Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

OVERLEGGINGEN.

XXIII.

We hebben gezien, hoe de stad Zurich in Zwitserland als 't ware een licht was schijnende in de duisternis; velen vonden daar een schuilplaats, die om den geloove werden vervolgd. We weten ook, hoe hertog Ulrich van Wurtemberg er heen was gegaan, om zoo mogelijk met hulp van Zurich zijn land te herwinnen, temeer daar beiden ecnzelfden vijand hadden: Oostenrijk of anders gezegd den Duitschen keizer. Straatsburg, de vrije rijksstad, was eveneens een plaats waar de Hervorming diepe wortelen had geschoten, zoodat we dan ook in deze zelfde tijden Calvijn er als leeraar vinden, 't Was dus zeer begrijpelijk, dat graaf Philip om zijn handen te sterken en steun te hebben, zich trachtte te verbinden met zulke steden, die op hun beurt den jongen landgraaf gaarne tot vriend hadden, om op hem te kunnen rekenen.

't Zou ons wat ver afvoeren en ook te veel plaats eischen zoo we hier wilden verhalen al wat tusschen den landgraaf en de afgevaardigden werd verhandeld. Ik zal dus alleen maar vertellen, dat men ten slotte een verbond vormde tusschen Hessen en de steden Straatsburg, Bern en Zurich om elkander in geval van nood trouwelijk bij te staan. Dit verbond nu was van te meer gewicht, daar de landgraaf reeds vroeger een dergelijk had gesloten met den keurvorst Jan van Saksen. Men wist nu, dat men steun aan elkaar zou hebben, ingeval de zaak der Hervorming mocht worden bedreigd, in Duitschland door den keizer, in Zwitserland door de Roomsche Kantons.

De avond van dien dag gaf de landgraaf aan de afgezanten en andere groote heeren een maaltijd, waarbij allerlei heildronken werden uitgebracht, op den landsvorst, op het pas gesloten verbond, op de bondgenooten en vele anderen. Ook Dr. Maarten Luther werd niet vergeten. Tot vrij laat in den avond bleef men in vroolijke stemming bijeen, tot de afgevaardigden en gasten zich naar hun logementen begaven; de eersten zouden den volgenden dag van den landgraaf afscheid nemen en dan vertrekken.

Ook landgraaf Philip begaf zich ter ruste, doch de overspanning van zulk een dag als dezen belette hem te slapen. Eindelijk stond hij op, kleedde zich in der haast weder aan, en begaf zich naar den tuin van zijn paleis, om in

de lucht tot meer kalmte te komen. Juist wilde hij, na een poosje wandelens, naar zijn vertrek^ ken terugkeeren, toen zijn oog een lichtje gewaar werd dat voor een venster, niet ver af brandde. Hij wist wat dit beduidde, 't Was het schijnsel der larnp waarbij zijn vroegere magister of leermeester zat te studeeren, gelijk deze geleerde heer gewoon was soms tot twee uur in den nacht te doen — een gewoonte die we niemand raden te volgen.

Het huis van den magister was uit den tuin te bereiken, en onwillekeurig richtte de landgraaf zijn schreden er heen. Hij behoefde zich niet eerst aan te melden, en een oogenblik later zat hij bij zijn ouden leermeester en vriend in de studeerkamer, te midden van groote boeken en beschreven papieren en perkamenten. De magister, die in zijn groote geleerdheid waarschijnlijk om geen tijd dacht, scheen over het late bezoek niet in 't minst verbaasd, en heette den landgraaf, die een halve eeuw met hem in leeftijd verschilde, hartelijk welkom.

De jonge landgraaf sprak weinig. De magister begreep dit best, en zeide vertrouwelijk, gelijk hij dit doen kon:

„Gij hebt een gewichtigen dag doorgebracht, heer Philip; God geve er zijn zegen toe. Gij hebt zeker de kosten wel overrekend, en ook nagegaan of ge machtig zijt met tienduizend te ontmoeten die met twintigduizend tot u komt, gelijk het Evangelie zegt."

„Dat is nooit gemakkelijk, doctor, " was het antwoord.

„Er doet", sprak de magister, veel toe, wie het zijn. Een levende hond is beter dan een doode leeuw. Gij hebt nu vele vrienden, maar ook vele vijanden, en zie ik wel, dan weet men in dezen tijd van sommigen niet eens wat zij eigenlijk zijn. Zie om naar betrouwbare mannen, op wie ge_ rekenen kunt in vrede en in strijd.

„Dit is een goede raad", sprak de graaf, „hebt gij er nog meer? "

„Zeker, dat ge nu ter rust gaat." En even gehoorzaam als in zijn leerjaren, nam Philip afscheid en zocht zijn legerstede op.

Toen hij den volgenden morgen ontwaakte kwam hem 't gesprek van dien nacht weder in de gedachten. Vóór 't ontbijt begaf hij zich naar zijn bibliotheek om te zien of er ook brieven aangekomen waren. De eerste de beste dien hij opnam, was van George van Wurtenberg, den ons welbekenden broeder van hertog Ulrich. Deze schreef aan den landgraaf, hoe de hertog uit zijn landen verdreven, en vooreerst geen kans ziende er terug te keeren, zich in den vreemde wilde begeven. Vooral sinds mijn broeder het Evangelisch geloof heeft omhelsd, zoo schreef George, is het niet te denken, dat het huis van Oostenrijk hem weder in zijn erflanden zal toelaten. Doch dewijl ik het zeer betreuren zou, dat mijn broeder verre weg toog, en onze goede zaak wellicht binnenkort zijn strijdbaren arm kon noodig hebben, — want ik zie dit komen — zoo zoude ik u willen vragen, of hem niet in uw staten of elders een plaats zoude te beschikken zijn, waar hij met eere en zonder anderen tot last te wezen een taak kon vervullen, tot het God belieft hem weder te verhelpen tot zijn vroegeren staat en vermogen. Ik schrijf u dit alles buiten weten mijns broeders.

AAN VRAGERS.

Vraag 2 van F. van W. luidt: Waarom wordt China ook wel hethemelsche rijk genoemd?

Dit berust, zoover ik weet, op een vergissing, die hieruit is ontstaan, dat de keizer van China o. a. ook den titel draagt van Zoon des Hemels. De Westersche volken noemden zijn rijk dus het Hemelsche. De Chineezen zelf echter noemen hun land Tsjin; de eigenlijke naam des rijks is volgens hen Rijk van het midden; er zijn nog meer namen.

De 3e vraag is: Wat beteekent het woordje sic, dat wel eens tusschen ( ) staat?

Sic is Latijn en beduidt aldus, Doch als het gebruikt wordt zoo als onze lezer aangeeft, wil het spottend of verwijtend zeggen: „Aldus staat het er, of aldus oordeelt die of die, vindt ge 't niet heel mooi!" — waarmee dan de schrijver aanduidt, dat hijzelf met datgeen, waar hij sic bij plaatst, het alles behalve eens is.

CORRESPONDENTIE.

W. V. D. te A. We hopen in 't volgend nr. te antwoorden. Er wacht echter nog meer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 oktober 1898

De Heraut | 2 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 oktober 1898

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken