Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

5 minuten leestijd

Engeland.

De heer Kensit tegen de Ritualisten.

De heer Kensit, van wie wij reeds in een vorig nummer spraken, doet in Engeland van zich gewagen. Hij heeft een vijftigtal aanhangers rondom zich verzameld en loopt in Londen de Anglicaansche kerken af en protesteert dan daarbij op luidruchtige manier tegen de Roomsche ceremoniën, die daar steeds meer in zwang komen. Hij werd daarvoor in het politiebureau gebracht en beboet. Het ergst maakte hij het in de St.Michaëlskerk, een kerkgebouw in Shoroditch, waar hij zooveel opschudding verwekte, dat de dienst voor een oogenblik moest gestaakt worden. De aanleiding daartoe was het zegenen der aanwezigen met wijwater. Toen ook hij met zijne volgers besprengd werd, meende hij reden te hebben tot een luidruchtig protest.

Hierbij keerde de heer Kensit de rollen om; hij zag in deze besprenkeling eene persoonlijke beleediging en klaagde den dienstdoenden predikant aan bij de rechtbank.

De rechter had in 't eerst niet veel lust om de klacht van Kensit in ontvangst te nemen, maar ten slotte nam hij er notitie, van en zal deze zaak voor de Engelsche rechtbanken dienen.

De bisschop van Londen heeft aan den heer Kensit beloofd, de zaak van de ceremoniën in zijn bisdom te zullen onderzoeken, en zoo is deze heer voorloopig gerust gesteld.

Doch dit daargelaten, is datgene wat de heer Kensit voor de aandacht van het publiek bracht, van groote beteekenis. De pers moge den heer Kensit voor een man houden, die er op uit is, om van zich te doen spreken of die door fanatisme gedreven wordt, de beweging, waartoe zijn optreden aanleiding gaf, is van groote beteekenis voor het kerkelijk leven in Engeland.

Wat toch is het geval?

De andere en voorzichtige leden van de Hoog-kerkelijke partij, keuren het optreden van de jongere predikanten, die steeds meer Roomsche ceremoniën invoeren, hoogelijk af. De jongere Ritualisten leeren dat alles wat zij voor „Katholiek" houden en niet uitdrukkelijk in hèt Prayer-book verboden is, in hun kerk rpag worden ingevoerd. Zoo is er onlangs op Goeden Vrijdag weer iets nieuws bij gekomen en wel „de vereering van het kruis." Deze handelwijze rust op de bewering, dat elk rector of vicon van eene kerk, in het stuk der liturgie, zijn eigen meening mag volgen. Opmerkelijk genoeg, heeft de bisschop van Londen getoond dit gevoelen te deelen, door tot den heer Kensit te zeggen, dat wanneer hij in eene kerk niet kon vinden waaraan hij behoefte had, hij waarschijnlijk zijn verlangen kon vervuld zien, door ter kerk te gaan naar eene naastbijgelegen kerk.

Dit gevoelen is feitelijk in strijd met de begmselen, waarop de Episcopaalsche kerk is gebouwd en maakt van haar een groep indepentistische gemeenschappen. Het is ook in strijd met de staatswet. Immers nog altijd geldt voor de Episcopaalsche kerk „the Act of Uniformity}'\\'a.a.tb\] uitdrukkelijk wordt voorgeschreven, hoe de dienst in de Engelsche staatskerk moet worden gehouden. Tweeduizend Independenten, de vaders der tegenwoordige Congregationalisten, werden uit de staatskerk gedreven, enkel en alleen omdat zij zich niet konden onderwerpen aan datgene wat de „Act of Uniformity" bepaalde. Nu erkent de bisschop van Londen, dat er rechtens verscheidenheid van vormen bestaan in een kerk, wier liturgie bij de staatswet is vastgesteld, en dat de predikant, gesteund door het publiek, dat diens godsdienstoefeningen bezoekt, vrijheid heeft om den dienst te wijzigen naar eigen goedvinden.

Te vergeefs betoogt de heer Kensit, dat volgens e de wet in de kerk van zijn parochie een dienst moet gehouden worden, in overeenstemming met de wet, dat hij daartoe niet behoeft te gaan naar een genabuurd kerkgebouw.

Is het te verwonderen, dat sommige leiders van de Hoog-kerkelijke partij in Engeland, in het standpunt dat de bisschop van Londen inneemt, gevaar zien? De voorrechten die de Episcopaalsche kerk thans geniet als staatskerk, kon zij op die manier wel eens verliezen. Al­kon zij op die manier wel eens verliezen. Althans de Dissenters zijn druk in de weer op het onrechtvaardige van den toestand te wijzen en daartegen te agiteeren. Wanneer de rechter in de zaak van Kensit vonnis zal gewezen hebben, zal die agitatie denkelijk nog toenemen.

Van harte hopen wij, dat de achtergrond van het streven van den heer Kensit, de zucht is, om voor het volk van Engeland de geestelijke goederen te bewaren, die door de reformatie geschonken zijn.

Transvaal. Een uitnemend antwoord van president Krüger.

De herkiezing' van den president Krüger is bijzonder tegengewerkt door menschen die, al durven zij er niet openlijk voor uitkomen, toch in stilte niet tegen eene annexatie door Engeland opzien. Daartoe moest de persoon van den president verdacht worden gemaakt. In de pers, die Krüger vijandig gezind is, werd voor de presidentsverkiezing het volgende schijnvrome betoog gevonden: Een land wordt met Gods oordeelen bezocht om de zonden van zijn voorgangers; de Transvaalsche republiek is eerst gestraft doofr den inval door jiameson en daarna door de vreeselijke runderpest die duizenden beesten deed sterven. Daar ­pest die duizenden beesten deed sterven. Daaruit volgt dat de president wel veel voor zijn rekening moet hebben. Deze dingen in zalvende taal gesproken, maakten op sommigen indruk.

Althans op zijn reis door de Transvaal vóór zijne verkiezing als president, gaf hij, toen iemand hem op een openbare vergadering de vraag stelde: „Hoe komt het toch, dat ons land zoovele rampen treffen? " het volgende waardige antwoord: „Velen zeggen dat het mijn schuld is. In vroeger tijden werd het Israëlitische volk, dan eens gestraft om hun koningen, en dan weder om hun eigen zonden. Laten wij aannemen, dat wij alleen gestraft worden om onze eigene zonden en laat ons niet met den vinger op een. ander wijzen en onze eigene zonden voorbijzien."

Zij, die gehoopt hadden dat de president een scherp antwoord geven, of met bitterheid de beschuldigingen die hem naar het hoofd werden geslingerd, van zich werpen zou, werden dus door dit antwoord, dat getuigt van wijsheid en van een leven in de vreeze des Heeren, beschaamd. De Heere blijve dien staatsman en belijder van den Christus nabij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 mei 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 mei 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken