Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Zending

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Zending

5 minuten leestijd

XIV.

Zuidelijk van Groenland ligt Labrador, een schier-eiland, in 1497 door den zeevaarder Cabot ontdekt, en bewoond door een volk, in taal, zeden en godsdienst één met de Eskimo's van Groenland. Naast de 1500 inboorlingen, die van de vischvangst leven, vindt men daar 2000 Engelsche visschers en kolonisten.

Ehrhardt, een op St. Thomas bekeerde stuurman, was de eerste, die de aandacht der missie vestigde op Labrador's heidenen. In 1752 kwam hij daar aan met vier zendelingen. Toen echter kort na hun aankomst Ehrhardt, die handelsbetrekkingen trachtte aan te knoopen met de mboorlingen, gedood werd, keerden de missionairen met hetzelfde schip, dat hen herwaarts gebracht had, terug. Eerst in 1771 is het gelukt de eerste zendingspost Naïn te stichten. Haven en Drachart wonnen het vertrouwen der bevolking en doopten in 1776 den eersteling uit haar. Smts zijn er verscheidene zendingsposten opgericht. In 1804 was er eene groote opwekking onder de Eskimo's, waardoor God velen ten leven bracht. De geheele Bijbel is sedert 1871 in handen des volks. Thans arbeiden onder hen 20 mannen en ig vrouwen, door de Broedergemeente uitgezonden, op 6 zendingsposten naast eenige Anglikaansche zendelingen.

Tofh kan er thans niet meer van eene eigenlijke zen­ ding onder de Eskimo's gesproken worden, daar zij opgehouden hebben heidenen te zijn. De kolonisten vinden bij hen niet alleen bescherming, maar ook gastvrijheid. Zelfs houden deze eens zoo ruwe menschen briefwisseling met aanzienlijke familiën in Zwitserland en elders.

Zetten we onze reis voort, dan komen wij in de landen der Roodhuiden, ook wel Indianen genoemd, wier afgodsdienst bestaat in de vereering van den grooten geest (Mansitu). Zij hechten veel aan droomen en stellen een groot vertrouwen in hunne dokters of Pauwau's, die hen op allerlei wijze bedriegen. Op een leven na dit leven is hun hope bij hun sterven gevestigd. Zij zijn in verschillende volken verdeeld z. a. de Irokeezen, Huronen enz.

Een deel dezer Roodhuiden woont in Britsch-Noord-"' Amerika wier koloniën na den Amerikaaiischen burgeroorlog van 1867 één gebied geworden zijn, in naam der koningin van Engeland geregeerd door een gouverneurgeneraal, wien een ministerie, een eerste en een tweede kamer terzijde staan. Geldelijk is dit gebied onafhankelijk van het moederland. Daartoe behoort in de eerste plaats Kanada, dat in 1497 door Cabott ontdekt, in 1608 door de Franschen gekoloniseerd en in 1763 door de Engelschen veroverd is, welke laatsten er sints gebleven zijn en vele koloniën gesticht hebben. De Indianen van Kanada, die in 1891 ruim 121.000 in getal waren, zijn vrij wat beter behandeld dan de Indianen van de Versenigde Staten; de regeering steunt welwillend hunne beschaving en heeft nooit een oorlog tegen hen gevoerd. Velen hunner zijn onder leiding van Methodistische en Anglicaansche zendelingen (sints 1822) landbouwers geworden en juist deze stammen nemen in aantal toe, terwijl de anderen die in hun zwervend leven volharden, dreigen uit te sterven.

Het Roomsch-Katholicisme, dat met de Franschen herwaarts gekomen is, wordt door de regeering bevoorrecht boven het Protestantisme, ofschoon hiervoor geen grond is in de verhouding van de belijders der beide confessies, aangezien er naast 1.990.000 Roomschen 2.642.000 Protestanten in Kanada wonen. Van de 121.000 Indianen zijn 38.000 Room.5ch en 37.000 Protestant. De overigen zijn heidenen. Ten westen van Labrador ligt Hudsonia, zoo genoemd naar zijn ontdekker Hudson, die in 1610 het eerst den weg in de naar hem genoemde baai gevonden heeft. De streken, om deze baai gelegen, heeten Rupertsland, omdat prins Rupert en een door hem opgerichte handelsvereeniging in 1669 hier het monopolie van den pelshandel kregen. Handelsbelangen deden de kolonisten vergeten aan de Indianen van Hudsonia het Evangelie te brengen. In het begin dezer eeuw verschenen hier Roomsche priesters en dezen werden in 1820 gevolgd door den Anglikaanschen kapelaan West en andere zendelingen van de kerk van Engeland. Dezen hebben met de Methodisten in het grootste deel van Hudsonia het woord der waarheid gepredikt, zoodat van de 50.000 Indianen 22.000 voor het Evangelie gewonnen zijn, 9000 Rome's Paus volgen en ruim 20, 000 nog heidenen zijn.

Het derde lid waaruit Britsch Noord-Amerika bestaat is Britsch Columbia, een vruchtbaar land, waarin omstreeks 100.000 menschen wonen, onder welke 35.000 Indianen van verschillende stammen zijn. De heidenen onder dezen — omstreeks de helft — sterven weg onder den verwoestenden invloed van brandewijn en ontucht, de Christenen daarentegen — 6000 Protestanten en 12.000 Roomschen — nemen in aantal toe. Het is vooral het district Metlakatea, dat een der glansrijkste bewijzen levert voor den zegen der missie. De kerkelijke zending begon hier haren arbeid in 1820, toen hare zendelingen daar te midden van 600 Indianen gingen wonen. De heidenen zijn thans beschaafde Christenen en hun dorp Metlakatla is, volgens getuigenis van den Schotschen reiziger Mackenzie, een stad, die tot een model voor de Europeesche steden kan strekken.

Nu moeten wij naar het Zuiden. Doch eer wij dit doen maken wij eene kleine uitvlucht naar Alaska, dat voor 1867 Russisch-Amerika heette, maar in dat jaar aan de Vereenigde Staten is verkocht door Rusland voor 7.000.000 dollars. Indianen, Eskimo's en Aleuten zijn hier de oorspronkelijke bewoners, die van niet minder dan tien Protestantsche kerken zooals de Presbyteriaansche van Amerika, de Episcopale, de Baptistische enz. het Evangelie hooren, terwijl ook Roomsche zendehngen zich hier niet onbetuigd laten in de verspreiding van hun pauselijk Christendom.

Keeren wij nu terug naar het Zuiden en betreden wij het gebied der Vereenigde Staten van Noord Amerika, dan vinden wij er de Roodhuiden, waarvan het grootste aantal stammen hier wonen. Meer dan een eeuw zijn deze oorspronkelijke bewoners van dit land blootgesteld geweest aan de i'erdelgingswoede der blanken, zoodat geheele stammen zijn uitgeroeid. Toen de Puriteinen van Engeland, nadat de Stuarts weder den Engelschen troon hadden beklommen, hun vaderland verheten onder aanvoering van William Penn, vestigden zij zich in Amerika (in Pennsylvanië, zooals zij het land noemden). Uit hen trad in 1646 John Elliot op met het voornemen, om onder de Indianen die toen nog 700.000 in getal waren — thans zijn zij niet meer dan de helft — - het Evangelie te gaan verkondigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

De Zending

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken