Bekijk het origineel

Voor Rinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Rinderen.

6 minuten leestijd

FENESTDAGEN.

Ons volk heeft een voorrecht, dat slechts weinigen bezitten, namelijk dat al eeuwen lang aan zijn hoofd vorsten staan uit hetzelfde geslacht, en dat dit stamhuis geëerd en geliefd is door het volk, waarmee het heeft geleefd en lief en leed gedeeld.

Het Huis van Oranje behoort tot de oudste en edelste ter wereld, en is reeds meer dan drie eeuwen nauw met Nederland verbonden. Het heeft aan ons volk gegeven vorsten en helden, staatslieden en verdedigers, mannen en vrouwen waar we trotsch op zijn. Zoowel de Oranjes die regeerden als die op andere wijs land en volk dienden vormen tezaam een lange rij, waarop we met eerbied zien mogen, en bovenal met dank aan den Heere God.

Want — en ook dit kan lang niet van alle groote en vorstelijke huizen gezegd worden — zeer vele der Oranjevorsten en vorstinnen waren grooten der aarde, die zeer diep bogen voor Hem, door wien de koningen regeeren en die vernedert en verhoogt.

Wie heeft niet het schoone woord van Willem de eerste vernomen, dat we in Da Costa's lied weervinden

„'k Heb met den Heer der Heeren . Een vast verbond gemaakt."

Als prins Maurits op het slagveld van Nieuwpoort de overwinning heeft behaald knielt hij neer en dankt God, die ook het lot des strijds beslist.

Als Frederik Hendrik verneemt op wat wonderdadige wijs de stad Wezel is bemachtigd, en zoo het land uit den nood gered, roept hij den bode toe. „O mijn zoon, is het zoo, dan is het waarlijk een werk van God en niet van menschen."

En de dochter van denzelfden Frederik Hen drik, prinses Louise, met een Brandenburgschen vorst gehuwd, heeft ons een heerlijk lied nagelaten, waarin zij 't uitspreekt hoe de Heere Jezus haar toeverlaat is in leven en sterven.

Zoo zouden we kunnen voortgaan te spreken van den vromen Prins Willem IV, van Willem V, die de zonden des volks oorzaak noemde van het onheil dat Nederland over kwam, — maar genoeg. Al ware onze Oranjevorsten als wij allen, „zondige menschen", gelijk een hunner 't zelf uitdrukte, zoo menig hunner gaf den Heere de eer Zijns naams, en hield in nood en dood aan Hem vast.

Ettelijke jaren geleden scheen ons regeerend Oranjehuis nabij de verdwijning. Onze Koning Willem III verloor, niet lang na elkander, zijn eenigen broeder prins Hendrik en zijn beide zonen Willem en Alexander.

Na al deze slagen heeft echter de Heere God ook weder blijdschap gegeven, toen nu achttien jaar geleden de tijding vernomen werd, dat een prinses was geboren, zij die thans, zoo God wil, als onze vorstin zal ingehuldigd worden, Koningin Wilhelmina.

Toen prinses Wilhelmina tien jaar oud was stierf Koning Willem, en daar de dochter nog te jong was om hem op te volgen, werd een regentschap ingesteld, uit te oefenen door Koningin Emma, de moeder der jeugdige vorstin.

Acht jaar heeft dit regentschap nu geduurd, en wij verblijden ons, wetend en ziende niet alleen hoe de Koningin-Regentes met wijsheid en eere heeft geregeerd, maar ook hoe de jeugdige Koningin door de zorg harer moeder is onderwezen, niet alleen in allerlei wijsheid vOor dit leven, maar ook in de wijsheid die van boven is.

Zoo is er dan alle reden en oorzaak tot dank aan den Heere, den God onzer Vaderen, dien God, welke ook hun kinderen niet verlaat, nu Hij ons den zegen geeft, waarvan ons de dagen spreken die op handen zijn. Het is goed dat we ons verheugen in de daden des Heeren en in Zijn Huis Hem den lof toebrengen, en met een verheugd hart feestvieren, nu des Heeren gunst en zegen ons wederom blijkt. Daarin moet groot en klein, jong en oud zich vereenigen, gelijk het ook oudtijds onder des Heeren volk was, en de blijde dagen die ons de Heere maakt, ook met een blijmoedig hart vieren. En dit kunnen zij wel 't best die, gelijk de groote Oranjevorst, ook het verbond hebben gemaakt met den Koning aller Koningen, en 't van Hem verwachten.

Er zijn veel liederen gemaakt, ook mooie, om te zingen bij gelegenheid der feesten, en de lezers kennen er zeker verscheidene. Laat hen niet vergeten de bede die we, in navolging van den psalm voor Salomo, op deze wijs zouden kunnen uitspreken :

„Geef, Heer, der Koningin uw rechten, En uw gerechtigheid Der Koningsdochter, om Uw knechten Te richten met beleid.

Dan zal zij al uw volk beheeren. Rechtvaardig, wijs en zacht.

En uw ellendigen regeeren Hun recht doen op hun klacht."

W. B. — We kennen in onze geschiedenis maar één toestand, die met den jongsten meer bepaald te vergelijken is.

Toen namelijk in 1751 onze stadhouder prins Willem IV overleed, werd zijn gemalin prinses Anna aangesteld tot „gouvernante" dat is ongeveer hetzelfde als „regentes", om zoolang haar zoontje minderjarig zou zijn te regeeren.

Later kwam die zoon zelf aan het bewind, onder den naam van prins Willem V. Hier was dus ook de moeder regentes, juist als thans.

Wel hebben er ook op andere tijden vorstelijke vrouwen gezag geoefend in de Nederlanden, maar die waren aangesteld door de reeds regeerende vorsten, en dus eigenlijk stadhouderessen. Dezulke waren Maria van Hongarije onder Karel V en Margaretha van Parma onder Philips II.

De gravinnen die hier geregeerd hebben, als Ada van Holland, Margaretha van Henegouwen, Jacoba van Beieren en Maria van Bourgondië, komen als vorstinnen der Nederlanden slechts op zeer betrekkelijke wijs in aanmerking. Immers over 't grootste deel van wat we nu Nederland noemen, regeerden zij niet. Hun gezag strekte zich hoogstens uit over het westen en zuiden des lands. Utrecht, Friesland, Gelderland en meer nog viel er buiten.

C. C. — Een zeer duidelijke stamboom of liever stam taf el van het Oranjehuis is die van K. Wielemaker, uitgegeven bij D'Huy te Middelburg. Er zijn er natuurlijk vele andere, maar deze heeft dit voor: i. dat hij niet den vorm heeft van een boom, en daardoor duidelijker is, 2. dat met roode letters die namen zijn aangegeven, waarop allermeest de aandacht moet vallen. Zonder eenige kennis van de geschiedenis, zal men ook aan de beste stamtafel weinig hebben, doch als iemand er maar op let, dat

het Oranjehuis in ons land als regeerend optreedt met prins Willem (gestorven 1584); dat het mannelijk geslacht uitstierf met prins Willem III (1702), en dat de mannelijke lijn werd voortgezet in 't geslacht van Jan van Nassau (broeder van prins Willem I) toen in 1747 prins Willem IV aan 't bewind kwam, dan zal hij zich niet licht vergissen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 september 1898

De Heraut | 2 Pagina's

Voor Rinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 september 1898

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken