Bekijk het origineel

De keer in zake Onderwijs.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De keer in zake Onderwijs.

8 minuten leestijd

III (Slot).

Gaaf en grif geven we alzoo toe, dat ook de Lagere school met onweerstaanbare zuigkracht naar den confessioncelen kant wordt getrokken, en in zooverre had de heer Pierson van Zetten gelijk, toen hij op de jongste vergadering van Christ. Nat. constateerde, dat het volk nu eenmaal kerkelijke scholen wilde, dat hier niets aan te doen was, en dat men zelfs af moest zien van elke poging, om dit streven te weerstaan.

Alleen maar de zaak dient dieper te worden opgevat, dan dit op deze min opgewekte vergadering geschieden kon.

Het ^kerkelijk worden" onzer scholen toch kan men in tweeërlei zin verstaan: mechanisch of organisch.

Men bedoelt het mechanisch, indien men school en kerk slechts uitwendig door een reglementair óf financieel koord saamver-

biadt. Ea organisch zal die band dan eerst zijn, indien kerk en school beide üven int dezelfde beginselen.

Gaarne veronderstellende, dat ook de heer Pierson het laatste bedoelde, al sprak hij schijnbaar slechts van het eerste, komt dit organisch verband alsdan hierop neer, dat de Gereformeerde kerken hier te lande in de i6e eeuw gekozen hebben voor eene eigene levens-en wereldbeschouwing, die regelrecht voortvloeide uit beginselen, die ze in haar Confessie beleden en in haar Cate • cliismus' onderwezen hebben. En voorts dat thans in onzen schoolstrijd gebleken is, hoe de eigenaardige levens-en wereldbeschouwing der Gereformeerden ook thans nog door dezelfde beginselen beheerscht wordt. Gevolg waarvan is, dat de paedagogiek voor onze lagere scholen met logische consequentie moet worden afgeleid uit wat in de Gereformeerde belijdenis over den mensch, over de ziel, over de zonde, over den Doop enz. beleden wordt.

Zóó opgevat maakt de confessioneele band derhalve de lagere school niet afhankelijk van de kerk.

Er is niet meê gezegd, dat alleen leden van de Gereformeerde kerken in de besturen mogen zitten, dat alleen leden der Gereformeerde kerken onderwijzen mogen, noch ook dat alleen kinderen uit deze kerken op deze scholen kunnen gaan.

Dit zou waar zijn, indien heel ons volk consequent was en principieel leefde, en indien deswege, om nu dit voorbeeld te kiezen, de Lutherschen hier te lande strikt Luthersch leefden en alle ding op Lutherschen voet inrichtten.

Maar dit is volstrekt niet het geval. De Luthersche kerk heeft hier te lande almeer het specifiek Luthersch karakter afgelegd, en had, tot op de invoering van haar synodale organisatie, zich bijna geheel op presbyterialen, d. i. op Gereformeerden voet ingericht.

Feitelijk hebben we bovendien in het werkelijke leven nog altoos veel meer met heel andere distinctiën te doen. De Gereformeerden in en buiten de Hervormde kerk staan thans allereerst tegenover de Modernen, de Groningers, de oudere Ethischen en de jongere Ethischen, en geen dezer vier richtingen, heeft het nog tot een eigen Confessie gebracht. Iets wat zeggen wil, dat geen dezer vier richtingen er nog in geslaagd is, om haar eigen levens-en wereldbeschouwing zóó algemeen en principieel te formuleeren, dat haar geheele groep daarin de uitdrukking van haar overtuiging vindt. Waar dan nog bijkomt, dat onder ons Gereformeerden het principieele leven wel veld wint en aanmerkelijke vorderingen maakt, maar toch op verre na nog niet aan het punt toe is, dat alle leden dezer kerken, zuiver op de graat, uit eigen levensaandrift, bij alle consequentiën onzer beginselen zouden uitkomen.

Resultaat hiervan is, dat de uitwendige verschillen en onderscheidingen in het leven de verschillen in de beginselen nog allerminst dekken.

Hierdoor is het voorshands nog mogelijk, dat een Luthersch onderwijzer paedagogisch ons nader staat dan een onderwijzer, die wel lid is onzer eigen kerken, raaar paedagogisch nog geen verband ziet tusschen zijn methode van onderwijs en de belijdenis zijner kerk.

Al kan het dus geraden zijn om hem voor de lagere school ook uitwendig aan de kerk te binden, en al dient steeds aan de kerk toezicht op het godsdienstig karakter der school te worden gegund, toch dient er ernstig tegen gewaakt, dat men in dien uitwendigen band niet den eigelijken band ga zien.

Zelfs de Vereeniging voor Gereformeerd onderwijs deed wel uitnemend met van meet af voor het Confessioneele standpunt te kiezen, en stond hierdoor sterker, maar ook bij haar sloeg dit Confessioneel karakter nog veel te eenzijdig op het godsdienstonderwijs en ook zij zag lange jaren no"g niet helder genoeg in, dat een school, staande op Gereformeerden grondslag, ook paedagogisch haar metltode uit de Gereformeerde beginselen moet afleiden.

Om op den beteren weg te komen, is daarom allereerst noodig dat de psychologische grondbeginselen, de paedagogische methode, en de historische variation op paedagogisch gebied, klaar en duidelijk in het licht worden gesteld.

Eerst als die arbeid achter ons ligt, en onze onderwijzers beginnen te gevoelen, dat er metterdaad een wetenschappelijk gerechtvaardigde oorzaak is voor het afzonderlijk optreden tegenover de neutrale staatsschool en de mystiek-ethische school, zullen ze grond onder , de voeten krijgen en zich sterk gaan gevoelen.

Dusver hebben ze dit wel gevoeld voor wat het godsdienstonderwijs en het onderwijs in de landshistoric betreft, maar natuurlijk dit is niet al het onderwijs, en raakt zelfs het fundament niet, waarop het gebouw van het Christelijk onderwijs verrees. Vandaar dat nog zoo menig onderwijzer zich op de openbare school zeer wel thuis gevoelde, mits hij maar vrij in het gebruik van den Bijbel werd gelaten, en dat omgekeerd zoo menig vader zijn kind nog met een gerust geweten naar de openbare school zond, mits hij maar hoorde, dat er nog gebeden werd en uit den Bijbel gelezen.

Zelfs de dusgenoemde eisch der vrije examens wordt eerst verstaan, en begint eerst te klemmen, als men werkelijk inziet dat de paedagogiek der openbare school de onze niet zijn mag.

Ook ten deze nu moet de actie uitgaan van de Gereformeerden die op vrij kerkelijk erf staan.

Zij die in de Hervormde kerk nog voor een eigen onderwijs ijveren, staan, om ten deze leiding te geven, nog op een te onzuiver standpunt. Zij toch bakenen de grens niet af naar de grens der Belijdenis, organisch verstaan, maar naar de uitwendige gemeenschap met hun kerkgenootschap. En over­ mits nu in deze kerk lieden van allerlei beginsel en van allerlei belijdenis saamleven, moet ze óf voor haar school van alle vastheid der beginselen afzien, óf wel de grens geheel willekeurig trekken, naar gelang de predikant of de kerkeraad dit oirbaar acht.

De mystiek-ethische richting van den Klokkenberg, die thans ook in Utrecht praedomineert, is evenmin tot een goede actie bekwaam, wijl ze de Christelijke religie te zeer met de Moderne levens-en wereldbeschouwing dooreen strengelt.

Van de Lutherschen en Doopsgezinden als zoodanig gaat op schoolgebied nog geen zoo aanmerkelijke handeling uit, dat van die zijde op licht ware te hopen.

Uit onzen kring zal alzoo de actie moeten uitgaan, en die actie is reeds komende. Eer we tien jaar verder zijn, zal men ontwaren, hoe we psychologisch en paedagogisch tot klaarheid zijn gekomen, en die klaarheid zal tot beslistheid en tot eenparigheid leiden.

Maar juist daarom was het zoo hoog noodig, er eens met eenigen ernst op te wijzen, dat het heil niet in een uitivendig kerkelijk maken van onze school steekt, maar veel meer te zoeken is in een inwendig opbouwen van onze schoolpaedagogie op de Gereformeerde beginselen.

Bedenke men toch wel, dat wat nog mogelijk is voor onze grootere steden, niet doenlijk is in kleine steden en dorpen.

In een groote stad is men vrij, en kan men school naast school zetten. Een Gereformeerde school, een Hervormd-orthodoxe school, een mystiek-ethische school. In Amsterdam hebben we zelfs Confessioneele Luthersche scholen.

Maar op kleine plaatsen gaat dat niet.

Als op een dorp alles in alles honderd kinderen beschikbaar zijn voor een bijzondere school, en men wil die in twee, drie scholen indeelen, dan vermoordt de ééne school de andere, en bloeit op aller graf de openbare school.

Reeds nu ziet men dan ook, hoe op meer dan één dorp van de Veluwe, waar nog voor korte jaren de Openbare school zoogoed als leeg liep, allerlei geharrewar onzerzijds de Openbare school weer bevolkt heeft.

En dit nu mag niet.

In onderworpenheid aan Gods bestel hebben we ook met de tijden en omstandigheden te rekenen, en blijkt nu dat in de plaats onzer inwoning slechts dan een bijzondere of vrije school bestaan kan, zoo allen saamwerken, zoo is die saam werking plicht, en ware het plicht verzaking zoo kerkelijke naijver het opkomen van een school met den Bijbel afsneed.

Dit nu is onbereikbaar, zoolang men denkt en zich inbeeldt, dat de triomf alleen te behalen is door zijn sc!s\aQ\ uitwendig Vtxkzlijk te maken, maar gaat zeer wel, indien men beseft, dat de strijd voor het Gereformeerd karakter der school allereerst in de ontwikkeling der Gereformeerde paedagogie moet gezocht.

Confessioneele ijver is uitnemend, mits die niet in kieschkeurigheid ontaarde.

Kieschkeurigheid, die saamwerking afsnijdt, is een miskenning dier liefde, die in Christus alle belijders van zijn heiligen naam vereenigen moet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

De keer in zake Onderwijs.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 oktober 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken