Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

6 minuten leestijd

Engeland.

De leer der Ritualisten.

De strijd die in Engeland tegen het Ritualisme is ontbrand, beweegt zich voornamelijk over de vraag of deze of gene ceremoniën in de godsdienstoefeningen al dan niet zullen plaats hebben. Velen ergeren zich aan de op klaarlichten dag brandende kaarsen op het altaar, aan het branden van wierook, aan het houden van processiën enz.

Maar het komt ons voor dat maar al te weinig acht geslagen wordt op de leer, die achter dit alles zit en de drijfveer is van zoovele dingen die de menschen welke de reformatie der i6e eeuw niet willen vernietigd zien, niet kunnen dragen.

Het ontstaan van het Ritualisme is te danken of te Vifijten aan het optreden van Dr. Pusey, die ruim 60 jaren geleden wees op de verachting waarin van lieverlede het ambt gekomen v/as. Op dit aanbeeld is men blijven slaan, totdat men kwam tot de geheel Roomsche opvatting van hetgeen het ambt is in de kerk van Christus. Men is op die lijn voortgegaan totdat men in beginsel de geheele leer van Rome is gaan beamen.

De leer der transsubstantiatie, d. w. z. de leer dat bij het sacrament aan het Heilig Avondmaal de elementen van brood en wijn veranderd worden in het lichaam en bloed van Christus, wordt onverholen geleerd, onder den term van de werkelijke tegenwoordigheid van den Christus bij het Avondmaal.

De volgende vragen en antwoorden komen voor in catechismen die door Ritualisten gebruikt worden. Het zijn niet leerboeken die door ultra's in die richting zijn opgesteld, maar die veeleer geschreven zijn door gematigde voorstanders der Ritualistische partij.

Vr. Op welk gezag weten wij wat tot de Heilige Schrift behoort en wat niet, ?

A. Op het gezag der kerk.

Vr. Waarom buigen wij voor het altaar?

A. Omdat het beschouwd wordt als de troon van Christus.

Vr. Waarom buigen wij bij de woorden; Dit is mijn lichaam ?

A. Omdat het eene handeling van aanbidding is van onzen Heere, die sacramenteel aanwezig is.

Vr. Hoe wordt de „werkelijke tegenwoordigheid" van Christus in het sacrament tot stand gebracht?

A. Door het gebruiken van des Heeren woorden door een priester.

Vr. Hoe moeten de dienaren der kerk beschouwd worden? Welk oud gezegde leert deze waarheid ?

A. Waar de priester is, daar is Christus.

Daarbij wordt den raad gegeven om nooit te spreken van het ontvangen van brood en wijn in het sacrament, maar liever van het lichaam en bloed van Christus.

In het sacrament van den Heiligen Doop zoowel als in dat van het Avondmaal zoekt de Ritualist retieve magische kracht. Hij houdt staande dat men bij den Doop initial grace, dat is genade die het eerst geschonken wordt, mededeelt, en leert dat een bekeerd mensch daarom nog niet een wedergeboren mensch is.

Ook beweren de Ritualisten dat er zeven sacramenten zijn, twee grootere en vijf kleinere.

Zij leeren dat men sacramenteele belijdenis doen moet om „absolutie" te verkrijgen. Ook is het houden van heiligen en vastendagen noodzakelijk. Sommigen leeren zelfs de onbevlekte ontvangenis van Maria.

Voorts leeren de Ritualisten dat het geoorloofd is om God te vragen om een deel te mogen hebben in de gebeden der heiligen. Het is zelfs goed dat men bidt voor hen die als getrouwen zijn overleden op grond dat zij nog niet hun volmaakten staat en heil bereikt hebben.

Men eischt van Ritualistische zijde ook den ongehuwden staat der priesters. Men leert dat vergeving van zonden verkregen wordt in de kerk. Ja zelfs is men er hier en daar op uit om de vereering van reliquien in te voeren.

Nu is het niet moeilijk om aan te toonen dat al deze dingen in strijd zijn met het Book of Common Prayer, dat in de Episcopale kerk nog altijd kracht heeft.

Wanneer we verder vragen of de Ritualisten zich houden aan de leer der particuliere genade, gelijk die in de Westminstersche confessie geleerd wordt, dan meenen wij dit ten zeerste te moeten betwijfelen.

Het komt ons voor dat men het Engelsche volk niet alleen moet wijzen op den in hun Staatskerk veranderde ceremoniën, maar dat men ook moet laten zien hoe van lieverlede al de leeringen van de Westminstersche Confessie worden verloochend om het Pelagianisme op den troon te verheffen.

De heer Kensit die nog steeds tegen het Ritualisme strijdt door in de kerken onder de Godsdiensoefeningen er tegen te protesteeren dat allerlei Roomsche plechtigheden worden ingevoerd, is nu begonnen openbare vergaderingen te houden om het Engelsche volk te waarschuwen, niet verder op Roomsche paden te gaan. Hij wil nu ook een honderdtal predikers het land rondzenden om eene tweede reformatie tot stand te brengen. Hij vraagt om te beginnen een kapitaal van ƒ 60.000.

Of de heer Kensit nu juist de man is om deze zaak aan te vatten, betwijfelen wij.

Maar de heer Kensit zelf is vol goeden moed. Hij schreef: „Ik heb een corps Christelijke jongelieden opgewekt even als de arme predikers van Wickliff, en ik acht het noodig een honderdtal van hen twee aan twee in het land te zenden. Als mijn kruistocht werkelijk een

tweede reformatie zal tot stand brengen, is dit getal volstrekt niet te groot. De vraag is maar, van waar het geld zal gehaald worden om zulk eene beweging te doen ontstaan. Ik stel mij voor te vragen om 5000 pond sterling saam te brengen. De kosten voor elk „Wickliffe preacker" zal ongeveer 2 pond per week zijn, de reiskosten er bij gerekend, zoodat ruim berekend 10.500 pond per jaar noodig zal zijn."

— Een anti-ritualistisch bisschop.

Tot hiertoe hebben we omtrent de houding der Episcopaalsche bisschoppen in zake de Ritualistische beweging in Engeland alleen kunnen vermelden, dat zij óf lijdelijk waren of het invoeren van Roomsche ceremoniën bedekt of openlijk begunstigden. De houding van den bisschop van Liverpool is echter anders. Deze heeft krachtens de hem verleende bevoegdheid, aan de predikanten die onder hem staan, den eisch doen hooren om de volgende negen misbruiken af te schaffen:

1. Het gebruiken van wierook. 2. De lichten op het altaar.

3; Het aantrekken van bijzondere gewaden bij het vieren van het Avondmaal.

4. Het gebruiken van catechismen waarin openlijk den dienst van Maria geleerd wordt.

5. Het doen van gebeden voor afgestorvenen. 6. Het uitoefenen van dwang om afzonderlijk bij den predikant te biechten.

7. Het bewaren van de elementen bij het Avondmaal gebruikt om kranken het sacrament te kunnen bedienen.

8. Het vieren van het Heilig Avondmaal met minder dan drie deelnemers.

9. Het gebruik vaiKhet woord „mis" bij de aankondiging v^ het Avondmaal.

Het spreekt wel van zelf dat de Ritualisten met dit herderlijk schrijven van den bisschop niet ingenomen zijn. De Church Revieuw roept uit: „Wat kunnen wij verwachten van een bisschop die geen hart heeft voor het werk der Katholiek gezinde geestelijkheid zijner diocese." Gedachtig aan het woord dat des menschen huisgenooten zijne vijanden zullen zijn, bidden wij: „God beware ons voor onze bisschoppen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 oktober 1898

De Heraut | 2 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 oktober 1898

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken