Bekijk het origineel

De Zending.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Zending.

7 minuten leestijd

IX.

Springen wij van het Westen van Azië naar het Oosten over, dan komen wij in China, dat, volgens de nieuwste onderzoekingen 11.115.650 a kilometers groot is en door 361I/2 millioen menschen, d.i. omstreeks het 4e deel van de bewoners der aarde, bewoond is. Dezen vormen een zeer begaafd volk dat „door ingespannen werkzaamheid eene betrekkelijk hooge beschaving verkregen heeft, die echter niet van dezen tijd is." Zooveel mogelijk heeft het zich van andere volkeren afgezonderd gehouden, waardoor 't eene groote mate van zelfgenoegzaamheid en een afkeer van Westersche invloeden heeft gekweekt. Eerst in de laatste jaren zijn — vooral door oorlogen — een twintigtal havens voor het verkeer met Europa en de Vereenigde Staten geopend. Engeland, Portugal, Rusland en Duitschland hebben er ook hunne bezittingen verworven. De groote dichtheid der bevolking is de oorzaak van het verhuizen van Chineezen naar Oost-Indië (waar , wij ze reeds ontmoet hebben), Australië en Amerika. Naast het volk staat de adelstand, die door de Mandarijnen gevormd wordt. De Chineesche taal is eenlettergrepig. Ieder woord kan op vierderlei wijze uitgesproken worden, waaruit telkens eene andere beteekenis volgt; het schrift is beeldschrift. Vereering der voorouders is de oorspronkelijke religie van China. Naast deze treffen wij het Confucianisme aan, dat eigenlijk niet anders is dan zedeleer en

staatkunde in spreuken. In het jaar 65 na Christus' geboorte baande het Boeddhisme zich in China een weg en kreeg er grooten invloed.

De missie in China is zeer oud. Omstreeks 636 n. C. kwamen Nestoriaansche zendelingen derwaarts, om er Christus te prediken. Maar de vruchten, toen geoogst, zijn verstikt onder het Boeddhisme en Confucianisme. Roomsche zendelingen waagden zich op het einde der 13e eeuw, niettegenstaande de verbodsbepalingen, in dit land. Doch hun werk ging verloren onder de stormen, die de Mongolen over China brachten. In de i6e eeuw werd een nieuwe poging gewaagd, om China voor Rome en het Christendom te winnen; en wel door de Jezuïten. De bekende Franciscus Xaverius, die in 1552 in China landde, stierf wel korten tijd na zijne aankomst, maar zijne opvolgers z. a. Ricci (1582—i6io), Schall(i628—1688), Verbiest e. a. zetten zijnen arbeid voort, doch trachtten het Christendom in te voeren door het 't kleed der afgoderij aan te trekken. Na 1724 ontstonden er moeielijkheden tusschen den keizer en de zendelingen over eene inmenging des Pausen in de handelingen der Jezuïten; 't Christendom werd streng verboden en zijne belijders verminderde onder herhaalde vervolgingen tot 130000. Toch lieten de Jezuïten zich niet afschrikken. In stilte voortarbeidende, brachten zij in 1816 de Roomschen in China tot een getal van 215, 000, onder zes bisschoppen. De oorlogen der Europeesche volken tegen

schoppen. De oorlogen der Europeesche volken tegen China, in de laatste 50 jaren, brachten de Roomsche kerk nog grooter voordeelen aan. In i860 zijn hun hunne vroegere kerkelijke goederen weer terug gegeven; geheele dorpen zijn overgegaan tot het pausdom en stellen zich onder de bescherming van den Franschen gezant. Nu moeten er in China 510, 501 Roomschen zijn onder 31 bisschoppen.

Van Protestantsche zijde is eerst in 1807 eene poging gewaagd, om in dit ontzaglijk rijk den Christus der Schriften te brengen. Het waren Morrison (f 1834) Milne (1813—1822) en Methurst, die met dit doel het eerst uit Engeland naar China gingen, zonder echter veel vrucht op hun werk te zien, daar de landswetten het onmogelijk maakten, om openlijk onder de Chineezen op te treden. Alleen de Chineesche taal werd door hen geleerd en met de vertaling des Bijbels een begin gemaakt. In 1819 werd deze voltooid en in 1823 gedrukt.

Toch hadden genoemde zendelingen het voorrecht menigen Chinees te doopen, o. a. Leang Afa, die sedert 1816 een der voornaamste helpers werd.

Van de zijde der Amerikanen kwam, op verzoek van Morrison, Bridgman (1829—1862) daar gene verwachtte dat deze als Amerikaan minder wantrouwen zou verwekken dan hij zelf .en zijne Engelsche medearbeiders. Doch vooral was 't de Duitscher Giitzlaff, die veel voor China gedaan heeft. Vooreerst gaf hij door zijne optimistische beschou wingen den stoot tot het oprichten van verscheidene genootschappen, die zich de verkondiging van het Evangelie in China ten doel stelden; welke zich in 1856 vereenigden in de „Gesammtverein für die Chinesische Mission". In 1831 verliet hij Siam en beproefde als tolk op de opiumschepen aan China's kusten te komen, waar hij het Evangelie predikte en Christelijke schriftiiren uitdeelde. De Engelsch Oost-Indische compagnie toch smokkelde toen haar opium binnen het machtige rijk. Toen China's keizer hiertegen de strengste maatregelen nam (hij had drie zonen door den opium verloren) ontstond de opiumoorlog, die in 1842 eindigde met een vrede, waarbij Engeland het eiland Honkong kreeg en 5 havens voor den handel geopend werden. Toen kwamen tal van zendelingen zich in deze havensteden (Canton, Amoy, Fuchan, Ningpo en Shanghai) vestigen.

Intusschen trachtte Gützlafï dieper het land in te dringen. Bijzonder goed der Chineesche taal machtig en in zijn uiterlijk veel overeenkomst hebbende met een Chinees, leefde hij ook als een hunner, bereisde hun land, strooide het zaad van Gods Woord op alle wateren en had door zijn kennis van de geneeskunde toegang tot velen, die hij anders niet zou hebben kunnen bereiken. Zijn plan echter om iedereen zoo spoedig mogelijk te doopen en deze gedoopten geheele provinciën te laten evangeliseeren is op zelfbedrog uitgeloopen. De oppervlakkige kennis toch van de Schrift gaf aanleiding tot den Taiping (algemeene vrede) opstand. Zekere Hung nl., die van den zendeling eenige kennis van den Bijbel had opgedaan, vereenigde de kwalijk begrepen leerstukken met zijne wonderlijke gezichten en bond met anderen, die zich als hij profeten noemden, den strijd aan tegen de afgoderij en de regeering. Langen tijd hebben de Christenen dezen opstand gehouden voor een wegbereider van het Christendom, maar ten laatste zagen zij in, dat zij zich bedrogen hadden. Voor den Christus bleef veeleer hierdoor het hart van China's volk gesloten. Niet beter maakte het de oorlog, dien China tegen Frankrijk en Engeland had en waarvan de uitkomst was, dat het land meer voor de vreemdelingen werd geopend. Want met het land had men de menschen nog niet.

Desniettemin moeten wij, alle genoemde moeielijkheden in aanmerking genomen, bekennen, dat de missie in China niet ongezegend is. Omstreeks 600 zendelingen, van 30 Zendinggenootschappen uitgezonden, arbeiden thans in ruim 500 gemeenten met circa 37.000 Avondmaalgangers. De geheele Bijbel werd reeds 7 maal, het N. Testament 9 maal vertaald, terwijl de medische zending 61 hospitalen bezit.

China heeft 18 provinciën, die alle in meerdere en mindere mate bearbeid worden. De vruchtbaarste voor de missie zijn Kwangtung, Fukiën Schantung en Petscheli. Het stamland der regeerende dynastie van China, Mandschurije, uit 3 provinciën bestaande, ontvangt het Evangelie uit de handen der Schotsche en lersche Presbyteriaansche zendelingen, die daar tegelijk in voortdurenden strijd zijn met de Roomsche missiohairen.

Voor de zending zijn nog niet geopend de poorten van het aan China onderworpen Tibet. Het Boeddhisme voert er nog oppermachtig den scepter.

Van China naar Korea is geen lange weg. In dit bergachtig schiereiland wonen ruim tien en een half millioen zielen, die meer op de Japanneezen dan op de Chineezen gelijken, maar krachtiger gebouwd zijn. De religie is niet anders dan een vereering der voorouders. In 1784 hebben Roomsche zendelingen hier het Pausdom niet zonder vrucht verkondigd. Doch veelvuldige vervolgingen hebben hun arbeid zoo goed als vernietigd. Van Protestantsche zijde is beproefd uit Mandschurije de Koreanen te bereiken. Het eerste Zendinggenootschap, dat in Korea zelf het Evangelie gebracht heeft is het Amerikaansch Presbyteriaansche. Hun missioneerende arts Dr. Allen kon eerst in 1884 openbaar optreden, maar won spoedig door eene gelukkige behandeling van gewonde hooge ambtenaren de gunst van het hof. Na hem zijn andere arbeiders gekomen, ook eene vrouwelijke dokter, die de koningin en haar gevolg behandelt. Nog treedt de medische zending in dit land op den voorgrond; desniettemin werken reeds achter haar de missionair-predikanten, zoodat er reeds ..hier en daar kleine gemeenten ontstaan zijn.

DE GAAY FORTMAN,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 november 1898

De Heraut | 4 Pagina's

De Zending.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 november 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken