Bekijk het origineel

Buitentland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitentland.

4 minuten leestijd

Duitschland. Uit de Beijersche landskerk.

De constitutie van het koninkrijk Beijeren waarborgt den burgers consciëntie vrijheid, doch geen vrije uitoefening van hun godsdienst.

Daarom mag men in Beijeren vrij een huisgodsdienstoefening houden, maar wanneer eenige gezinnen willen samenkomen tot uitoefening van hun godsdienst, dan moet de koning daartoe verlof verleenen en verbiedt alle geheime samenkomsten onder voorwendsel van uitoefening van godsdienst.

Men hield het er ook voor dat elke samenkomst om Gods woord te onderzoeken, elke stichtelijke bijeenkomst, waaraan leden uit meer dan een gezin deelnamen, door de regeering verboden waren. Het was wel mogelijk om samenkomsten te houden behalve de officieele godsdienstoefeningen der gemeente, doch deze moesten dan door het consistorium worden toegestaan, ze behoorden door een predikant of een hulpprediker worden geleid, ze mochten alleen plaats hebben in een kerkgebouw of in de woning van een predikant, nooit in een huis van een particulier; ook was het noodig dat tijd en plaats van den kansel bekend gemaakt werd, dat de kerkelijke en de wereldlijke overheid deze goedgekeurd hadden; dat de plaatselijke overheid daarvan afwist en dat behalve de vertegenwoordigers van de overheid elk lid der gemeente er bij kon tegenwoordig zijn.

In 1889 kwam te Bayreuth een Generale synode samen, op welke vergadering de regeering verzocht werd om de constitutie te wijzigen. De volgende feiten werden in die vergadering vermeld: In twee woningen van ver»ehiJlende platte-

landsgemeenten kwamen Zondagsmiddags lo a 20 menschen saam, om een preek, zendingsblaadjes enz. te lezen. Daarbij zong men onder begeleiding van een harmonium geestelijke liederen, terwijl men ook gedeelten van Gods Woord met elkander besprak en een J der vrienden voorging bij het gemeenschappelijk gebed. De overheid verbood den beiden huisvaders het houden van deze samenkomsten en dreigde met straf; de „Kreisregiering" was het daarmede eens. Men wilde zich uit den nood redden met het stichten van eene vereeniging tot het onderzoeken van den Bijbel; maar dit hielp niet, want de overheid was van oordeel, dat deze vereeniging toch Godsdienstige stichting beoogde. Het baatte ook niet of het Consistorium al betoogde dat er geen godsdienstoefeningen hadden plaats gehad, maar alleen gezellige samenkomsten, die het kg, rakter van bezoeken van vrienden droegen.

Ook is het geschied dat een predikant op het landgoed van een Doopsgezinde voor 20 a 30 Luthersche arbeiders elke maand eene bijbellezing kwam honden. Het werd hem al was hij ook de predikant der plaats echter verboden, om de eenvoudige reden, dat hij verzuimd had, het verlof tot het houden dier samenkomsten aan de overheid te vragen. Hij deed het vereischte verzoek, doch na twee jaren had hij hierop nog geen antwoord.

In 1890 had eene revisie van de constitutie plaats, doch in hoofdzaak bleef de zaak bij het oude. Geen bijzondere samenkomsten, ook geen vergaderingen om Gods woord te bespreken en te onderzoeken, zonder toestemming van kerkelijke autoriteiten en zonder goedkeuring van de staatsoverheid.

In 1895 gebeurde het nog dat een lid van de geünieerde kerk in de Pfalz veroordeeld werd omdat hij in zijn gemeente en in de buurt bijbellezingen gehouden had.

Ook in Duitschland kent men het onderscheid tusschen een godsdienstoefening, waarbij een ambtsdrager de gemeente voorgaat; en een stichtelijke samenkomst, waar een broeder onder de broeders een woord tot vermaan spreekt zeer goed. Dat men desniettegenstaande in Beijeren godsdienstige samenkomsten tot onderlinge stichting voor formeele Godsdienstoefeningen verklaart en dit met de constitutie des lands in de hand, bewijst dat men in dat land conscientie vrijheid niet aandurft.

Men zou kunnen vragen hoe het komt dat deze dingen zoo maar voort kunnen bestaan en dat in den eeuw van publiciteit. Dit is echter te danken of te wijten aan het feit, dat men in den regel alle godsdienstige samenkomsten geregeld laat doorgaan. Wanneer er echter een of ander overheidspersoon wat heeft tegen een predikant of tegen een gemeentelid die zich zijne belijdenis niet schaamt, dan wordt ijverig van de constitutie gebruik gemaakt en de rechtbanken kunnen dan ook niet anders doen dan de vervolgers in het gelijk stellen.

WiNCKEL.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 maart 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Buitentland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 maart 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken