Bekijk het origineel

Pilatus en Herodes.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pilatus en Herodes.

10 minuten leestijd

Amsterdam, 15 April 1898.

In het gezicht van Golgotha hebben Pilatus en Herodes Antipas hun oude veete afgelegd en zijn uit gemeenschap van belang en van hart „vrienden" geworden.

Sinds hooren ze in de historie bijeen.

En zoo is het verstaanbaar, dat Prof. Dr.

J. Woltjer na eerst Pilatus ten voeten uit geteekend en in een lijst van zijn tijd gezet te hebben, zich thans opgewekt gevoelde, om hem zijn pendant te geven in Herodes' vader, Herodes den Groote. De man zelf was voor zulk een studie niet belangrijk genoeg.

Niemand vatte dit op, alsof Herodes dus slechts dienst deed, om de leege plek aan den wand tegenover Pilatus te vullen. Meer dan één toch zou met de balans voor zich allicht met ons oordeelen, dat zijn „Herodes" het nog wint.

Deze Herodes is eerst in drie plaatsen „gelezen".

Nu voor hoorders, die een degelijk stuk, al is het wat lang, en al loopt het over wat rijken inhoud, aan kunnen, moet die lezing een genot zijn geweest. Maar toch verstaan we het, dat meer dan één, wien de gave der receptiviteit niet in die mate geschonken was, tegen zulk een stroom van feiten en gebeurtenissen en overwegingen het ten slotte opgaf.

Eerst bij lezing komt dit schoone stuk dan ook tot zijn recht.

Maar die lectuur is het dan ook overwaard, ook al is men geen predikant, en al is Herodes niet juist aan de beurt van behandeling voor de schoone dagen van het Kerstfeest. Zelfs met het oog op den Herodes die met Pilatus vriendschap sloot, is deze breede teekening van zijn vader belangrijk.

Van Herodes den Groote toch is betrekkelijk veel bekend. Zijn biographic kan tot in bijzonderheden worden nagegaan. En Prof. Woltjer was er geheel de man naar, om dat eens nauwkeurig en volledig te doen. Inzage van het stuk toont dan ook genoegzaam wat studie en zorge er én aan het stuk zelf én aan de belangrijke Bijlagen besteed is.

Juist deswege lacht dit stuk ons toe om tweeërlei motief Vooreerst omdat het een uiterst gewichtig oogenbHk in de geschiedenis der Openbaring op zoo belangwekkende wijze toelicht. En ten andere omdat het als proeve kan dienst doen, hoe zulk een studie moet worden aangelegd, om er voor de Openbaring het ware profijt van te hebben.

De jaren waarin de Christus geboren werd, zijn de beslissende jaren voor heel de wereldhistorie en voor de aanraking van het Oosten en Westen met elkander. Gemeenlijk nu stelt men het zich voor, alsof de geboortegeschiedenis van den Christus en wat daaraan voorafging en er op volgde, als we zoo zeggen mogen op wit doek, en zonder achtergrond, geteekend is.

Maar als men nu, gelijk Prof Woltjer deed, zich de moeite gunt, om zulk een persoon als Herodes van nabij te bezien, dan merkt men, dat het heel anders was, dat zich in Juda en Jeruzalem destijds een uiterst belangwekkende worsteling afspeelde, en dat deze worsteling in het paleis van Herodes op het nauwst saamhing met heel het verleden van Israël en met schier alle factoren van den toenmaligen tijd. De Kribbe staat dan niet meer geïsoleerd, eri Herodes die het Kindeke in de Kribbe ter dood wil brengen, is niet meer een magische verschijning, die er zoo bij komt, maar heel de omgeving van die Kribbe begint dan voor u te leven; ge begint u in het toenmalig Juda en Jeruzalem thuis te gevoelen; en opeens valt er op alles wat u verhaald wordt een heel ander licht.

De anders zoo raadselachtige kindermoord van Bethlehem wordt bij het licht, dat deze lezing spreidt, dan ook zoo natuurlijk, dat ge haast, nog eer de Wijzen uit het Oosten in Jeruzalem zijn, u afvraagt of Herodes niet, wreed als altijd, niets ontzien zal, om dat Messias-kindeke uit den weg te ruimen.

Doch ook over het geheele leven der Maria's en Simeons en Anna's uit die dagen wordt door wat ge hier verneemt, zooveel rijker en breeder licht geworpen.

Hoor slechts wat de schrijver er zelf van zegt:

Stelt u het leven dezer eenvoudigen voor, M. H., in het licht dat de geschiedenis werpt over die donkere dagen.

Simeon en Anna hebben den geheelen tijd van Herodes' regeering doorleefd en nog een veertigtal jaren, die daaraan voorafgingen. Zij hadden het bijgewoond hoe twee broeders uit het huis der Maccabaeën elkander beoorloogden en meer dan eens den tempelburcht belegerden, hoe daarna de veldheer der heidensche Romeinen onder eene vreeselijke slachting Jeruzalem en den tempel had ingenomen en zelfs het heilige der heiligen had betreden; hoe daarna diezelfde tempel door Crassus was geplunderd, hoe Herodes tweemaal de stad had belegerd en, toen hij haar had ingenomen, opnieuw stroomen bloeds hadden gevloeid. Zij waren er getuige van geweest hoe de Edomiet had geregeerd, heidensche feesten Ingevoerd, hoogepriesters afgezet en aangesteld, ja ' ermoord. Zijne verwanten, zijne vrouw, zijn eigen zonen, omgebracht. Hun hart was ineengekrompen, toen zij het godsdienstig en zedelijk verval in het roemruchte huis der Hasmonaeën hadden gezien, hadden aanschouwd dat het door onderlingen haat en veete te gronde ging. Zij hadden de verwildering van het volk gadegeslagen, van rooverbenden hier enrooverbenden daar gehoord. Gods verdervenden engel hadden zij zien nederdalen, toen in 't voorjaar van 31 V. C. het land geteisterd was dooreene ontzettende aardbeving, waarbij 30, 000 menschen om het leven kwamen, toen in het 13de jaar van Herodes' regeering eene vreeselijke hongersnood gepaard met pest het arme volk had bezocht. Zij hadden gezucht onder de uitmergeling van land en volk, dat door zware lasten te gronde gericht werd om aan de heidensche bouwwoede van den tyran te voldoen, terwijl elke uiting der vrijheid in bloed werd gesmoord.

En boven dat alles, wat duisternis hield de geesten 'omvangen! De afval werd dagelijks grooter; ongeloof en bijgeloof namen de overhand; de getrouwen waren weinig geworden onder de menschenkinderen. Lang, zeer lang reeds was geen stem eens profeten meer gehoord. Het scheen dat God zijne beloften vergeten, zijn volk verlaten, zijn erfdeel aan de heidenen had overgegeven.

En toch, waar zij in de duisternis wandelden en geen licht hadden, betrouwden zij op den naam des Heeren en steunden op hunnen God.

Zij verwachtten de vertroosting Israëls.

Want Gods verbond staat eeuwig vast.

Zoo staat geen berg, geen rots! En toeft Hij al, Hij kent zijn tijd, Hij komt. Hij komt gewis!

Beoordeel naar dit ééne citaat de geheele lezing, en ge gevoelt aanstonds hoe diep dit stuk Herodiaansche historie in geheel de gewijde geschiedenis ingrijpt.

Dit is het dan ook wat we in de tweede plaats bedoelden, dat deze studie een proeve biedt van de wijze, waarop zulke onderwerpen te behandelen zijn.

Reeds in vroeger dagen heeft Bynaeus in twee leerzame en geleerde studiën, waarvan de gekruiste Christus de meest bekende is, een poging gewaagd, om uit de Grieksche en Romeinsche geschiedenis en oudheden alle bijzonderheden bijeen te zamelen, die het Evangelisch verhaal konden toeHchten, en vooral voor zijn tijd was Bynaeus' studie voortreffelijk.

Sinds zijn allerlei dege studiën verschenen, om ons den tijd van Jezus' optreden op alle manier in levendige kleuren voor oogen te stellen. Maar toch in de meeste is evenals bij Bynaeus te veel de geleerdheid, te weinig het geloof aan het woord.

Maar hier in Prof Woltjers stuk gevoelt ge, dat een man van studie maar ook des geloofs bezig is, om het geloof te sterken, te verhelderen, te verrijken.

En dat doet hij, niet door naast zijn studie een soort preek te plaatsen, maar door de feiten en gebeurtenissen zoo te ordenen, en zoo geestelijk te doorzien, dat ge ten slotte een diepen blik kunt slaan in het wonder bestel uws Gods, die alle deze.dingen destijds zoo geordend heeft, dat de diepe tegenstellingen, die Hij zelf eenmaal gezet had en waar niemand meer aan dacht, toch haar voleinding en haar oplossing vinden.

Slechts één voorbeeld geven we hiervan:

Ook zal niemand de huichelarij tegenover de magiërs en de wreedheid, waarmede hij in Bethlehem en omstreken alle kinderen van twee jaar en daar beneden laat ombrengen, in eenen man als Herodes verwonderen. Maar wie acht geeft en dieper ziet merkt in dit feit veel meer dan het, oppervlakkig-beschouwd, schijnt in te houden.

Als de Evangelist den kindermoord heeft vermeld, gaat hij voort : „Toen is vervuld geworden 't geen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: Eene stemme is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende hare kinderen en wilde niet vertroost wezen, omdat ze niet zijn."

't Is Rachel, die hare kinderen beweent, on-, schuldig vermoord door Ezau's zoon, maar Rachel was het liefste wat Jakob bezat.

Ook hier, M. H., moet U weer treffen de diepe opvatting der gebeurtenissen in de H. Schrift. Altijd ziet zij het heden in 't verleden en in de toekomst, doch niet als mechanische werking van oorzaak en gevolg, maar als uitvoering van Gods eeuwigen raad.

De H. Schrift vat de menschen en hunne handelingen niet atomistisch op, los van elkander en los van hun verleden. Steeds treedt het verband van familie, stam, volk en het geheele menschelijke geslacht in het licht, ofschoon toch aan het individueele zijn niet wordt te kort gedaan. Zoo doet ook de ware historie.

In ieder geslacht en in ieder volk vindt men op verschillende tijden personen, die meer dan anderen de eigenaardige karaktertrekken van dat geslacht of dat volk in zich vertoonen, hun typen zijn. Dat typische kan zelfs op atavistische wijze weer optreden, wanneer de toestanden van een volk geheel zijn gewijzigd. Zoo treedt na een jaren lange onderdrukking van eene natie, na inlijving van een land, soms onverwacht een man op, die in sterke mate, als 't ware geconcentreerdj het oude vrije volkskarakter vertoont, onder wiens vanen een strijd voor het herstel van het vrije volksbestaan wordt gevoerd.

In het leven van geslachten en volken werkt een organisch principe. Zooals in plant of dier de physische en chemische krachten staan onder de beheersching van eene onzichtbare vormende kracht, zoo staan ook de individueele werkingen in het leven van eenen persoon onder de leiding van het volkstype, zooals het zich historisch gevormd heeft.

Maar zoowel dit individueele bestaan met al de werkingen, die er van uitgaan, als de geest van het volk, die de individuen beheerscht, staan onder de leiding van Gods raad en wil, die, ook organisch werkend, deze en andere factoren beheerschend, ze regelt en bestuurt, om door den loop der eeuwen heen het vooraf bepaalde einddoel te bereiken.

In dat verband gezien wordt ons ook het leven van Herodes klaar. Hij was een mensch als onzer één.

Dat de zonde bij hem op zoo ontzettende wijze doorbrak, verklaren wij daaruit, dat de algemeene genade Gods, die het naar buiten treden en doorwerken der zonde tegenhoudt, bij hem zich had teruggetrokken. Zijn volk lag onder het oordeel; het - was, naar des profeten woord, een volk op hetwelk de Heere vergramd is tot in eeuwigheid, eene landpale der goddeloosheid. In hem openbaarde zich dat karakter als het ware op typische wijze.

Ik noemde hem eenen man van God verlaten, en bedoel daarmede: overgelaten aan het goeddunken zijns harten, zoodat zijne driften en hartstochten den vrijen teugel hadden.

Het volk van Edom «vas niet van natuurlijke gaven onbloot: zijne wijsheid wordt geroemd bij de profeten. Ook daarin was Herodes een man van zijn volk, evenzeer als hij een zoon van Ezau was in zijne liefde voor de jacht en oefeningen van het lichaam.

Als Edomiet van zijnen tijd was hij gewoon aan het uiterlijke van Israels leven, maar zijn hart stond er tegenover als Ezau tegenover Jakob.

En nu ligt natuurlijk niets verder van onze bedoeling, dan dat een predikant bij de prediking van het Kerst-Evangelie alle deze bijzonderheden uit de zoo drukke historie zou moeten aanhalen, en tot de gemeente brengen.

Dat zou ons Kerstfeest vermoorden.

Maar wat wel mag geëischt is, dat de prediker op het Kerstfeest in alle deze dingen thuis zij, en uit dien rijken achtergrond der historie spreken kunne.

Dan spreekt men vanzelf met volle overtuiging. Dan voelt men dat men historie en geen losse verhalen behandelt. En al kent dan de gemeente alle deze bijzonderheden niet, ze voelt dan toch aan heel de predikatie, dat er licht voor haar op heel het verhaal viel, en met dat licht warmte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 april 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Pilatus en Herodes.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 april 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken