Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Rusland. Toestanden op kerkelijk gebied.

Rusland is een welig veld voor allerlei secten.

Niet alleen dat de toestanden der Staatskerk daartoe aanleiding geven, maar ook is er bij het Russische volk een sterke trek tot de mystiek.

Er zijn in Rusland meer dan 16 millioen' menschen, die niet tot de Staatskerk behooren.

Er zijn eenige Roomsclien die van huis uit Roomsch geweest zijn; er zijn ook Griekschen die zich onder de suprematie van den paus hebben gesteld, en voor welke de Roomsche hiërarchie o! zoo toegeeflijk geweest is. Zij mogen de Grieksche liturgie gebruiken; hunne priesters mogen gehuwd zijn, deze de Slavonische litanie in plaats van de Latijnsche mif lezen; zij mogen het avondmaal gebruiken onder de beide gestalten van brood en wijn; het is hun toegestaan gerezen brood te gebruiken bij het sacrament; het is hun vergund de apostolische geloofsbelijdenis uit te spreken zonder het Filioque, dat is zonder te belijden dat de H.

Geest ook van den Zoon uitgaat en om warm water in de kelk te doen na de consecratie, gelijk de andere Grieken doen. Wat al concessiën! Rome is dan ook zeer toegevend, wanneer maar de opperheerschappij van den paus wordt erkend.

Voorts heeft men nog eenige millioenen Lutherschen in de Baltische provinciën, die op Zweden werden veroverd. De Staatskerk heeft vooral in de laatste jaren getracht, de Lutherschen tot de Grieksche kerk te brengen door dwangmaatregel op dwangmaatregel. In den laatsten tijd is hierin eenige verandering gekomen, waarover nader.

Millioenen behooren tot de Staroveri of oud-geloovigen, gelijk zij zichzelven noemen, terwijl zij den titel van Raskolniks of „Afgescheidenen" dragen. Zij zijn ontstaan door de reactie die tegen sommige veranderingen in de liturgie gemaakt werden door Czar Peter den Groote en den patriarch Nikon. Allen die van de orthodoxe Staatskerk overgaan tot Raskolniks, worden plechtig herdoopt. De Staatskerk is voor hen het „Babyion" of de Nikoniaansche ketterij; Nikon is de valsche profeet; de Czar de groote Dagon ; Peter de Groote de antichrist ill eigen persoon. Zij willen met denNikoniërs niet eten; de stof van een kamer, waarin een orthodoxe Griek gezeten heeft, wordt weggeworpen. Als een orthodox bij het Paaschfeest hem toeroept: „Christus is opgestaan", antwoorden zij toornig: „Ja, ome Christus is opgestaan, niet de uwe."

Waarom zijn de Raskolniks zoo verbeten op de orthodoxen? Louter op grond van uitwendigheden. Bij het geven van den zegen moeten twee vingers gebruikt worden en niet drie; het kruis moet drie dwarshouten hebben en niet twee of een; de naam Jezus moet met drie en niet met twee lettergrepen worden uitgesproken ; het woord „Hallelujah" mag niet als drie lettergrepen, maar als een eenlettergrepig woord uitgesproken worden! Een van de veranderingen, door Nikon weer weggenomen, is: „Ik belijd een doop door vuur tot vergeving der zonden". De Raskolniks waren zoo gehecht aan dit „door vuur", dat zij hunne dorpen er om in den asch lieten leggen. „Ik kan den eed van trouw gelijk gij verlangt niet afleggen, " zeide een soldaat, tot de sekte der Raskolnik's behoorende; „als ik dit doen mag aan den wezenlijken Czar, den witten Czar, dan doe ik het aanstonds." De witte Czar is afgebeeld als dragende een kroon, op z\y\ schouders rusteen met goud geborduurde mantel en in zijn hand heeft hij een scepter en een aardbol. Maar omdat de Czar van Rusland een uniform draagt en een zwaard aan zijn zijde heeft, houdt men hem voor een gewoon soldaat.

De Roskolniks zijn in tweeen gescheurd; een deel heeft priesters, het andere deel heeft er geen. De eerste soort krijgt zijn priesters van de Staatskerk, meest priesters die wegens wangedrag zijn ontslagen. Ook geeft de Staatskerk aan sommige orthodoxe priesters vergunning om de Raskolniks te dienen en zich naar hunne gebruiken of vooroordeelen te schikken.

Voorts vindt men nog de Douchoborzi, waarvan we reeds in dit blad een beschrijving gaven, en die • een pleitbezorger vonden in den bekenden graaf Tolstoi; de zelfgeeselaars; de zelfverminkers, die letterlijk Matth. 5:30: Indien uw rechterhand u ergert, kap hem af' in toepassing brengen.

Over de „Stundisten", die het meest gelijkenis vertoonen met de Duitsche piëtisten, hebben we ook menigmaal in dit blad geschreven.

Dat het fanatisme dier secten leidt tot allerlei extra-vagantiën, waarvan men in ouder landen niet hoort, is eveneens bekend. Dezer dagen zagen we nog eene afbeelding van vier vrouwen die zich levend hadden laten begraven en die geen spoor van eenigen doodstrijd op het gelaat vertoonden, zoozeer had het fanatisme de verschrikking van den dood weten weg te nemen! Sedert het Nihilisme in Rusland zooveel aanhangers wierf en de secten zooveel afbreuk deden aan de orthodoxe Staatskerk, waarover de Czar onbeperkt gebiedt, is de gedachte, dat men tot eiken prijs de voortwoekering van genoemde machten, die men gevaarlijk achtte voor kerk en Staat, moest stuiten, bij de leiders van het Russische volk gerijpt.

In niemand is die gedachte meer belichaamd dan in Constantijn Pobedonaszew, den procureur der Heilige Synode. Dit lichaam is geheel afhankelijk van den Czar; de leden worden door hem benoemd, en het kan niets zonder zijne autoriteit doen.

Pobedonaszew is de zoon van een hoogleeraar aan een der provinciale hoogescholen.

Hij was de leermeester van den vorigen Czar, Alexander III.

Pobedonaszew werd bezield door de gedachte, dat er voor het behoud van Rusland niets meer noodig was dan één godsdienst en ééne kerk, van de Newa tot aan de Gele Zee. Rusland was door zijn kerk een bolwerk geweest, tegen de invallen van woeste horden uit Azië; de eenheid dier kerk moest het Rijk blijven steunen.

Wel proclameerde Pobedonaszew dat er nergens meer conscientievrijheid genoten werd dan in Rusland, omdat niemand verhinderd werd om zijn godsdienst uit te oefenen, gelijk hij meende dat te moeten doen. Maar vrijheid van propaganda werd aan geen secte gegund.

Propageeren mocht alleen de Grieksch-orthodoxe kerk. Aan de ambtsdragers dier kerk werden allerlei middelen verschaft om de lieden te bev/egen, tot dé Staatskerk over te gaan. De overheid beloofde groote stoffelijke voordeden, wanneer men dien stap deed. En wanneer men zich daardoor liet verlokken en lid geworden was der Staatskerk, dan kon men er niet aan denken om dien stap ongedaan te maken.

Immers zulk een was dan Grieksch-orthodox en het stond geen predikant vrij om, als hij b.v.

Luthersch geweest was, hem na herroeping van zijne dwaling, weder tot het gebruik des Heiligen Avondmaals toe te laten. Deed een leeraar dit toch, dan werd hij met gevangenisstraf, met ontzetting uit zijn ambt, ja met verbanning naar Siberië bedreigd. Evenzeer was dit het geval, wanneer een godsdienstleeraar het waagde om van den kansel de dwalingen der Grieksche kerk aan te toonen. Die kerk mocht niet aangevallen worden. Daarbij was het 't streven om in de Oostzee provinciën, de Duitsche hoogere en lagere scholen te Russificeeren en de leerlingen er toe te brengen, in het gareel der Grieksche kerk te loopen.

Dit alles geschiedde stelselmatig. Protestanten en Roomschen, allen moesten orthodox in Griekschen zin worden. Waar men dit niet kon door zendeUngen en ijveraars, daar geschiedde het met geld. En dit niet alleen in Rusland, maar ook daarbuiten. Servië en Bulgarije hebben de werking van het stelsel van Pobedonaszew ondervonden.

Heeft de thans regeerende Czar het bemerkt, dat zijn naam door steeds meerderen gevloekt werd? Is hij gaan inzien, dat hij om den wille van het bondgenootschap met Frankrijk, een andere politiek moet gaan volgen?

Dit is zeker, Pobedonaszew bekleedt niet meer het gewichtige ambt van opper-procureur der Allerheiligste Synode. Men beweert dat hij uit zijn ambt ontzet , verd door Czar Nicolaas II, die Pobedonaszew niet meer wilde volgen op den weg, zoo lang door zijn vader bewandeld.

ïn de laatste jaren scheen het ook al, dat zijn invloed gedaald was. Er werd niet meer zoo hittig vervolgd en naar Siberië gezonden. Rechtsgedingen v/egens beleediging der Grieksche kerk, te voren zoo dikwijls voorkomende, hadden schier niet meer plaats. Zou de tijd aanbreken, dat ook in Rusland vrijheid van conscientie zal worden gegund?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 april 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken