Bekijk het origineel

De kerken in het zuiden.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De kerken in het zuiden.

5 minuten leestijd

Amsterdam, 7 Jan. 1898.

Dringend verzoekt men ons een woord ten goede te spreken voor de kerk van Antwerpen. Op het voetspoor toch van de kerk van Brussel hebben de broederen zich ook in Antwerpen opgemaakt, om een meer geordend kerkelijk leven in te richten.

Zoomin echter als de kerk te Brussel bezit de kerk van Antwerpen nog een eigen gebouw voor de samenkomsten. En waar te Brussel in deze leemte voorloopig voorzien kan worden, door de bereidwilligheid der familie Van Deth, die in haar woning localiteit ten gebruike afstond, bleek te Antwerpen bij geen der broederen zoodanige localiteit beschikbaar te zijn.

Toch zou het te betreuren zijn, indien uit dien hoofde het pas begonnen werk weer verliep.

In de Zuidelijke Nederlanden, zooveel meer dan in de Noordelijke, is de bakermat onzer Gereformeerde kerken te zoeken.

Onze Belijdenis werd opgesteld door een man uit het Zuiden, onze Catechismus eveneens door een man uit het Zuiden vertaald, in het Zuiden zijn onze eerste Synoden gehouden, en als men ook na de Pacificatie van Gent onderzoekt, wie in onze Noord-Nederlandsche kerken de actiefste leden, en vaak de vurigste predikers en kundigste geleerden waren, treedt telkens weer de naam en de figuur voor u van een dier herwaarts gevluchte Walen of Vlamingen, wier herkomst in het tegenwoordige België ligt.

Veilig kan men dan ook zeggen, dat de groote stuwkracht, die ten slotte tot het optreden van onze welgeordende Gereformeerde kerken geleid heeft, meer van het Zuiden dan van het Noorden is uitgegaan.

Zelfs de taal van Belijdenis, Liturgie en eerste Psalmberijming herinnert in haar vaak Vlaamsche uitdrukkingen en zegswijzen aan het land waaruit de actie over onze grenzen bimtenkwam.

Het heeft ons daarom verblijd, dat er dan eindelijk toch weer eenig teeken van leven in dat oude België Icwam, en niet minder heeft het ons verheugd, dat de kerken terstond bereid waren de broederen in België' bij hun nobel pogen te steunen.

Kiesth stond de quaestie. Dat geven we voetstoots toe.

Reeds lang toch eer het Gereformeerde leven weer begon te ritselen, was er in den loop dezer eeuw in België geëvangeliseerd, en had deze evangelisatie tot meer dan ééne kerkformatie geleid.

Koning Willem de Eerste gaf hier den stoot toe, door ten behoeve van Protestantsche familiën en ambtenaren, die toentertijd uit Nederland zuidwaarts togen, zekeren eeredienst in te richten, en later is deels uit Engeland, deels uit Nederland geld en missionaire hulp naar België gegaan, om onder de Vlamingen te evangeliseeren. De staatskerk was van de eerste, de vrije kerk van de tweede actie het uitvloeisel; en beide pogingen hebben aanspraak op waardeering. Otok waar men zich om des beginsels wille niet duurzaam thuis kan vinden in de bedlding waardoor deze evangelisatiestroom zich voortbeweegt, komt het toch in niemand op, de goede bedoeling, die het pogen (Jezer evangeliseerende broederen bestuurde, niet op zijn vollen rechten prijs te schatten.

Alleen maar, deze broedereat hadden niet slechts geëvangeliseerd, maar waren ook tot kerkformatie gekomen, en deze kerkformatie hadden ze tot stand gebracht op een wijze, die in fiagranten strijd was inet al hetgeen de Guydo de Bray's, de Datheen's, de Moded's en zoovelen meer, ' als de eenig goede beginselen voor zulk optreden beleden hadden.

Hadden ze dit nu gedaaai, na uit Gods Woord te hebben aangetotjnd^ dat Guydo de Bray e. a. zich vergist hadden, zoo ware hun zaak recht geweest.

Gods-Woord toch gaat bovenal.

Maar juist dat deden ze niet. Ze dachten zelfs niet aan het oude Gereformeerde leven dat eens in België gebloeid had. Ze namen van de Belijdenisschriften schier geen notitie.

Ze gingen, ganschelijk eigendunkelijk te werk. Men kwam zoo dus vanzelf in de Vrije kerken tot een methodistisch collegialisnie, waarbij de Synodale reglementen der Haagsche Synode ten onzent nog heilig zijn. Ja, meer nog. Niet alleen dat men zoo buiten alle beginsel om te werk ging, maar zacht gemaand, om van lieverleden betere paden op te zoeken, is dit verzoek afgeslagen. Eenerzijds omdat men niet Gereformeerd zijn wilde. Anderzijds overmits men geldelijk te afhankelijk, met name van Engeland, was.

Het is dan ook uit dien stand van zaken dat ten slotte het initiatief voortkwam om kerkehjk zijn leven vs'eer zuiverder te formuleeren. Zoo was het te Brussel. Zoo ook was het te Antwerpen. Ook al deed het pijn, bevriende broeders leed te moeten doen, men kon, men mocht niet anders. Met de Bediening van het Woord en het Sacrament moet het naar de ordinantiën Gods gaan.

En wie dit eenmaal voelt en inziet, kan niet stilzitten.

Ten zeerste hopen we dan ook, dat Noord-Nedèf land uit dankbaarheid voor het verleden, deze nog kleine kerkformatiën niet in den steek zal laten. Er moet een Dienaar des Woorcis naar Brussel trekken, er moet belangrijke steun aan Antwerpen worden geboden. Het liefst door Antwerpen op te nemen onder de hulpbehoevende kerken.

En dit moet gedaan worden, niet om aan enkele Noord-Nederlanders, die in Brussel en Antwerpen vertoeven, gelegenheid tot kerkgaan te bieden, maar met veel verder strekkend doel, om na te speuren, of in dezen eens zoo met hooger licht beschenen Zuidelijke Nederlanden, nog punten van aansluiting tot een weer opbloeien van de aloude kerken te vinden zijn.

Het zijn geen nieuwe kerken die gesticht worden.

Het zijn de aloude kerken van Brussel en Antwerpen die weer opstonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 januari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

De kerken in het zuiden.

Bekijk de hele uitgave van zondag 9 januari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken