Bekijk het origineel

Deputaatschappen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Deputaatschappen.

7 minuten leestijd

III. (Slotj

Stelt het Deputaatschap ter uitvoering van een gevallen besluit den onverbiddelijken eisch, dat Deputaten zich van alle eigen oordeel hebben te onthouden?

Zoo is het vaak verstaan, maar ten onrechte.

Immers ook de uitvoering van eenige zaak vereischt in den regel wel terdege eigen oordeel. Als Deputaten belast worden met de uitgave van de Acta der Synode, hebben zij wel terdege te beoordeelen, wie zal drukken, op welk papier, met welke letter. Te beoordeelen hoe de verzending zal plaats hebben, en tegen wat prijs het boek verkrijgbaar zal zijn. En zoo ook te beoordeelen, hoe de Acta zelve zullen worden ingericht, hoe het register zal worden opgemaakt, enz.

Zelfs dus bij zoo machinaal mandaat als de uitgave der Acta is eigen oordeel onmisbaar. En veel minder nog kan dit eigen oordeel gemist worden, als het betreft een Deputaatschap bij de Hooge Overheid, een Deputaatschap voor de Theologische School, een Deputaatschap voor de uitgave van een kerkblad enz.

Kortom, er is niet één Deputaatschap denkbaar, dat uit te voeren en waar te nemen zou zijn door een automaat.

Een Deputaat is geen boodschaplooper, geen kruier, geen commissionair, die er op uit wordt gestuurd. Hij wordt gekozen als deskundige, als man voor zijn taak berekend, en als een persoon in wien men vertrouwen stelt, dat hij' de zaak tot een goed eind zal brengen.

Ge kunt een Deputaat het best vergelijken bij een kapitein, die met zijn schip door een reeder wordt uitgezonden, en voelt dan terstond dat geen reeder zijn schip zou toevertrouwen aan een machine, aan een man zonder eigen inzicht of zonder zelfstandig oordeel. Integendeel de reeder plaatst als kapitein op zijn schip, juist een man van kennis, van zelfstandig karakter en van kloeke handeling, en hij doet dat omdat hij weet, hoe het in tal van gevallen juist van het oordeel van den kapitein zal afhangen of de vaart slaagt of mislukt.

Alleen maar het eigen oordeel betreft nu alleen de tiitvoering, niet de zaak die uitgevoerd moet worden.

Geen reeder benoemt een kapitein om er maar eens op uit te varen, en te zien wat hij doet. De reeder geeft hem een lastbrief, en bepaalt daarin wat het schip zal laden, waar het heen moet, en waar het zal lossen, en wat het te doen heeft na lossing van de vracht.

Natuurlijk kunnen er onvoorziene dingen opkomen, en dan breekt nood wet, en moet de kapitein beslissing nemen, die anders de reeder zelf zou nemen. Maar zulke toestanden van nood uitgesloten, heeft de kapitein niets te doen' dan zijn schip te gebruiken overeenkomstig den lastbrief, en daarna terug te keeren tot zijn reeder en rapport te doen van zijn vaart.

En juist zoo nu staat het ook met een Deputaatschap.

Dit Deputaatschap ontvangt een lastbrief, den last daarin vervat heeft het naar eigen oordeel op de beste manier uit te voeren, in cas van nood heeft het te voorzien in de ongelegenheid, en na volbrachte taak keert het tot de kerken terug en doet rapport.

Juist daarom echter is het eisch, dat een kerkeraad, een classis, een provinciale of een generale Synode, die een Deputaatschap instelt, den lastbrief klaar en duidelijk invulle.

Geen reeder zal in zijn lastbrief schrijven, dat het schip ergens naar Amerika moet, maar bepalen in wat haven van Amerika het moet binnenvallen. En zoo ook moet een Deputaatschap geen last in algemeene bewoordingen ontvangen, maar een welomschreven mandaat, zoodat het nooit zelf te vragen heeft: Wat, maar alleen hoe zal ik gaan uitvoeren?

In dat wat en dat hoe zit al het verschil.

En als een Synode aan Deputaten niet alleen het hoe overlaat, maar ook het zvat door hen laat bepalen, geeft ze eigen recht en roeping prijs, en substitueert ze Deputaten voor zich zelve. En juist dit mag niet.

Wie als vertegenwoordiger van een ander optreedt, kan zijn taak niet rechtens aan derden overdragen.

De leden der Synode vertegenwoordigen de kerken, en kunnen en mogen daarom niet deze vertegenwoordiging der kerken overdragen op Deputaten.

Geen parlement is gerechtigd in zijn plaats een commissie te benoemen, en zelf naar huis te gaan. Plaatsvervanging is hier niet toegestaan. Wie benoemd is, moet zelf dienst doen in eigen persoon.

Anders toch kon een Synode volstaan met in één enkele saamkomst voor de verschillende zaken Deputaten te benoemen, en zelve naar huis gaan.

Doch juist dit mag niet. De Synode heeft zelve te handelen en te beslissen, en mag alleen datgene aan Deputaten overdragen, wat geen nadere beslissing vereischt, maar slechts behoeft uitgevoerd te worden.

Hierbij echter heeft de tijd een zeer ernstig woord meê te spreken.

De beste Synode kan veel dingen slechts voor een betrekkelijk kort tijdperk vooruit zien en vooruit beoordeelen.

Ze kan dat voor enkele maanden, misschien voor een jaar, maar stellig niet altoos voor langer. Geldt het dus zaken, waarin allerlei onvoorziene dingen kunnen voorvallen, en die toch bereddering en uitvoering eischen, en geen uitstel dulden, dan is het voor de beste en scherpzinnigste Synode onmogelijk, zoodanig een besluit en beslissing te nemen, dat ze al wat voor kan komen in haar besluit voorzien heeft. En daar nu ook in het kerkelijke de loop der dingen niet stilstaat, maar rusteloos voortgaat en telkens voorziening eischt, brengt een Synode die Deputaten voor te langen tijd benoemt, deze in de onaangename noodzakelijkheid, om te gaan doen v/at eigenlijk der Synode is, en dan wordt het een Synodale commissie, een soort van plaatsvervangend bestuur.

Voor een enkel onvoorzien, plotseling geval, kan dit nu geen kwaad, wijl de Deputaten dan van achteren goedkeuring kunnen vragen, maar het wordt wel kwaad, als dit zelf-beslissen van Deputaten regel wordt, en moet worden. Gelijk het vroegere groot-Deputaatschap voor de Zending was ingericht, trad dit geheel in de plaats der Synode, en der kerken, en was het wat de Engelschen noemen een Missionary-board. Deputaten beoordeelden alles, regelden alles, beslisten alles, voerden alles uit, en de Synode aan wie zij rapporteerden dééd weinig anders dan formeel en nominaal hun gestie bezegelen.

Niet dat de toenmalige Deputaten dit zoo bedoelden, maar het was eenvoudig zoo, en hiermede was een Synodale commissie, een plaatsvervangend lichaam, een plenipotentiair bestuur in het leven geroepen, dat lijnrecht en principieel tegen de eerste grondbeginselen van het Gereformeerde kerkrecht inging.

Deze Deputaten voeren niet alleen op het 'schip als scheepsraad, maar zett'en den eigenlijken reeder, dat was de kerk, op nonactiviteit, en deden zelven wat alleen de reeder doen kan en mag.

De strijd desaangaande te Middelburg gestreden is dan ook met volkomen succes bekroond. Ten slotte heeft niemand de ongereformeerde instelling vauj zulk een plenipotentiair plaatsvervangend bestuurscollege meer verdedigd.

Het valsche begrip van Deputaat heeft hiermede den doodsteek ontvangen, en het juiste begrip is weer bovengekomen.

Maar op dien cenig goeden weg moet dan ook voortgegaan.

De beslissing van wat uit te voeren is, moet in elk opzicht bij de Synode blijven, en alleen de zvijze van uitvoering moet aan Deputaten worden overgelaten. Doch juist om dit niet tot een wassen neus te maken, moet dan ook de tijd waarvoor ze benoemd worden, zeker perk niet overschrijden, overmits bij te langen duur van hun mandaat, het fziet-voorzicn zijn van wat te beredderen zal zijn, vanzelf weer regel moet worden.

Een gevaar dat daarom te groot^ is, omdat voor de talrijkste en meest invloedrijke Deputaatschappen veelal langen tijd dezelfde leden zullen optreden.

Deze leggen dan ongemerkt op zulk een aangelegenheid de hand. Ze maken er een eigen koninkrijkje van. En ten slotte gaat het alles buiten de kerken om.

Personen treden voor de kerken in de plaats.

En zoo uitnemend als het nu is, dat de kerken met dankzegging aan den Koning der kerk, gebruik maken van de talenten en gaven, die enkele personen in die kerk ontvangen, even afkeurenswaardig zou het toch zijn, zoo de kerken, als een patient bij zijn dokter, geheel de behandeling dom en onwijs aan die enkele personen overheten.

Dan leeft de kerk zelve niet in de dingen meê. Ze denkt er niet over na. Ze vormt er zich geen eigen oordeel over. En eer ze het weet, is ze weer in handen van een ongeregelden clerus gevallen.

Het is juist opdat er nooit eenig gezag op Deputaten worde overgedragen, dat het Deputaatschap strikt en stipt Commissie van tiitvoering moet blijven, en dat, om dit mogelijk te maken, geen Deputaatschap mag worden ingesteld dan voor een periode die de Synode zelve vooraf overzien, kan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 april 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Deputaatschappen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 april 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken