Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

7 minuten leestijd

Engeland. De Non-Conformisten de politiek.

Er is in Engeland een „council" opgericht welke eene non-conformistische politiek moe: bevorderen, met andere woorden, eene vereeniging, welke ten doel heeft om het beginsel van de vrijheid der kerk langs staatkundigen weg te doen zegevieren.

Na Gladstone's dood werden er stemmen van dissenters, d. w. z.'mannen die niet tot de Angiicaansche, maar tot de een of andere vrije kerk behooren, vernomen, die er op aandrongen, dat er meer dan tot dusver een politiek zou worden gevolgd, waardoor de vrijmaking van de kerk als eerste nummer op het programma • zou worden geplaatst. Uit deferentie voor de „great old man" had men, nadat het privilegie aan de lersche staatskerk was ontnomen om op staatskosten te worden onderhouden, het min of meer lijdelijk aangezien, dat vele andere staatkundige vraagstukken in het parlement ook onder liberale ministeriën aan de orde werden gesteld, terwijl nochthans het eene schreeuwende onrechtvaardigheid is en blijft, dat bijv. in het vorstendom Wales, waar de meerderheid der bevolking der Episcopale staatskerk den rug heeft toegekeerd, om zich aan te sluiten aan verschillende vrije kerken, toch de Episcopale kerk op kosten van den staat onderhouden wordt. De laatste krachten van den grooten Christen-staatsman Gladstone waren gewijd aan het streven om aan Ierland „Home-rule" d. w. z. zelfbestuur te geven, en door het lersche vraagstuk was dat van de vrijmaking der kerk, boe vurig ook door Gladstone begeerd, op den achtergrond gedrongen. Maar vele leden van vrije kerken willen nu een anderen koers uit.

Zij willen niet langer gedoogen dat de staatkundige vraagstukken, bij welker oplossing de dissenters in de eerste plaats belang hebben, zullen ' worden ter zijde gesteld. De liberale partij heeft haar voornaamsten steun in de dissenters; die dissenters bedanken er op den duur voor om zich voor de verkiezing van liberale parlementsleden in te spannen, om daarna de belangen, die hun het meest ter harte gaan, te zien verwaarloosd.

Op de constitueerende vergadering van den council, werd eene resolutie aangenomen, met de strekking om het lager onderwijs onder de macht of onder het bestuur van het volk te brengen in dier voege, dat het benoemen en het ontslaan van onderwijzers aan de besturen, door het volk gekozen, staan zou. Een spreker meende, dat de eerste stap tot eene goede regeling van het onderwijs, bestaan heeft in het invoeren van verplicht onderwijs; de tweede stap werd gedaan toen het onderwijs werd vrij gemaakt, en de derde stap, dien men te doen had, moest zijn, dat het onderwijs onder het bestuur van het volk werd gebracht. Wanneer men hiermede bedoelt, dat de scholen moeten uitgaan van de ouders, dan kunnen we ons daarin verblijden.

Het kon niet uitblijven, dat in de eerste vergadering van den „council" ook gesproken werd over de beweging, die zich door geheel Engeland openbaart en tot doel heeft: Terugkeer tot Rome. In eene resolutie werd geprotesteerd tegen Roomsche dwahng en ritualisme in de staatskerk, terwijl alle Protestanten werden opgeroepen om gelijkheid in zake de religie te verkrijgen, door de Episcopale keik van den staat te scheiden. Er werd op gewezen, dat de primus der Anglicaansche kerk, de aartsbisschop van Canterbury, hel gewicht van zijn invloed geworpen had in de schaal van het ritualisme. Ook sprak men over de vele geheime genootschappen, die als paddestoelen uit den grond verrezen, en die ten doel hebben om bij het Engelsche volk-Roomsche begrippen en leeringen ingang te doen vinden.

Een spreker betuigde in de vergadering zijn leedwezen, dat de samenkomst niet met gebed geopend werd. Wij zijn, zoo sprak Dr. Worton, voor het grootste deel, naar ik meen, Non-conformisten, en ik kan het niet gebeteren, dat het mij leed doet, dat wij niet als goede ouderwetsche Non-conformisten de conferentie begonnen zijn met het vragen van den zegen Gods.

Dat het gebed achterwege bleef, kan ons niet verwonderen, wanneer wij weten dat Joden en Unitariërs leden van de vereeniging waren.

De president verklaarde zelfs uitdrukkelijk op een aan hem gestelde vraag, dat Joden recht hadden om in den council vertegenwoordigd te zijn. In het uitvoerend comité van de vereeniging is ook een Unitariër, dat is een loochenaar van de Drieéenheid gekozen. Hoe kan een vergadering met gebed geopend worden, als loochenaars van den Christus en van de Drieëenheid, en belijders van den Christus, met gelijke rechten samen zijn. Hierin ligt danook> volgens ons, de zwakheid van den council.

Alleen dan, wanneer men etxkel op het oog had om de kerk vrij te maken, kan het samenwerken van personen van verschillende gezindheid goed werken. Maar om saam te werken, behoeft men daarom niet in eene gemeenschappelijke politieke organisatie verbonden te zijn. Laten Joden en Unitariërs eene poUtieke vereeniging stichten om daarna saimwerking te zoeken met Nonconformisten.

Dat het oogenblik, om eene staatkundige actie in het leven te roepen, teneinde de kerk vrij te maken, gunstig gekozen is, kan niet ontkend.

Het werd in de laatste maanden door het rumoerig optreden van den heer Kensit openbaar, dat in kennelijken strijd inet de wetten des lands, de meeste Episcopaalsche kerken Roomsche ceremoniën hebben ingevoerd. Zij die nu zeggen: „Gij moogt zooveel ritueel gebruiken als gij wilt, wij zullen het niet zoeken te beletten, maak desnoods den geheelen eeredienst Roomsch.... maar wil dit niet op staatskosten doen. De staatswetten verlangen van u, dat gij u houden zult aan de voorschriften van het „Book of common prayer." Verkiest ge dit niet, dan moet de staat de handen van de kerk aftrekken. De voorvaderen der Nonconformisten, hebben hun naam ontvangen door de omstandigheid, dat zij hunne kerken niet wilden inrichten conform met de wetten, die de overheid voorschreef. Had men hen vrij gelaten, ze zouden er niet aan gedacht hebben om Nonconformistische kerken te stichten. De Episcopalen dezer dagen moeten handelen naar de wet of zich anders als vrije kerken openbaren, nemen een standpunt in, dat zóó sterk is, dat er niet tegen te redetwisten valt. Op den duur zal men in Engeland tot de overtuiging komen, dat het geld van den staat niet mag worden gebruikt, om aan Roomschgezinde predikanten en bisschoppen de gelegenheid te geven, hunne Roomsche sympathiën voor hunne gemeenten te openbaren.

Frankrijk. De zending van de Protestanten op Madagascar.

Toen Madagascar door Frankrijk geannexeerd was, gevoelden de Protestanten, die op dit eiland het Evangelie laten prediken, dat er voor de zending moeilijke dagen zouden aanbreken. En zij hebben zich niet bedrogen. De Jezuïeten hebben alles gedaan wat in hun vermogen was om de Protestantsche zending te vernietigen, en het is bekend dat ook de meest liberalistische regeering in Frankrijk altijd de Roomsche zending steunt, omdat zij in de meening verkeert dat wanneer het gelukte een heidensche bevolking Roomsch te maken, zij des te gemakkelijker zullen bukken voor de Fransche heerschappij. Voor een tweetal jaren was het dan ook met de Fransche Protestantsche zending op Madagascar zoo goed als gedaan. Er waren nog twee zendelingen over, de heeren Lauga en Escende, welke laatste door de inboorlingen vermoord werd. De Jezuïeten vonden in de lasteringen van %QXsma.gQ fahavaios gereede aanleiding om tegen de Protestantsche zending op te treden. Ten gevolge daarvan moest men zendingsposten prijsgeven, kerkgebouwen aan Jezuïeten afstaan, scholen sluiten, kerken verlaten. De crisis van de zending op Madagascar duurde tot het begin van dit jaar.

Toen is er een ommekeer gekomen, zoodat nu weer posten betrokken werden, kerkgebouwen werden teruggegeven, kerken werden verzameld en scholen op nieuw geopend. Wel is het verloren terrein nog niet geheel herwonnen, maar het is toch kennelijk dat men op weg is daartoe te geraken. De heer Boegner die de Fransche Protestantsche zendingsposten op Madagascar bezocht, was verbaasd over wat zijne oogen zagen, maar voegt er aan toe: „Het werk dat voor onze rekening ligt, is nauwelijks begonnen; zoowel voor de scholen als voor de kerken blijft er nog veel te doen over, niet alleen om een normale loop van den arbeid te verzekeren, maar boven alles om dien te plaatsen op den voet waarop hij behoort te staan".

Het is wel opmerkelijk dat de Engelsche en de Noorweegsche zending op Madagascar ongemoeid zijn gebleven; wellicht hebben de Jezuïeten gedacht dat deze hun geen kwaad kon doen, of dat vrees voor staatkundige verwikkelingen hun hebben weerhouden.

De Noorweegsche zeriding wordt door de Fransche Luthersche kerken gesteund; er werden comité's gevormd om haar te hulp te komen.

Dit is natuuriijk omdat ook de Noorwegers Lutherschen zijn.

Beter zou het volgens ons zijn, indien de Engelschen en Noorwegers het zendingsveld op Madagascar aan den Franschen overlieten en de Fransche Protestantsche zending gingen steunen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 november 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 november 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken