Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Dr. J. H. Gunning, van Utrecht, had de vriendelijkheid ons een afdruk te zenden van zijn recensie van de Flakkeesche Psalm-editie met Liturgie.

Uit hoofde van het waardeerend karakter van deze recensie geven we het begin ervan hier een plaats. Deze uitgave, zoo schrijft hij : Deze uitgave der Psalmen is een der schoonste, die ik ken. De druk der noten is duideHjk en voor een kerkboek zelfs bijzonder fraai te noemen.

Het formaat is practisch en handig, althans voor de gemeenteleden; als ik organist was, zou ik het liever niet gebruiken, omdat de coupletten vaak onderaan den regel allerongelukkigst afbreken, en ik gaarne een geheel vers op het orgel vóór mij heb.

Wat ik niet begrijp is, dat hier niet de vioolsleutel gekozen werd; hoe welkom zou eene transpositie in passende toonaarden geweest zijn! Hoe gemakkelijk zou het krediet dezer broederen de zoo gewenschte verandering van een sleutel, dien niemand meer kent, in den algemeen-gebruikten vioolsleutel, hebben aannemelijk gemaakt bij velen, die nu vanzelf weer voedsel krijgen voor hun vooroordeelen!

Ook kon er m. i. wèl een weinigje gezift zijn wat de ingeslopen, toevallige verhoogingen in de melodie aangaat. Men had ze misschien niet alle kunnen weglaten, maar ze dan toch boven de noten kunnen aangeven. Eene vergelijking met oude Fransche gezangboeken had hier uitstekende diensten kunnen bewijzen. Zie bijv. eens den vierden regel van Psalm 23! Waartoe al die verhoogingen ?

Zonder de kruisen is die regel bepaald T/^^? schooner, en de organist wordt er niet zóó door tot wanhoop gebracht als nu vaak het geval is.

Kortom, hier zou ik gaarne wat doortastender hervormingen zien aangebracht! Ik weet wel — de meeste kerkgangers geven om noten noch muzieksleutels, en zingen of schreeuwen maar na wat hun orgel of voorzanger aangeeft, (indien zij al niet volkomen als vrijbuiters uitgaan, en er maar op los brullen!) maar de drie geëerde uitgevers van dit Psalmboek zijn veel te veel mannen van goeden smaak en kunstzin i), om niet te wenschen, dat het

lied, het gemeentelijk gezang in hunne kerken, eene grondige reformatie mocht ondergaan. En om dat mogelijk te maken, moet men met zulke betrekkelijk kleine corrigenda beginnen. Ook de oude Romeinsche cijfers boven de Psalmen en hunne Pauzen zou ik door de gewone cijfers vervangen. Hoe meer men waarlijk familiaar .met zijne Psalmen wordt, des te beter burgeren ze in. Ook zou in eiken nieuwen regel op een nieuw systeem laten beginnen, wat m. i. een groot gemak zou aanbrengen, ook al dijde het formaat wat uit.

Zietdaar enkele op-en aanmerkingen op deze uitgave van ons oude, geliefde Psalmenboek, die echter niet verhinderen kunnen, dat ik deze handige, kloeke letter en dezen duidelijken notendruk almee onder het beste reken, dat wij van dien aard bezitten, zoodat ik onmiddellijk mijn jarenlang gebruikt exemplaar, dat mij gedurende mijne gansche Evangeliebediening bij het opzoeken van een psalmvers diensten bewees, door deze editie vervangen heb.

Beslaat de muziek 256 bladzijden, met de Formulieren en de Liturgie begint eene nieuwe pagineering, die tot blz. 123 doorloopt.

Deze uitgave der Formulieren van eenigheid en van de Liturgie der Gereformeerde Kerken in Nederland begroet ik als een daad van moed en als een monument van grondige studie.

Van moed! Want elk die de vooroordeelen kent, die het vrome volkje gewoonlijk tegen alles wat »nieuw" is koestert, vooral wanneer dat nieuwe naar hun meening met »de waarheid" samenhangt, moet zich verblijden, dat de Heeren Rutgers c. s. het hebben gewaagd aan »de Gereformeerde Kerken" een tekst der verschillende formulieren aan te bieden, zóó verschillend en vaak zóó geheel anders luidend dan wat men sedert eeuwen gewoon is te hooren. Ik kon niet nalaten te denken aan het bekende: »quod licet lovi, non licet bovi".

Wanneer een iisynodaal" man eens zulk een uitgave had bezorgd, al was zijne liefde en toewijding voor de Gereformeerde waarheid ook even groot als de hunne, zou zij éénige kans van welwillende opname aan de overzijde gehad hebben?

Maar ten andere getuigt dit eenvoudig er uitziend boekske van kolossale studie, en wel van een zóó peuterige, afmattende, de uiterste nauwgezetheid vereischende studie, als slechts zij ten volle kunnen waardeeren, die zich op dit terrein óók wel eens bewogen hebben. Er bestaat sedert eeuwen geen vaste, officiëele tekst van onze Liturgie, en de uitgevers hebben er maar op los gedrukt. 7/zer werd iets ingevoegd, ddér weer wat weggelaten, elders weer een woord of zinsnede op eigen houtje verbeterd, veranderd, toegelicht, en zóó is er eindelijk een volkomen willekeurige tekst ontstaan, dien de Heeren Rutgers c. s., mannen van orde en vastheid als zij zijn, naar goede grondbeginselen hebben uitgezuiverd. Zij hebben zich ten doel gesteld den officiëelen tekst, zooals die door de laatst gehouden Nationale Synode is gearresteerd of aangegeven, weder te doen herleven, maar - en dit is uitnemend - in de taal van onzen tijd. De taal toch is een levend iets en groeit met een volk mede.

Een woord heeft thans vaak eene geheel andere d beteekenis gekregen dan honderd of tweehonderd k jaren geleden, en daarom moet dikwijls, juist o/rf^^ l de zin en de bedoeling onveranderdzowAen blijven, z het woord veranderd worden. Hoeveel taalkennis, d hoeveel tact, hoeveel kerkelijk en liturgisch gevoel zijn v er niet noodig, om zulk eene verandering Juist en waardig te doen plaats hebben! Met hoe groote teederheid en voorzichtigheid moet niet eene Litur­ p gie — dat bolwerk der Kerk tegenover de vrijheid, ja, willekeur der predikanten — behandeld worden door elk, die haar bruikbaar wil maken voor den tegenwoordigen tijd!

Het komt mij voor, dat de geleerde bewerkers uitnemend in hunne taak zijn geslaagd, en hartelijk hoop ik, dat de naam der revisoren, zelfs die van Dr. Kuyper, den grooten boeman voor zoo menigen ambtsbroeder in onze Ned.-Herv. Kerk, geen beletsel zal blijken om zich deze Liturgie aan te schaffen en in de samenkomsten der Gemeente te gebruiken. Welk een daad van zedelijken moed zoude ik het achten, wanneer onze Synode de vraag ernstig overwoog of ook zij, na grondig onderzoek, deze uitgave niet als de officiëele zou kunnen erkennen en voor publiek gebruik aanbevelen. Want waarlijk, wij hebben zoo iets noodig als brood!

Niet, dat ze mij geheel voldoen zou. Ik zou haar wenschen uitgebreid te hebben, en met name een tweede Avondmaalsformulier, wat korter en wat aajimoedigender van toon, lijkt mij eene bepaalde be

1) Met name wat Dr. Kuyper tegenwoordig bezig is in »de Heraut" over den EeredienstX.tic^x\yre.T\, getuigt van een zóó ruimen blik en zóó juist gevoel van wat ons in dezen ontbreekt, dat ik de lezing en overdenking dier artikelen niet genoeg kan aanbevelen. Wat kan er ook binnen onze traditioneele grenzen en gewoonten nog veel verbeterd worden J g e w h f k v hoefte onzes tijds. Ook het Huwelijksformulier bevredigt niet ten volle. Ach, dat er eens een man opstond, die, staande in het leven onzer Kerk, met rijke kennis van de heerlijke liturgische schatten der Christenheid, en met fijn gevoel voor onze gereformeerde eigenaardigheden en toestanden, een weldoordacht, waardig, warmgeloovig »Concept eener nieuwe Liturgie" ter beoordeeling en over­

weging aan onze Kerk aanbood, dat dan, mèt de oudvaderlijke Liturgie, die wel de eereplaats behouden zou, tot publiek gebruik kon worden aangeboden! Maar deze »pia disideria" zullen zeker vooreerst wel niet vervuld worden, en inmiddels kunnen deze bladzijden een uitnemenden dienst verrichten. Zij bieden ons toch een tekst, die in elk opzicht de voorkeur verdient boven alles, wat wij thans hebben en gebruiken. Het oudste is wel niet altijd het beste, maar ^o« veel meer tact en kerkelijk gevoel had men toch in doorsnede vóór twee-en driehonderd jaren dan later!

Het slot luidt aldus:

Alles nog eens samenvattende, meen ik genoeg te hebben gezegd om mijne dankbaarheid voor deze schoone uitgave te hebben gemotiveerd, en van harte hoop ik, dat dit hernieuwde blijk van onverdroten studie en vooruitstrevenden zin bij de broeders van de overzijde, ook bij ons al die belangstelling en sympathie zal vinden, die het m. i. ten volle verdient.

Daar de eere van dezen arbeid bijna uitsluitend aan Prof. Dr. Rutgers en Dr. H. H.

Kuyper toekomt, en schrijver dezes slechts nazag en opmerkingen maakte, kan er geen eigen lof zoeken in steken, zoo we dit gunstig oordeel hier overnemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 juni 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 12 juni 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken