Bekijk het origineel

Een staartje.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een staartje.

5 minuten leestijd

Daar komen de gevolgen nu reeds.

Bij manier van exceptie verleenden we even het woord aan den Red. van de Friesche Kerkbode; en nauwelijks is het nummer, waarin zijn repliek staat, de wereld in, of de heer F. A. Maaier zendt ons aanstonds zijn dupliek. En natuurlijk nu moet ook die geplaatst.

Als voorzorgsmaatregel zetten we er daarom nu dadelijk bij , dat we voor tripliek uit Leeuwarden geen halven regel plaats inruimen.

Ziehier wat de heer Maaier schrijft:

Geëerde Redactie!

Hoewel het tegen uw gewoonte is, uw blad open te stellen voor polemiek, vertrouw ik, dat u dezen keer voor mij eene uitzondering zult maken, gelijk u het deedt voor mijn tegenstander. Dat de toevoeging van het woordje „Amen" aan de doopformule, niet aan de Roomsche kerk mag geweten worden, houd ik vol, zoolang men het tegendeel niet uit offixieele gegevens aantoont. Dr. H. H. Kuyper heeft dit beproefd, door eenige woorden van paus Alexander III, aangehaald uit het corpus juris. Doch de aanhaling is onjuist. Zij luidt in werkelijkheid : „Indien iemand een kind driemaal in het water dompelt in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes Amen, en niet zegt: Ik doop u in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes" (hier staat geen Amen bij) „dan is het kind niet gedoopt." 1) Ook in de plaats van Thomas Aquinas dien de geachte schrijver aanhaalt, ontbreekt „Amen."

Evenzoo in de andere officieele stukken, die ik heb kunnen raadplegen, b.v. in de Constitutiones Synodicae van Odo, bisschop van Parijs (1196) cap HI, (Labbe tom X p. 1801), het II en III Concili van Ravenna, respectievelijk gehouden in 131T en 1314, (Labbe tom XI p. 1585 en 1613).

Dat sommige van de tallooze casuisten de vraag stellen, of het woordje Amen tot het wezen van het Sacrament behoort, bewijst alleen, dat de casuisten, die zoo schreven, practisch niet gedoopt, en het officieele ritueel van de Roomsche kerk niet gehanteerd hebben; maar de doopformule uit het hoofd hebben geciteerd, en die hebben verward met het in de Katholieke kerk zoo gebruikelijke kruistceken: „In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen." Anders toch hadden zij niet gevraagd of het woordje Amen kon worden weggelaten, maar integendeel, met de andere moralisten, het als een misslag aangemerkt, dit woordje aan de doopformule toe te voegen, wijl ieder Katholiek priester in geweten verplicht is, zich aan het officieel ritueel van de kerk te houden.

U dankend voor de verleende plaatsruimte, verblijf ik met de meeste hoogachting.

Uw Dienaar,

F. A. MAAIER,

Amsterdam, 13 Febr. 1898.

(Adres Mevr. Wed.

C. RUIJGH-SINKEL.

Brouwersgracht 37).

Ons dunkt de geachte schrijver had beter gedaan met in beminlijke bescheidenheid zijn zeggen van: „groote flater'' eigener beweging terug te nemen.

Wat hij toch tegenspreke, of tegenspartele, het feit is niet weg te nemen, dat in Thomas van Aquino wel terdege het Amen er, nog al als Pauselijke ordinantie, bijstaat.

Hier kan geen geschil oyer rijzen, wat hij ook zegge.

Het staat zoo duidelijk mogelijk in de editie van Migne Tom. IV. p. 610, 2e Icolom, of om ons op meer eerwaardige uitgave te beroepen, het staat evenzoo in de 15 deelen groote quarto-editie van Napels 1765, Part. III. Tom. III. p. 10, 2e kolom.

We citeeren nu opzettelijk de bladzijden.

En wat staat daar nu bij Thomas van Aquino ?

Dit, dat Paus Alexander III gedecreteerd heeft: „Indien iemand een kind driemaal in water onderdompelt in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, Amen; en hij zegt niet: Ik doop ti in den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, Amen, dan is zulk een kind niet gedoopt."

1) »Si quis puerum ter in aqua immerserit in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti Amen: et non dixerit ego baptizo te in nomina Patris et Filii et Spiritus Sancti, non est puer baptizatus."

(Decret. Greg. Lib. Ill tit. XLIl Se baptismo et ejus effectu cap. 1), Corpus juris, editie v. Lyon ï66i tweede deel p. 520. .

Het Ameit staat er niet alleen den eersten keer, maar ook de tzveede maal wel terdege bij

In het Corpus Juris is juist. staat het er met; dit

Maar Thomas moet het dan toch in het decreet gelezen hebben.

En stel al, dat Thomas zich vergist heeft, en dat de uitgevers van de beide genoemde editien deze fout hebben laten staan, dan blijft toch drieërlei: i". Dat het niet goed was van den heer Maaier te dezen opzichte van een grooten flater te spreken, waar Thomas zelf, of althans zijn geleerde uitgevers, naar zijn suppositieleer, dan dezelfde fout begingen.

2". Dat Paus Alexander III zelf getuigt, ook naar luid van het Corpus Juris, dat het gebruik van het woord Amen reeds in de twaalfde eeuw voorkwam.

En 30. dat men, zoo de heer Maaier, in een nog latere editie van Thomas het tweede „Amen" niet vond, het er pas na 1841 uit is weggenomen.

Zelfs in de Maasbode durven v.'e dan ook op revisie van het wel wat grove en onvoorzichtige oordeel rekenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Een staartje.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 februari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken