Bekijk het origineel

Op Ceylon.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Op Ceylon.

6 minuten leestijd

I.

Waren onze vaderen in hunnen zendingsarbeid op het eiland Amboina niet onvoorspoedig, dat was ook het geval inet het eiland Ceylon, dat tot het jaar 1796 tot de bezittingen der Nederi. Oost-Indische Compagnie in Azië heeft behoord. Ceylon ligt niet ver van de Zuidkust van Voor-Indië, tegenover Koromandel; en bestaat uit een hoogvlakte, die zich 600 M. en hooger boven den zeespiegel verheft. Dit uit graniet en gruis bestaand bergland, gaat langzamerhand in eene uit zandsteen gevormde heuvelenrij over, welke zich naar het Oosten, het Zuiden en het Westen in een vlakke kuststreek verliest. Naar het Noorden echter bevindt zich een ver uitgestrekt laagland, dat hoe langer hoe smaller wordt, waardoor het eiland den vorm van een peer krijgt.

Het Zuiden van Ceylon is veel vruchtbaarder dan het Noorden. De rijke plantengroei van gene vindt men slechts op de kusten en de noordelijk gelegen eilanden.

De oude hoofdstad en koninklijke residentie van Ceylon is Kerdy, in eene ovcrschoone natuur gelegen.

Ons _ eiland is voor het grootste gedeelte bewoond door Singaleezen, een gemengd volksras'J Ijestaande uit de oorspronkelijke inwoners des'eilands en de van het vasteland overgekomen volksverhuizers. Naast dezen vindtrnen er de Tamielen, die vooral in het Noorden zich gevestigd hebben. Ook zijn er nog overblijfsels van de oorspronkelijke inwoners, de Veddah's genaamd. Eindelijk treft men hier nog aan de zoogenaamde „Burghers", nakomelingen van Europeanen, meest Indo-Portugeezen of Indo-

Hollanders. De regeering kiest meestal uit deze menschen hare schrijvers, daar zij twee talen machtig zijn. Ofschoon zij den Europeanen gelijk gesteld zijn, worden zij toch in Europeescbe kringen niet voor vol aangezien, waarover zij zeer gevoelig zijn.

Het getal inwoners van Ceylon bedraagt thans 2.500.000 zielen, over een uitgestrektheid van 1150 vierkante mijlen. Sinds 1815 is het koningschap op dit eiland afgeschaft. Oorspronkelijk waren de Ceyloneezen allen vereerders van demonen, aan wie zij alle rampen toeschreven, die den mensch treffen. „Elk ongeluk, elke ziekte had, volgens dit stelsel, een demon (boozen geest), wien ter voorkoming of afwending van het kwaad, offeranden werden gebracht". De beelden dezer afgoden hadden eene vreeselij ke gedaante, sommige eenen reusachtigen menschelijken vorm met honderd armen, van folterwerktuigen voorzien, andere eene gedrochtelij ke gedaante. De De wallas of tempels van deze afgoden werden door vele bedevaartsgangers bezocht. Niets deed de vereerder dezer demonen, zonder te voren den priester te hebben geraadpleegd. Deze afigoderij_ is thans gedeeltelijk verdrongen, gedeeltelijk opgenomen in het Brahmanisme, de religie der overwinnaars van de eerste bewoners des eilands, dat in het Noorden zich gehandhaald heeft.

In het Zuiden echter is het Brahmanisme verdrongen door het in de 3e of 4e eeuw voor onze jaartelling ingevoerde Boeddhisme, welks stichter in de 5e eeuw voor Christus optrad, met hef voornemen de menschen gelukkiger te maken dan eenige religie kon doen. Die toch en vooral het Brahmanisme, waarmee hij in het bijzonder in aanraking kwam, handhaafden kasten of standen in de maatschappij, waarvan het gevolg moest zijn de onderdrukking der lagere door de hoogere. Hij ontkende het bestaan van een macht, waaruit alle dingen zijn. Hij stelde zich voor de ellende der wereld, welke uit de trek naar het leven ontstond, te vernietigen, 't Streven des menschen moet dus zijn in zijn ziel elke begeerte te dooden. Is dit gelukt, nadat de ziel meermalen van het eene lichaam in het andere is verhuisd, dan zinkt zij weg in het Nirwana of niets, houdt zij op te bestaan. Dit voorrecht kan volgens Cakyamorini (stichter van het Boeddhisme) verkregen worden langs den weg van de schrikkelijkste zelfpijnigingen. Het monnikenleven acht het Boeddhisme op dien grond het voortreffelijkste middel om de ellende spoedig te overwinnen.

Verwonderlijk is het, zoo spoedig als het Boeddhisme zich over Oostelijk-Azië verspreid heeft. Nergens heeft het zich echter op den duur kunnen staande houden tegenover het Brahmanisme dan ten koste van zijn eigenlijke leer, want het heeft thans een godenleer en verheft het Nirwana tot een paradijs. En ook in dezen vorm oefent het weinig invloed, behalve in Ceylon. Eigenaardig is echter onder dit alles het bestaan der kasten bij de Boeddhistische Singaleezen. Deze verdeeling heeft echter meer een staatkundig dan een godsdiensdg doel. Die het land bebouwen behooren tot de hoogste klasse en tot de laagste de Rhodia, de afstammelingen van melaatschen. Hunne aanraking maakt onrein en onder hen geplaatst te worden is grooter straf dan die des doods.

De huwelijken worden op Ceylon meest door de ouders gesloten, zonder dat er rekening gehouden wordt met de neigingen van het meisje. Op zijn 16e jaar is de jongeling manbaar. Wat. men echter in een zoo zuidelijk klimaat niet zou verwachten, ziet men toch op Ceylon, . dat er namelijk de Polyan drie (één vrouw met vele mannen ge­ huwd) veelvuldig voorkomt, daar toch de Polygamee (een man met vele vrouwen gehuwd) daar slechts bij de Mohammedanen voorkomt.

Vreemd is de wijze, waarop de Singaleezen hunnen kinderen namen geven. De tijd daartoe moet de sterrewichelaar bepalen, mits die valle in de 5e, de 9e of de iie maand na de geboorte des kinds. De bloedverwanten worden dan uitgenoodigd en de moeder geeft het kind rijst in den mond. Precies op het oogenblik, door den wichelaar daartoe aangewezen, nadert de vader het kind en fluistert hem zijnen naam in het oor. Niemand der aanwezig; en toch mag dien hooren; vele Ceyloneezen zouden zich in later jaren schamen, hem hardop te zeggen en de meesten weten hem in het geheel niet. In het dagelijksch leven noemen zij elkander de zwarte, de roode, de kleine, waaraan men tot onderscheiding toevoegt de aanduiding van zijn stand.

De aanzienlijke dooden worden verbrand, de andere begraven met het hoofd naar het westen. De asch der verbrande lijken wordt 7 dagen na de verbranding in een urn verzameld, bij welke gelegenheid een Boeddhistisch priester eene vermaning uitspreekt. De urn met de asch der koningen word aan een' gemaskerde gegeven, die in een boot er meê roeit naar het midden eener rivier en dan in 't water springt, om nooit meer gezien te worden.

De Singaleezen zijn bekend door hunne volharding in lijden en tegenstand. Huichelarij, twistgierigheid (vooral bij vrouwen), wraakzucht, leugenachtigheid, bedriegelijkheid, zedeloosheid zijn hunne hoofdondeugden.

De eersten, die hen met het Christendom bekend gemaakt hebben zijn de Portugeezen.

DE GAAY FORTMAN,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 mei 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Op Ceylon.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 mei 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken