Bekijk het origineel

Teleurstellend.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Teleurstellend.

5 minuten leestijd

Van Ds. Eggenstein uit Antwerpen ontvingen we een kort antwoord op onze laatste opmerkingen, dat we volgaarne plaatsen. Zie het hier:

„ANTWERPEN, Februari 1898.

Hooggel. Heer Redacteur!

Het zou te ver voeren en te veel plaats vragen, indien ik wilde ingaan op al wat door u naar aanleiding van mijn schrijven in De Heraut van 6 Februari 1.1. gezegd wordt. Ik meen echter de perken der bescheidenheid niet te buiten te gaan, wanneer ik u verzoek een paar opmerkingen — zoo gij wilt fli: ï»merkingen — te mogen maken op hetgeen door u wordt medegedeeld in de volgende regelen:

„Van de handeling der Antwerpsche broederen vernamen we, dat ze, alvorens op te treden, Ds. Eggenstein in de zaak gekend hebben, maar dat dit tot niets heeft geleid. Dat hun het Noorsche en Engelsche kerkgebouw geweigerd werd, nadat het eerst in bruik was afgestaan, heeft zeer leed gedaan, daar men zich afvroeg: JVaarom is ons dit geweigerd? En dat ze nu propaganda maken voor hun overtuiging is toch natuurlijk."

Wat betreft het kennen van mij in de zaak in quaestie, wil ik gaarne het eenige schrijven der „Antwerpsche broederen" aan mijn persoonlijk adres en de beantwoording daarvan door mijne bestuurscommissie, waarop nooit een wederantwoord werd ontvangen, in De Heraut plaatsen ter beoordeeling, indien die broeders mij daartoe vergunning geven. Doch hoe staat daarmede in verband hetgeen door u vernomen werd en vermeld wordt aangaande het weigeren van het Noorsche en het Engelsche kerkgebouw, zoo ook de bijvoeging dat dit zeer leed heeft gedaan, en de vraag: „ ]Vaaro? n is .ons dit gev> -eigerd? Heeft de Belg. Zendingskerk over die kerkgebouwen te beschikken? Of willen uwe inlichters met wat door u vernomen is beweren, dat de Zendingskerk of haar Antwerpsche predikant op die weigering eenigen invloed uitgeoefend heeft? Men spreke die bewering dan duidelijk uit, maar zij dan ook zoo goed ze te bewijzen! Niet tot ons, maar tot het Noorsche en het Engelsche kerkbestuur moet men zich met dat „waarom ? " wenden. Waarschijnlijk heeft Ds. Feringa, in zijne aanbeveling der collecte van den heer J. Mulder, insgelijks in De Heraut opgenomen, die weigering op het oog, als hij spreekt van: „telkens vervolgde broeders." Indien hier van vervolging gewaagd kan worden, is het in elk geval geene door de Zendingskerk verwekt.

Wat voorts het propaganda maken aangaat, 't is niet slechts natuurlijk, maar plicht, indien men eene eigene en vaste overtuiging heeft. Alleenlijk blijve het propagandeeren voor die overtuiging ondergeschikt aan het evangeliseeren, en worde het geene hoofdzaak. Doch wij gaven ons bezwaar te kennen tegen de gevolgde wijze van propaganda maken en noemden die van zeer bet^vijfelbare kiesckheid. Terwijl toch te Antwerpen niet slechts de Zendingskerk, maar ook de meer methodistische evangelisatie in de Handehiraat en insgelijks het Leger des Heils zich tot de wereld wenden, om uit haar zielen tot Christus te brengen, zoeken de „Antwerpsche broederen" bij voorkeur, zoo niet uitsluitend, te werken onder die roomschen en protestanten, welke door anderer arbeid reeds aanvankelijk tot kennis der waarheid zijn gekomen, De wereld noemt dit; .onder eens andermans duiven schieten ; de Heilige Schrift heet zulks: p eens anders fondement bouwen (Rom. 15 : 20), Doch genoeg.

U, hooggel. heer redacteur, oprechtelijk dankende voor de verleende plaatsruimte, en u nu gaarne, gelijk dit betaamt, in uw eigen blad het laatste woord latende, noem ik mij

Uw dienstwillige in Christus,

THEOP. A. EGGENSTEIN.

Predikant te Antwerpen der Belgische Zendingskerk."

Mogen we dit antwoord als „teleurstellend" teekenen.'

Tweeërlei bespraken we: i**. de beginselen der belijdenis met het oog op Christus' kerk, en 2**. enkele bijzonderheden van ondergeschikten aard.

En nu wordt in dit antwoord over de quaestie der beginselen botiveg gezwegen, en over mets anders gehandeld dan over die bijkomstigheden.

Waarlijk, indien Ds. Eggenstein ons het voldingendst bewijs in handen had willen spelen, dat het nog noemen van de Belijdenis geen daad van actueelen ernst was, en weinig meer dan een eeresaluut aan het verleden beduidde, hij kon geen beter doel hebben getroffen.

Men beweerde de Belijdenis hoog te houden, maar hechtte minder waarde aan de structuur van het kerkelijk wezen.

Daarop toonden we aan, dat die Belijdenis zelve die structuur naar zuiveren stijl eischt, niet in een vluchtig woord, maar in een reeks van breede artikelen.

En in plaats van zich hierop nu te verantwoorden, loopt men er overheen.

Op de details gaan we niet weer in. Dat óf de Zendingskerk officieel óf Ds. Eggenstein officieus de Noren en Engelschen bewogen had, het gebruik van hun kerkgebouw te weigeren, nadat het eerst was toegestaan, is gezegd noch gedacht. b

Maar dat deze Noren en Engelschen eigener beweging tot dezen stap zouden zijn overgegaan, gelooft Ds. Eggenstein dit zelf? g

Het slotberoep op de Heilige Schrift is zeker bij ongeluk en in overhaasting der pen ontgleden.

Hoe men thans nog, als kerk optredende, het Evangelie alleen in zulke steden en dorpen verkondigen zou, „waar Christus nog niet genoemd was", is ons althans, een raadsel. g

Of, toen Ds. Eggenstein zelf zijn dienst te Antwerpen begon, „was Christus toen te Antwerpen nog niet genoemd"?

Paulus spreekt van de eerste verkondiging van het Evangelie in een stad of een dorp.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 februari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Teleurstellend.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 februari 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken