Bekijk het origineel

Buiteuland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buiteuland.

10 minuten leestijd

Rusland.

Toestanden op kerkelijk gebied.

•Van de Grieksche kerk, de overheerschende staatskerk in Rusland kan getuigd, dat zij vasthoudt aan de Athenasiaansche leer van de Drieeenheid, gelijk die in de geloofsbelijdenis van de Nicea gehandhaafd, en nog beleden wordt in de Roomsche, Episcopaalsche en Protestantsche kerken.

De leer der Grieksche kerk komt met die van Rome overeen behalve enkele belangrijke geschilpunten. Zoo erkent de Grieksche kerk de suprematie van den paus van Rome niet; zij houdt het er voor, evenals de Anglicaansche kerk, dat alle bisschoppen denzelfden rang hebben.

Een belangrijk verschil tusschen de Grieksche en de andere kerken bestaat in de leer van de uitgang des Heiligen Geestes. De Grieksche kerk leert dat de Heilige Geest alleen van den Vader, de Roomsche en alle andere kerken, dat zij ook van. den Zoon uitgaat. Men heeft getracht het verschil op te lossen door te stellen dat de Heilige Geest uitgaat van den Vader door den Zoon, doch de Grieksche kerk heeft dit nooit formeel aangenomen.

Het derde punt van geschil is de leer van het vagevuur. De aartsbisschop Philaret van Moscow sprak het idt, dat de toestand van 's menschen ziel na den dood bepaald wordt door zijn inwendige gesteldheid, daar is geen vagevuur, waarin de zielen vreeselijke smarten moeten lijden, om hen te bereiden voor de zaligheid. Wel wordt door de Grieksche kerk beleden, dat voor sommige zondaars wier berouw tot op de ure van hun dood onvolkomen was, veriichting van smart, of zelf» geheele ontheffing van de hellestraffen kan aangebracht worden door de gebeden en offers der kerk, door de eeuwige verdiensten van Christus' dood.

Daarbij verwerpt de Grieksche kerk de Roomsche leer van de overtollige goede werken. Ook wil zij niets weten van de leer van de onbe­ vlekte ontvangenis van de Moedermaagd Maria, door Rome als dogma vastgesteld. Ten slotte wil de Grieksche kerk dat de leden der kerk het H. Avondmaal zullen gebruiken in beide gestalten, zoodat hun zoowel de wijn als het brood bij dit sacrament geboden wordt.

Daar zijn nog andere punten van geschil. Zoo is het ritueel bij de Griekschen anders dan bij de Roomschen. De wijsbegeerte door Rome gehuldigd is meer geschoeid op de leest van Aristoteles; de Grieken houden zich meer aan de philosophic van Plato. Bij de Avondmaalsleer wordt het woord transsubstantiatie in de Grieksche kerk wel gebruikt, maar men bedoelt daarmede niet eene reëele verandering van zelfstandigheid van brood en wijn; maar eene sacramenteele en mystieke.

Er was meer dan twintig jaren geleden een tijd waarin men droomde van eene vereeniging van alle kerken die niet wilden medegaan met de ontwikkeling van de Roomsche leer die haar hoogtepunt bereikt had in de onfeilbaar verklaring van den paus.

De Oud-Roomschen van Duitschland riepen in den zomer van 1874 te Bonn eene conferentie samen onder leiding van bisschop Reinhardt waarop vertegenwoordigers van de Grieksche, Russische, Engelsche en Amerikaansche, Luthersche en Presbyteriaansche kerken verschenen.

Ignatius von Döllinger. was de ziel dier conferentie. Daar werd gesteld, en het werd door allen toegestemd, dat de toevoeging „Filioque" in de geloofsbelijdenis van Nicea, niet langs wettigen weg had plaats gehad. Daarbij werden veertien leerstellingen aangenomen als grondslag voor verzoening. De conferentie zou in 1875 weer saamkomen om speciaal het leerstuk van den uitgang des Heiligen Geestes te bespreken. Deze conferentie werd ook weder gehouden. Een groot aantal vertegenwoordigers van kerken, hoewel niet officieel afgevaardigd was ter vergadering, waaronder Alexander Lykourgos. Aartsbisschop van Syrië. Bryennios, Dr. Philipp Schafif van New-York. Döllinger legde der vergadering een met groote nauwgezetheid opgestelde geloofsverklaring voor, geheel getrokken uit de geschriften van Johannes Damascenus, den Thomas van Aquino der Oostersche Kerk. Het resultaat was de verklaring dat de Heilige Geest van eeuwigheid is van den Vader door den Zoon.

Men ging uiteen in de gedachte dat men een asis van vereeniging voor alle Christenen geonden had, die niet geloofden in de onfeilaarheid van den Paus van Rome. Maar men wam hierin bedrogen uit. De hoop dat eene cheuring van meer dan 1000 jaren in beginsel en einde nemen zou, werd den bodem ingelagen. Nauwelijks was de conferentie uiteen egaan of Dr. Pysey, de vader der Ritualistische ichting in de Anglicaansche kerk schreef een eftig artikel om het leerstuk van den uitgang es Heiligen Geestes uit den Vader en uit den oon te verdedigen, terwijl Dr. J. J. Overbeek, en theoloog van de-Grieksche kerk, een niet inder krachtig betoog leverde voor de leer dat e Heilige Geest alleen van den Vader uitgaat.

Zoowel Dr. Pysey als Dr. Overbeek beweerde dat men aan de tegenpartij te veel had toegegeven. Geen kerk behalve de Oud-Roomsche, heeft tot hiertoe de consensus waartoe men te Bonn kwam aangenomen. De droom van deze uitwendig vereenigde kerk tegenover de uitwendige reinheid van Rome moest blijken ijdelheid te zijn. Tusschen Roomschen en Griekschen zijn meer punten van aanraking dan tusschen Griekschen en Gereformeerden. Dit blijkt uit hetgeen we hierboven schreven. Wanneer men het ook al eens werd over de leer der zaligheid, hetgeen wij niet mogelijk achten zonder wonderen van Gods ontferming, dan zou men toch de hiërarchische kerkinrichting, de vereering van beelden in de kerken moeten verwerpen.

Er bleef den Griekschen kerk nu niets anders over dan zich in eigen boezem te versterken. Sekten in vroegere eeuwen ontstaan handhaafden zich, nieuwe sekten ontstonden, het nihilisme stak het hoofd op, andere revolutionaire woelingen weiden openbaar. Het gevolg was dat men in Rusland er op bedacht werd de Griekschorthodoxe kerk te steunen en te versterken met alle macht. In vervlogen eeuwen was Rusland door haar kerk in staat geweest om de aanvallen van Aziatische heidenen en Mohammedanen te weerstaan, in deze eeuw zou men de revolutie alleen het hoofd kunnen bieden, wanneer de Czaar als zichtbaar hoofd der Grieksche kerk, met alle beschikbare middelen die kerk handhaafde en andere kerken of secten fnuikte. De man die voor dit denkbeeld de laatste Czaren wist te winnen is, zooals men weet, Constantijn Pobedonoszew, opperprocureur van de Heilige Synode te Moskau. Alle maatregelen tot vervolging van Lutherschen, Stundisten gingen van dezen energieken kundigen man uit, die met ijzeren vuist het eenmaal opgevatte denkbeeld doorvoerde, waartoe hij door de nauwe betrekking, waarin hij tot het Russische hof stond, in staat was.

(Wordt vervolgd.)

Noord-Amerika. Beweging in Gereformeerde richting.

In Amerika wordt men er zich sinds een tiental jaren in Gereformeerde kringen steeds meer van bewust, dat de Calvinistische beginselen door de overgroote meerderheid van Theologen en kerken is prijsgegeven. Er zijn verschijnselen, welke doen zien dat er een zoeken is van de oude paden, zonder dat men er op uit is om het oude te repristineeren. De Gereformeerde kerken in Noord-Amerika hebben nog mannen die de banier der Gereformeerde belijdenis omhoog houden. Het is een lust bijv. de laatste jaargangen van The Presbyterian en Reformed Revieiiw na te gaan. Niet dat alles, wat er in dit schoone tijdschrift aangetroffen wordt, zuiver loopt. Maar men kan er artikelen in vinden, waaruit men duidelijk zien kan, dat er een streven is om de leiding des Heiligen Geestes in de Gereformeerde kerken te erkennen en voort te bouwen op het fundament dat eenmaal gelegd werd. Zoo vond men eenige jaren geleden in genoemd drieiuaandelijksch tijdschrift een verhandeling van Dr. A. Kuyper over het Calvinisme en de revisie der belijdenis; ook trof men er een opstel in aan van de hand van Dr. Bavinck, over den stand der theologie in ons vaderland; benevens een over de toekomst van het Calvinisme. Dr. Kuyper's Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid, werd in hetzelfde tijdschrift door Dr. Abel H. Bluizinga uiterst gunstio-beoordeeld, terwijl Prof. Geerhardus Vos in de Presbyterian and Reformed Pevietiw\~iQt e& ïits deel van Dr. H. Bavinck's dogmatiek, in 1895 te Kampen verschenen, aankondigde, het betreurende dat zijn boek, omdat het, als geschreven in de Nederlandsche taal, niet toegankelijk is voor verreweg de meeste Engelschen, te meer omdat volgens Prof Vos Holland op het terrein der dogmatiek de eereplaats weer gaat innemen als het wetenschappelijke bolwerk van het Calvinisme.

Er is meer. In genoemd tijdschrift durft men den strijd aanbinden tegen het oppervlakkige Christendom, dat heden ten dage door de groote menigte die nog Christehjk zijn wil, voorgoede munt gehouden wordt. Men durft ingaan tegen de gangbare theologische voorstellirigen om daartegenover op menig punt de Gereformeerde leer te stellen.

Men loopt ten deze in Amerika denzelfden weg af als wij hier. Immers voor een 20 jaren begon in Nederland door den arbeid van Dr. Kuyper, in de Heraut dezelfde actie, die nu sedert eenige jaren in N.-Amerika de geesten bezig houdt. Voor een twintigtal jaren hield men in Nederland in toongevende Christelijke kringen elk een die niet aan eene algemeene verzoening geloofde op zijn best voor een zonderling. Debetoogen van Dr. Kuyper in ons blad, dat de genade „particulier" is, vonden dan ook zoo al geen wetenschappelijke wederspraak, dan toch hartstochtelijken tegenstand. Maar van lieverlede is men toch aan het onderzoeken gegaan of de Gereformeerde leerstukken wel zoo onhoudbaar zijn, als moderne Groninger en ethische theologen het wilden voorstellen.

Nu verkeert men in Amerika sedert eenige jaren in dezelfde periode. Daaraan hebben wij bijv. te danken dat in de genoemde „Revieuw" een opstel voorkwam van de hand van Prof. N. M. Steffens, „over de leer van het algeheel verderf en de leer des heils". • Daarin wijst de geleerde schrijver er op dat de leer van de zonde op nieuw in al haar diepte moet worden voorgesteld. De hoogleeraar besluit met de woorden : Het is waar, dat wij de oude geschiedenis van Jezus en zijn liefde hebben te vertellen; maar om deze geschiedenis te verstaan in al hare volheid moeten wij ons de moeite geven om ook de oude, oude historie te verstaan van 's men-Kchen eerste ongehoorzaamheid en hare wrange \'ruchten. De vraag is dikwerf gedaan, waarom de prediking niet meer zooveel invloed uitoefent als weleer. Zou het niet zijn omdat Christus en zijn heil niet geplaatst worden in het licht van onzen toestand als zondaars? V/at daarvan zij, zeker is het dat de donkere achtergrond van het algeheele bederf in volle glorie onzen Verlosser en Zijn Werk zal doen schitteren".

Een ander l'heoloog heeft ondernomen om de leer der Gereformeerde Kerk te vergelijken met de in Amerika gangbare denkbeelden omtrent God en Goddelijke zaken. Dit geschiedde in een artikel van de hand van de Heer J. A. De Baun te Fonda N. Y., waarin de schrijver te velde trekt tegen de leeringen die onder eene menigte menschen die rechtzinnig willen zijn gangbaar werden. In de eerste jjlaats ft-ijst de schrijver op de leer van het algemeene vaderschap van God; vervolgens op de leer van 's menschen waarde, daarna op de leer van de zonde als niet saamhangende met Adam's zonde en tenslotte op de algem^eene verzoening door Christus en een algemeene redding, die door de hedendaagsche rechtzinnige predikers wordt voorgesteld, en daartegenover te stellen wat de Gereformeerde kerk omtrent al die punten leert.

Dit zijn slechts staaltjes om te doen zien dat ook in Amerika de bazuin aan den mond wordt gezet om terug te roepen tot de wet en het getuigenis.

WlNCKEL.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 april 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Buiteuland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 april 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken