta in den wil Gods; is belichaamd in al wat buiten Gods Wezen door Zijn wil als creatuur bestaat; d. i. in den kosmos; en vormt om al deze redenen één organisch geheel.

3. Alle wetenschap des menschen heeft dien kosmos, d. i. dien openbaringsinhoud, tot object en hangt daarom objectief in al hare dealen organisch samen, terwijl ook subjectief deze organische samenhang van alle wetenschap door de eenheid van den menschelijken geest wordt geëischt en bevestigd.

4. Gelijk in alle werken Gods verscheidenheid met eenheid gepaard gaat, zoo sluit ook de organische eenheid der wetenschap de verscheidenheid harer deelen niet uit; en bekleedt met name de theologie in het organisme der wetenschap vooral ook krachtens de bijzondere openbaring, welke door de zonde noodzakelijk werd, eene eigene en zelfstandige plaats.

5* Als wetenschap is de theologie uiteraard onderscheiden van de kennisse Gods, die het deel aller geloovigen is; heelt ze tot object niet de kerk als instituut maar als organisme; en eischt hare beoefening de toepasüing eener wetenschappelijke methode, welke aanwijzing behoort tot de taak der Christelijke philosophie.

6. Het kenmerk der Gereformeerde theologie ligt in haar theologisch karakter, en stelt mitsdien aan haar beoefenaar den eisch om dit karakter over haar terrein, met name ook in de verschillende loei der dogmatiek (zooals b.v. verkiezing, rechtvaardigmaking, wedergeboorte, doop) te handhaven; wijl het anthropologische (christelogische, sotorielogische) uitgangspunt blijkens de historie tot allerlei dwalingen leidt.

Nu herinnert men zich het debat, dat naar aanleiding van de uitgave der Bncjclopaedie rees over de verhouding vaa de Theologie tot de overige wetenschappen.

Broeders, op wier oordeel men prijs stelt, hielden staande, dat er geen eenheid van wetenschap is, en dat men door de Theologie ia den cyclus der wetenschap op te nemen, de zeL%tandigheid der Theologie in gevaar bracht.

Heeft, zoo oordeelden zij, de wetenschap dea Kosmos tot voorwerp van onderzoek, dan moet de Theologie buiten de v.reteascbap liggen, want voorwerp van de Theologie is niet de Kosmos maar God, en God en de Kosmos zijn twee.

Gelijk toea reeds is aangetoond, lag de fout bij deze redeneering hierin, dat het voorwerp der Theologie niet is God, dien wie niet kunnen onderzoeken, maar de geopenbaarde kennisse Gods, en deze geopenbaarde kennisse Gods nu is deel van het Kosmische.

Dit nu heeft Prof. Bavinck in ziju zes stelliugen nogmaals helder uiteengezet, daarbij uitgaande vaa het vraagstuk vaa de kenbaarheid Gods, om daardoor duidelijk te maken, hoe het door ons bestreden gevoelen feitelijk heenleidt naar het standpunt van Theosophie en Mystiek, en afleidt van de Gereformeerde Theologie.

Het debat over deze stellingen kan dan ook zeer interessant zijn.

Doch ook al leidt het nog niet tot algeheele overeenstemming, één ding zal het toch duidelijk maken, en dat is, dat ieder zal inzien, hoe ongerijmd het zou geweest zijn, om op dergelijke punten uiteen te gaan, alvorens het dieplood bij de verkenning dezer wateren gezonken was tot op den bodem.

Niemand overhaaste.

Ieder spreke zich vrij uit.

Trede voor trede dale men af naar den bodem der diepste beginselen.

Immers eerst in de belijdenis der diepste beginselen kan het uitkomen, of we metterdaad ééns geestes kinderen zijn.

Met name, of we tegenover de theosofen en mystici eenerzijds, en tegenover de agnostici anderzijds, eender denken over de kenbaarheid en onkenbaarheid Gods.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Pastorale Conferentie.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken