Bekijk het origineel

Bnitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bnitenland.

15 minuten leestijd

Zwitserland. Uit de nationale kerk van Geneve en uit de vrije kerk van Neufchatel.

In Zwitserland heeft het feit dat de heer Thomas hulpprediker van de nationale Gereformeerde kerk van Genere, zich van die kerk heeft losgemaakt zeer de aandacht getrokken.

Deze stap is echter goed te verklaren. De stoot daartoe schijnt gegeven te zijn door de jongste verkiezingen voor een predikant. Het treurigste was daarbij, dat er een compromis gesloten was tusschen modernen en orthodoxen, terwijl er een manoeuvre bij heeft plaats gehad, waardoor het mogelijk werd dat een candidaat er door werd gehaald, wiens candidatuur tot op het laatste oogenblik was verborgen gehouden.

Daarbij werd de heer Thomas minder dikwijls dan hij dit verlangde geroepen om in de kerkgebouwen der nationale kerk te prediken. Om toch het Evangelie te verkondigen huurde hij dan de groote en schoone Victoria Hall, waardoor de predikanten ontstemd werden; want hij deed daardoor afbreuk aan de samenkomsten in de kerkgebouwen. Hoe de heer Thomas er echter toe komen kon om zonder eenig kerkelijk verband in een zaal het Evangelie te verkondigen, zonder dat die prediking uitgaat van een wettigen kerkeraad? Dit is alleen te verklaren uit de omstandigheid dat de vraagstukken van het recht der kerk van de ambten enz. enz. in Zwitserland niet zijn ingedacht en daarom geen onderwerp van bespreking uitmaken.

De hoofdoorzaak waardoor de heer Thomas er toe kwam om te breken met de nationale kerk, is echter zijn bezoek aan Amerika. Toen hij daaruit teruggekeerd was stuitte hem de concessiën aan de partij des ongeloofs, het verloochenen van de waarheid, het protesteeren wanneer het al te laat is, hetwelk veroorzaakt wordt door het saamwonen van orthodoxen, liberalen en godloochenaars in één en hetzelfde kerkverband, — zóó tegen de borst, dat er maar een aanleiding behoefde te komen om met de Geneefsche nationale kerk finaal te breken. De heer Thomas heeft in Amerika kunnen zien hoeveel meer eene kerk zijn kan, wanneer de knellende banden van den Staat haar niet hinderen.

De heer Thomas heeft zich niet aangesloten bij eene andere kerk, het zou anders voor de hand liggen, dat hij zich voegde bij de vrije kerk van de oratoire. Doch hiertoe schijnt hij niet genegen. Hij wil liever agent van de Evangelisatie blijven, welke Evangelisatie te avond of morgen wel genoodzaakt zijn zal om zich als kerk te constitueeren.

De vrije kerk van Neufchatel heeft van 30 Oct.—I November een feest gevierd ter herdenking van haar ontstaan vóór vijf en twintig jaren.

De groei van die kerk is in die jaren niet groot geweest. Een en twintig gemeenten kwamen in 1873 in een constitueerende Synode samen; op het oogenblik zijn er 25 kerken die deel uitmaken van de vrije kerk van Neufchatel. In het eerst hebben de gemeenten van de vrije kerk gebruik gemaakt van hun recht om de kerkgebouwen te gebruiken, die als nationaal goed beschouwd worden. Doch van lieverlede is men er toe gekomen om eigen kerken te bouwen.

De vrije kerk van Neufchatel heeft voor 21 kerkgebouwen een som van / 600, 000 uitgegeven, dus gemiddeld ± ƒ 30, 000 per kerk. Desniettegenstaande heeft de centrale kas fondsen genoeg gehad om alle uitgaven te bestrijden. Jammer dat er zulk een centrale kas bestaat even als in de vrije kerk van Schotland, waardoor ten slotte aan de kerken de vrijheid van beweging ontnomen wordt. Wij houden het er voor dat de vrije kerken in de Schotsche hooglanden reeds lang de kerkelijke gemeenschap met die van de laaglanden zouden verbroken hebben, indien niet de centrale fondsen daarvoor een beletsel waren. Immers in de hooglanden houdt men nog aan de waarheden van de Geref belijdenis vast, maar in het laagland zijn de kerken bezig van het fundament waarop zij gebouwd zijn af te schuiven.

De Synoden van de vrije kerk van. N. heeft 75 predikanten in de 25 jaren geordend.

Daar zij er slechts een of twee per jaar noo« dig heeft kon zij dienaars des Woords naar Frankrijk, België en elders zenden. Ook heeft de kerk eenige zendelingen geleverd.

Hoeveel goeds door Neufchatel's vrije kerk tot stand gebracht is, hoe groot de offervaardigheid zijner leden is, het is te betreuren dat zij die voor haar den grond gelegd hebben niet hebben ingezien, dat het eene voorwaarde voor het leven der kerken is, dat zij autonomie bezitten en niet enkel beschouwd worden als deelen van een centraal lichaam.

Noord-Amerika. D r. K u y p er in Am erika.

In De Hope vinden wij een artikel gewijd aan het verblijf van Dr. Kuyper in Amerika, geschreven door Dr. N. M. Steffens.

Daarin wordt betoogd, dat Dr. Kuyper uit de nieuwe wereld indrukken zal medenemen, die invloed zullen uitoefenen op de verdere ontwikkeling zijner plannen. Het contrast tusschen het kleine Nederland met zijn rijke geschiedenis en het groote Amerika met zijn gebrek aan geschiedkundige ervaring en jeugdige geestdrift is te groot als dat het spoorloos aan een man van Dr. Kuy-als dat het spoorloos aan een man van Dr. Kuyper's gehalte zou voorbijgegaan zijn.

Maar, zoo heet het verder, zou Dr. Kuyper ook iets aan de Amerikanen hebben geleerd, of gelijk het uitgedrukt wordt: „Zal Dr. Kuy-of gelijk het uitgedrukt wordt: „Zal Dr. Kuyper's verblijf blij venden zegen afwerpen? " Alleen dan kan dit het geval zijn, wanneer men hem en zijn streven recht heeft leeren kennen.

Dan wordt aangetoond dat Dr. Kuyper niet enkel is te beschouwen als een man, die de Gereformeerde waarheid recht verkondigt. Hij heeft een ruimen werkkring verkregen.

Daarna wordt door Dr. Steffens aangetoond, dat de leer aan de voorverordineering, eene centrale beteekenis heeft, maar dat ook Luther en Zwingli over dit punt juist zoo dachten als daarna Calvijn. Eerst later door Melanchthon's invloed plaatste de Luthersche kerk de leer der verkiezing eerst op den achtergrond en nam er vervolgens een vijandige houding tegenover aan.

In vroeger dagen geloofde men niet dat de Gereformeerde leer voor ontwikkeling vatbaar was. _ Zoo gelooft Dr. Zahn nog heden, da Calvijn de Gereformeerde leer tot volledige ontwikkeling gebracht en het laatste woord in deze gesproken heeft. Dit is echter niet 'zoo. De waarheid is altijd wel dezelfde, maar in het verloop der tijden wordt zij dieper opgevat en meer toegepast._ Nu is het roeping in deze dagen het Calvinisme dieper op te vatten en veelzijdiger toe te passen. Wij behoeven het in dezen tijd niet weer te zoeken. YJ[ was een tijd, waarin het Calvinisme scheen zoek te zijn geraakt. De verlichte eeuw had zijn graf bedolven; men verklaarde zijne herleving voor eene onmogelijkheid. En toch is dit wonder geschied.

In Zwitserland stond een discipel van Schleiermacher op, Dr. A. Schweizer die de Gereformeenle leer met lust en ijver ging onderzoeken.

De wereld stond verbaasd over de grootschheid van dit stelsel en de godgeleerden moesten er, of zij wilden of niet, kennis van nemen. Schweizer bracht de met stof bedekte schatten weder te voorschijn. In Nederland verrichtte de beroemde hoogleeraar Scholten te Leiden hetzelfde werk in zijn leer der Hervomde kerk.

Deze mannen hebben den eersten stoot gegeven tot herleving van het Calvinisme op wetenschappelijk terrein.

God bereidde een volk, dat de Gereformeerde leer liefhad. De afscheiding in Nederland, uit de diepte als het ware opkomende, en over het algemeen bij de kleine lieden beperkt blijvende, was g van God bestemd de bakermat der nieuwe beweging te zijn in het oude vaderland, wat zou eene Calvinistische wetenschap zijn, zonder een Calvinistisch volk? een huis zonder bewoners.

Maar ook is het waar, dat een Calvinistisch volk niet bestaan kan zonder wetenschappelijke ontwikkeling der waarheid. Opgesloten in kleine kerkjes van opgewarmde kost levende, kan het onmogelijk voorwaarts streven naar verdere ontplooiing en toepassing der waarheid op elk gebied.

Voorts spreekt Dr. StefFens er zijn vreugde over uit, dat in Dr. Kuyper een man is opgestaan, die begrijpt dat het Calvinisme als leer der waarheid niet afgescheiden kan worden van onze wereldbeschouwing. Hij wil dat wij niet alleen Gereformeerd zullen zijn in de kerk, maar ook in de school, in de maatschappij en in den staat. Dit heeft men vroeger nooit zoo duidelijk ingezien als thans onder de leiding van Dr. Kuyper en zijn medestanders.

Engelschen en Amerikanen hebben er behoefte aan te verstaan, dat onze godsdienstige overtuiging en onze wereld-en levensbeschouwing niet van elkander gescheiden mogen worden.

Van Bacon tot op Darwin hebben godvreezende Engelschen en Amerikanen er zich aangewend, orthodox te zijn in de leer en radicaal in de wetenschap. Men vindt derhalve ook in onze dagen nog velen in het orthodoxe kamp, die, zonder het te weten of te willen, de waarheid ondermijnen door de verspreiding van de naturalistische begrippen onzer scientists. Op Christelijke scholen zelfs is men godsdienstig in allerlei werkzaamheden, heidensch echter in de beginselen der wetenschap, van waar men uitgaat. De scheiding tusschen geloof en ongeloovige wetenschap is op het vasteland van Europa veel zuiverder geweest. Wie daar op het gebied van wijsbegeerte met God en zijn woord brak, gaf den godsdienst geheel prijs. In de polemiek tegen de ongeloovige wetenschap hoort men daarom ook in Engelsche en Amerikaansche kringen vaak spreken van het groot aantal geloovige mannen, die groot zijn op het gebied der wetenschap. En het is waar dat in vroeger tijden onder de mannen der wetenschap in Engeland en Amerika vele belijders van den Christus gevonden werden, die op wetenschappelijk gebied in niets verschilden van hunne ongeloovige collega's. Men tracht daaruit munt te slaan, hoewel in deze dagen de Darwins, Huxleys, Tyndals bewijzen dat het op den duur niet kan samengaan dat men op godsdienstig terrein geloovig is, en op elk ander gebied breekt met het geloof. Men zal er toe moeten komen zijn godsdienstig standpunt in overeenstemming te brengen met zijn wereld-en levensbeschouwing.

Dr. Steffens voegt daaraan toe: , , Indien Dr.

Kuyper er in geslaagd is, dit duidelijk te maken in zijne lezingen en gesprekken, dan mogen wij den Heere er voor danken, dat Hij hem in ons midden gebracht heeft."

Voor één ding waarschuwt de leeraar van Dubuque in Jowa. Men moet niet trachten Dr. Kuyper in alles na te bootsen. Men moet in Amerika Christen en Calvinist, maar geen Nederlander zijn. Het is vergeefsche moeite om te beproeven Nederland voort te planten op Amerikaansch gebied.

Wij meenden de gedachten van Dr. Steffens zonder critiek onzen lezers te moeten mededeelen. Het was alleen ons doel te doen uitkomen dat men in Gereformeerde kringen van Amerika de beteek enis van den arbeid van Dr.

Kuyper verstaat. Mocht dit in steeds ruimer kring ook in ons vaderland, het geval zijn.

WiNCKEL.

EEN HEERLIJK EINDE.

XXXI. (Slot.)

Het jaar 1534 was een jaar van vreugde voor geheel Wurtemberg. Toen gebeurde wat hertog Ulrich zooveel jaren lang had verbeid, waar hij op had gehoopt en wat zoo vaak verijdeld scheen — hij keerde in zijn land weder en aanvaardde er opnieuw het bewind. De Heere God had op zijn tijd des vorsten wensch en beê verhoord.

Hoe dit was toegegaan zou ik gaarne meededen, vreesde ik niet te uitvoerig te worden.

Genoeg zij het u te zeggen, dat het huis van Oostenrijk, dat nooit het hart des volks had gewonnen, ten slotte het Wurtembergsche land weder aan de oude vorsten had moeten teruggeven. Dit was voornamelijk te danken aan landgraaf Philip van Hessen, den trouwen en edelen vriend van den verdreven hertog. Hij die voor de Hervorming streed en leed had met vreugd al het mogelijke gedaan om zijn vriend en broeder in den geloove te helpen. En de Heere God had dit pogen thans gezegend. De boeren juichten, en alom in het land heerschte vreugde.

Van allen kant kwam men den vorst begroeten, en 't werd alras velen duidelijk, dat zij een ander, een beter man hadden weergekregen dan die vroeger van hen gegaan, uit het land verdreven was.

De overmoed, de tot vermetelheid gedreven dapperheid en vechtlust, was in den tegenspoed en de verdrukking allengs geweken. Maar kracht om te lijden, geduld om te dragen, voorzichtigheid in alles, waren in de plaats getreden, terwijl de oude wakkerheid en kloekmoedigheid waren gebleven. Hij had het leeren verstaan, dat alle kastijding des Heeren, als men die ondervindt, droefheid wekt, maar toch een vreedzame vrucht der gerechtigheid werkt, te weten bij hen die er door worden geoefend, — en dat doen niet allen.

Was hertog Ulrich's karakter gewijzigd, de oorzaak daarvan lag allereerst daarin, dat zijn hart veranderd, vernieuwd was. Hij was weleer een trouw aanhanger der Roomsche kerk geweest, een die haar geboden en leeringen trouw volgde.

Doch het waren geboden van menschen, die hem ledig en onvruchtbaar lieten, en met welke hij vergeefs God eerde. Thans was dit geheel anders. Het gesprek met Luther had bij hem, die reeds lang de dwalingen van Rome had vaarwel gezegd en de waarheid was toegedaan, als het ware den doorslag gegeven. Gerechtvaardigd uit het geloof, om niet! — dat was de leus die hij ophief, waarin hij roemde. Geen roem in de werken maar in Gods genade, opdat Gode al de eer zij! — Zoo was 't bij hem en hij betoonde dit ook in handel en wandel, ook nu hij weder den troon zijner vaderen had bestegen.

Gelijk Phihp van Hessen en Frederik van de Paltz en Catharina van Schwartzburg en zooveel andere vorsten en vorstinnen, ijverde ook Ulrich krachtig voor de invoering en uitbreiding van de Hervorming en de prediking des Evangelies in zijn staten. Zich een beschermer en handhaver der waarheid te toonen, was zijn lust. Wel gingen de vorsten, ook de Protestantsche van dien tijd, daarin vaak den verkeerden weg, dat zij meenden in de zaken der kerk mede te moeten spreken, ja soms 't hoogste woord te hebben, doch wij moeten — al is het beslist af te keuren — hen niet te hard daarover vallen. Zij hadden het in hun jeugd van de Roomsche kerk nooit anders geleerd, en daarbij werden de Hervormden ten alle tijde door het zwaard hunner vijanden bedreigd, zoodat het wel zeker plicht van den vorst was, althans de vrijheid zijner onderdanen om God te dienen, met kracht te handhaven.

Janowitz was zijn heer onder alle lotswisselingen trouw gebleven; evenzoo als Hans de rij knecht, 't Was dus natuurlijk dat ze ook deelden in zijn geluk, nu hij weder in eer en aanzien was hersteld.

Had Janowitz steeds lust gevoeld tot den krijg, hij had nu gelegenheid gehad zich te onderscheiden. In den slag bij Lauffen, waar het heet toeging, had hij als hoofdman meegestreden en zich aan het hoofd van een troep ruiters door den vijand heengeslagen, die hem met overmacht omsingelde. Toen hij, met stof overdekt en aan het been gewond, voor zijn meester verscheen, riep deze uit: „God zij geloofd, dat gij nog leeft. Mijn zoon, gij zijt de dapperste onder de dapperen Neem dit! En zijn sjerp afdoende hing Ulrich die zijn gunsteling om.

Zoodra de zaken in het hertogdom eenigszins geregeld waren, werd Janowitz een gewichtiger betrekking aangewezen. Hij werd benoemd tot bevelhebber der sterke vesting Hohenasperg, een der gewichtigste versterkte punten des lands. Met blijdschap aanvaarde Janowitz dezen eervollen en in dubbelen zin hoogen post, waartoe hij, de vluchteling van vroeger, die als een onbeschermde wees de wereld inging, nu was gestegen.

Hij trad in het huwelijk met een vrouw uit een voornaam, adellijk geslacht, en had de vreugde zijn huis later vervuld te zien van kinderen, die hun ouders en hertog Ulrich ten vreugd waren.

Had alzoo Janowitz zijn meester nagevolgd in ridderplicht, moed en strijdhaftigheid, het verblijdt me er bij te voegen, dat hij heer Ulrich ook in het allerhoogste ten voorbeeld koos.

Immers we vinden van hem gemeld, dat hij „zijn zonen opvoedde in de liefde tot het Evangelie." Dit nu bewijst, dat hij ook zelf dit Evangelie liefhad, en dat was nog veel beter dan alle vorstengunst en aardsche heerlijkheid.

Wat Hans betreft, die de oudste was van het drietal, hij kreeg een aanstelling in de hertogelijke stallen als opziener, en had daar een goed leven.

Zijn grootste lust was, te vertellen wat hij al had doorleefd, en daarbij ontbrak het hem nooit aan hoorders. Trouwens hij kon veel merkwaardigs verhalen, gelijk elk zal toestemmen, die ons verhaal heeft gevolgd.

In 't najaar van 1550 werd hertog Ulrich ongesteld en weldra voelde hij zijn einde naderen. Veel had hij doorleefd, veel ook dat we hier niet vertelden. Hij had zijn vriend Philip door den keizer zien overwinnen en gevangen nemen; dezelfde die later door 's Heeren bestier in een wonderlijken weg weer vrij zou worden. Hij had den strijd voor en tegen de waarheid bijgewoond en meegestreden, een strijd met woord, pen en zwaard. En thans verschrikte het hem niet, te gevoelen, dat hij een wereld vol moeite en strijd ging verlaten. Want wierd zijn aardsche huis verbroken, dan had hij een gebouw bij God, een huis niet met handen gemaakt, eeuwig m de hemelen.

Den 6den November r55o lag de hertog op zijn sterf bed, waar allen bedroefd omheen stonden. Doch hij was welgemoed en sprak: „Eer vergaan hemel en aarde dan Gods Woord; dat zal eeuwig bestaan."

En toen hij dit gezegd had, ontsliep hij.

CORRESPONDENTIE.

De vragers komen nu aan de beurt. Wegens den grooten voorraad zullen we telkens eenige behandelen. Nader schrijven is dus onnoodig.

De toelichting van L. de B. te H. in dank ontvangen.

HOOGENBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 december 1898

De Heraut | 4 Pagina's

Bnitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 4 december 1898

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken