Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

Uit Indië. Ook den tweeden brief, uit Indië aan Hollands Kerkblad geschreven, geven we hier plaats. Hij luidt als volgt:

Schreef ik u een vorig maal, dat de bidstond op 6 September hier om politieke redenen werd gehouden, ik wil u thans laten zien, dat de politiek ook het gebed der Islammers voor onze Koningin heeft gezocht.

Er woont te Batavia een aanhanger van Mohammed, genaamd Said Osman. Deze Arabier is adviseur-honorair en moet onze regeering zeer genegen zijn.

Die Said Osman • heeft een gebed in de Arabische taal opgesteld, dat vertaald aldus luidt:

O, Heer, die liefderijk verzorgt en wiens schatkamer open is voor uwe zwakke onderdanen; die een rijk hebt in den hemel en op aarde, Gij alleen weet het best, wat wij in het openbaar en in het verborgen doen. O, Heer, Gij, die ons tot dusver in deze landen verzorgd hebt, — en naar wij meenen is er niets geweest, rfat ons in de uitoefening van onzen godsdienst, in ons levensonderhoud en in ons familieleven bemoeilijkt heeft; Gij, die ons zegen geschonken hebt door uw zorg en doordat Gij vrede in ons gemoed gestort en voorspoed aan onze bezittingen gebracht hebt, zoodat wij gemakkelijk in ons levensonderhoud konden voorzien en voordeelen konden behalen; Gij, die al deze zegeningen als middel hebt aangewend tot de regeering van het geheele koninkrijk der Nederlanden, waar gij tevredenheid doet heerschen, welks welvaart Gij allen onderdanen steeds voor oogen doet houden, waar de beooging van het algemeen weizijn bestaat in het onderhouden der godsdiensten, van welke onderhoudskosten een gedeelte strekt tot het instandhouden der geestelijkheid door bezoldigingen en in het in eere houden van de misdjids, waar den godsdienst niets in den weg wordt gelegd en waar men zich daarin niet mengt, wij smeeken U, de zegeningen, die wij hier opnoemen, te bestendigen en te vermeerderen.

O, Heer, Gij die hebt voorbeschikt al deze zegeningen, die door de regelingen van dit koninkrijk over ons gekomen zijn, wij vragen U de weldaden van dit rijk te vergelden door Hare Majesteit, de Koningin, te overstelpen met het volkomenste heil en door Haar een lang leven en gezondheid te schenken, Haar rijk met voorspoed en groote welvaart te bedeelen en te maken, dat het verkrijgt alle zegeningen op aarde. Schenk Haar een hart, dat u behaagt opdat de sterreglans van Haar troon moge stralen over alle schepselen, opdat de welvaart van Haar rijk moge toenemen, en de voorziening in het levensonderhoud haren onderdanen gemakkelijk worde, en verder, doe Haar indachtig zijn aan het welzijn van hare onderdanen. O Heer der werelden! Dit zij zoo; amen.

Dit gebed heeft Said Osman toegezonden aan alle regenten op Java en Madoera. U weet die regenten zijn als zoodanig hoofd van den Islamschen godsdienst in hun gewest.

Daarom zond Said Osman hun dat gebed met verzoek het in alle misdjids, Mohammedaansche bedehuizen, te doen bidden. Hij zond er nog de volgende aanmaning bij:

Allen broeders in het ware geloof zij kond gedaan, dat al de voorspoed over ons, onze vrouwen en kinderen en onze bezittingen, ons door Allah geschonken, is door tusschenkomst van de regeering van de vorstin der Nederlan den. Daarom past het ons deze weldaden aan Haar te vergelden. Opdat Haar welzijn moge toenemen, zenden wij voor Hare Majesteit de Koningin, in overeenstemming met de goddelijke wet, het volgende gebed op. De zegeningen, door dit gebed te verkrijgen, zullen over ons allen komen, zooals uit de beteekenis daarvan blijkt.

En dat de regenten het gebed overal hebben doen bidden, blijkt overtuigend uit wat de Java-Bode meldt. In dat blad toch heette het:

»Said Osman ontving van alle regenten op Java en Madoera telegrafisch een dankbetuiging voor de toezending van den tekst (van het door hem opgestelde gebed) met de mededeeling, dat het gebed tot in de kleinste desa's in hun respectieve afdeelingen is voorgelezen en overal met groote ingenomenheid is aangehoord."

Wat nu die groote «ingenomenheid" betreft, daarvan geeft zeker het volgende bericht in het N. B. Hdlb. een eigenaardige illustratie:

»T\vee aan ons gezag blijkbaar vijandig gezinde Arabieren gaven eenige dagen geleden op den openbaren weg luid hun afkeuring te kennen over het door Said Osman gedichte gebed voor onze Koningin. Een hunner geestelijken dat hoerende, bestrafte hen in krasse bewoordingen maar moest dat bezuren met een pak slaag, dat zij hem toedienden. Een deswege tegen hen ingediende klacht heeft er toe geleid, dat beiden tot 20 dagen krakalstraf (arbeiden aan de wegen) werden veroordeeld."

En naar een ander bericht aan het A^. B. gemeld:

»zoude het door Said Osman samengestelde gebed aanleiding gegeven hebben tot oneenigheid en twist onder de Arabieren hier ter plaatse (Batavia).

Sommigen zouden dat gebed te vleiend voor ons bestuur gevonden hebben en zich in dien geest daarover hebben uitgelaten, tot rechtmatige ergernis van Said Osman, die daarover met hen in twist is geraakt en die belhamels gedreigd moet hebben, ze voor de rol te zullen brengen" (aanklagen bij de politie). ,

Nu geloof ik voor mij, dat die uitingen van die Arabieren meer in den echten geest van den Islam zijn dan die «ingenomenheid" waarmee, zooals de regenten berichten, het gebed overal is «aangehoord" •Doch hoe dit zij, gij kunt uit dit alles dunkt mij wel opmaken, dat die Said Osman, die adviseurhonorair niet eigener ^ifzf/f^/wf zoo beeft gehandeld. Hij heeft in het minst geen recht noch bevoegdheid om zich tot alle regenten te wenden gelijk hij deed. Ik versta uit dit alles, dat Said Osman van hoogerhand een wenk heeft ontvangen.

En dat alle regenten, die het schrijven van hem ontvingen, zeer goed begrepen, dat Said Osman niet eigener autoriteit handelde.

Gewis hebben al die Inlandsche ambtenaren er een bevel van de Regeering in gezien en daarom er zoo ijverig voor gezorgd, dat overal dat gebed is gebeden. Het feit, dat Said Osman »de belhamels gedreigd" heeft ze bij de politie aan te klagen, bewijst dunkt mij duidelijk, dat hij op bevel of wensch van hoogerhand handelde, en wel wist wie hij achter zich had.

En nu staat, geachte redacteur! tegenover deze geschiedenis het treurige feit, dat de Regeeringspersonen niet het gebed der Inlandsche Christenen hebben verzocht. Ik kan verscheidene residentiën opnoemen, waarvan zendelingen bij de regeeringen bekend staan, doch waar de residenten geen uitnoodiging tot die zendelingen richtten om de Javaansche Christenen uit te noodigen tot gebed voor de Koningin.

Wat dunkt u, welk een indruk moet het wel maken op de hoogere en lagere Inlandsche ambtenaren als ze van den adviseur-honorair Said Osman een verzoek ontvangen alom de Mohammedanen uit te noodigen tot gebed in hun bedehuizen, doch vernemen dat tot de Inlandsche Christenen geen uitnoodiging van hoogerhand kwam?

Moeten die lieden niet den indruk krijgen, dat de Regeering den Islam steunt en huldigt ?

Men mag dit alles politiek noemen, maar ik geloof dat het een politiek is, een overheid van een Christennatie onwaardig.

Meermalen wordt in den laatsten tijd beweerd, dat de Regeering gunstig gestemd is voor de zending. Mij dunkt, als de GouvernêurrGeneraal iets met de zending ophad, dan zou in de aanschrijving, die van Zijne Excellentie is uitgegaan om uit te noodigen tot gebed voor de Koningin, ook bepaaldelijk gedacht zijn aan de Inlandsche Christenen.

Dje schijnen echter totaal vergeten te zijn. Het is. toch niet aan te nemen, dat hoofden van gewestelijk bestuur, tegen die aanschrijving in, hebben nagelaten de zendelingen uit te noodigen. 'Het feit moet misschien anders verklaard worden.

'Het kan zijn, dat bij de aanschrijving van uit z Büitenzorg de gedachte heeft voorgezeten, dat als a dé gouvernementspredikanten uitgenoodigd werden, W die dan wel de zendelingen zouden uitnoodigen. Er v zijn meer feiten, die doen vermoeden, dat hier de z voorstelling leeft, dat de zendelingen in zoo'n soort ondergeschikte verhouding tot de gouvernementspredikaijten staan. Of dat die gouvernementsdominees in elk geval de aangewezen organen zijn, v waardoor de Regeering zich met de zending' in l contact stelt en de zendelingen hun rapporten heb­ a ben in te dienen bij de overheid. Hoe dit nu zij D en bij wien de schuld ligt, weet ik niet, maar het g treurige feit is niet te loochenen, dat de Re peering zich niet tot de missionarissen heeft gewend om v door hen de Inlandsche Christe7ien uit te noodigen tot gebed voor de Koningin.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 november 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 november 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken