Bekijk het origineel

Betere paden.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Betere paden.

5 minuten leestijd

Met onverdeeld genoegen zagen we, dat ook de Gereformeerden onder de Hervormden het belang van de Doopsquaestie beginnen in te zien. Ds. Kromsigt schreef nu reeds artikelen over dit vraagstuk, ]^die van ernst en goeden wil getuigen.

Wel hebben we een aanmerking.

Ons gevoelen in zake de Doopsquaestie ter sprake brengende, nam hij namelijk als bron voor de kennisneming van ons gevoelen, niet wat we er dogmatisch over schreven, maar uitsluitend Jl uitlatingen in meditatiën, die later verzameld zijn in een bundel: Voor een distel een mirt.

Is dit te verdedigen ?

Kan dit leiden tot een doeltreffend wetenschappelijk debat ?

De vraag geeft het antwoord.

Voorts achten we dat het noodig zal zijn bij elk debat over dit vraagstuk te onderscheiden wat niet één is.

Het is toch een geheel andere vraag, wat onze vaderen op dit stuk geoordeeld en bedoeld hebben, én wat op grond van Gods Woord als waarheid behoort beleden te worden.

En zoo ook zijn het twee zeer onderscheiden vragen: hoe dogmatisch de Doop, en vooral de kinderdoop, als sacrament zij toe te lichten, en naar wat regel de kerk ten deze te handelen heeft.

Houdt men deze vier zeer onderscheidene vragen niet uiteen, dan moet elk debat zich al spoedig verwarren, en kunnen we niet verder.

Overmits nu ondersteld mag worden, dat beiderzijds de toeleg bestaat, niet om elkander een vlieg af te vangen, maar om zoo ernstig vraagstuk tot gezonde oplossing en klaarheid te brengen, twijfelen we niet, of ook zij die achten in gedachten van ons te moeten verschillen, zullen bij hun verdere beschouwing dit duidelijk aangewezen onderscheid wel in het oog willen houden.

Het oordeel van onze vaderen ten deze is meer dan eens met de stukken zelve in ons blad toegelicht, en veel breeder nog uiteengezet door wijlen den Doctorandus Kramer in zijn zoo keurige dissertatie.

In dit laatste geschrift bepaalde de schrijver zich uitsluitend tot dat ééne deel van het debat. Niet hoe we naar Gods Woord, niet hoe we sacramenteel, niet hoejjwe kerkrechtelijk over dit vraagstuk te oordeelen hebben, maar alleen over de' vraag hoe het oordeel over den kinderdoop zich bij onze vaderen voordeed, zocht het licht te verspreiden.

En nu bleek uit dat onderzoek'Jzonneklaar tweeërlei: i". dat onze vaderen voor wat het recht op den Doop aangaat, zich aan de Verbondsteekenen hielden, en 2°. dat ze, om geestelijk rekenschap te geven, steeds verwezen naar het nog onontwikkeld geloofsvermogen, dat ook in het kleinste kind aanv/ezig kan zijn.

Achten nu de heeren Kromsigt c. s. dat dit historisch onjuist gezien was, goed, laat ze dan van tweeën één aantoonen, óf dat de breede reeks getuigenissen waarop de Doctorandus Kramer zich beriep, onjuist geciteerd of verstaan zijn, óf wel laat ze in nóg breeder reeks < a!«< /^i^^ getuigenissen'daar tegenover stellen.

Daarmee echter zal alleen nog maar het historisch pleit uitgemaakt zijn, en staat het pleit over wat ten dege waarheid is nog geheel open.

De Historicus heeft dan afgedaan, maar, de Dogmaticus en de Canonicus moeten dan nog pas aan het woord komen.

Dan toch komen we voor de vraag te staan, wat we te belijden hebben van het sacrament; of metterdaad het sacrament strekt om het geloof te versterken; of hier mede bedoeld is een reeds bestaand of eerst toekom.end geloof; dan of ook de Doop een sacrament h, en dus onder deze categorie valt; en eindelijk of dit dogma, tisch begrip ook den kinderdoop rechtvaardigt.

En is ook hierover het noodige licht ontstoken, dan eerst komenl we toe aan de laatste vraag, lioe namelijk de kerk in deze te verkeeren heeft. Of de kerk, gelijk de Dooperschen ivlUea, zich een oordeel mag aanmatigen over het al of niet aanwezig zijn van geestelijk leven, dan wel of de kerk nooit anders dan onderstellenderwijs mag te werk gaan, en deze haar onderstellingen eeniglijk moet does rusten op de kenmerken die het Woord stelt

Zoo komen we dan op de leer van het Verbond, als de sfeer waarin de kerk zich te bewegen heeft, en als biedende het eenig onderscheidingsteeken, waarnaar de kerk haar doen en laten ten deze heeft te regelen.

En juist wijl een valsche theorie over het Verbond hier toch weer breuke sloeg, en door de onderscheiding tusschen een inwendig en uitwendig Genadeverbond, die men ten onrechte van de kerk op het Verbond overbracht aan de kerk alle vastheid van basis bij het vellen van haar oordeel ontnam, komt dan ter laatste instantie de vraag aan de orde, op wat wijs de leer van het Verbond tegen geheel deze kerkbedervende 3^, voorstelling veilig moet worden gesteld.

Het zal ons daarom een oorzaak van vreugde zijn, indien ook de heeren Ds. '^n^< : i'''• '•• s. deze goede orde in het debat ft.lv--^-'. - . - we zeer gaarne b'ê'W( 'aren Als^ö tot kennisneming en beoordeeliag van hun beweringen bereid.

Of ook, want we denken er niet aan, anderen de wet voor te schrijven, laat ze aantoonen dat de door ons voorgestelde orde van behandeling onjuist is, en laat ze er een betere orde voor in de plaats stellen. .

Dan kan eerst dit punt worden uitgemaakt, en kan men daarna verder zien

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 december 1897

De Heraut | 4 Pagina's

Betere paden.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 december 1897

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken