Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

„Op wollen zolen" gelijk Bilderdijk zegt, maar toch snel en zeker, nadert ons het einde des jaars. Straks staan we, zoo de Heere wil, weder aan eind en begin.

Voor vele jongelui is dat een prettige tijd. Er is rust na het werk of men moe is of niet, er zijn goede dagen voorbij en in het verschiet, de nieuwjaarsdag is altijd een heel pleizierige, kortom het kan niet beter.

Maar het is toch ook wel beschouwd een l tijd, die heel ernstig spreekt tot allen, die ooren hebben om te hooren. Elke oudejaarsdag zegt tot ons: Voorbij, voorbij; een geheel jaar weer voorbij, een jaar nader aan de eeuwigheid. P2n wederom roept ons elke nieuwjaarsdag toe: Smaakt en ziet dat de Heere goed is. Hij heeft nog geen voleinding met ons gemaakt, ons nog gelaten in het land der levenden, in den wel aangenamen tijd der zaligheid.

Dit zijn dingen waarover we wel eens mogen nadenken. Veel kinderen — en groote menschen ook —• hebben daar wel weinig lust in, maar dat is èn dwaas èn gevaarlijk. Dwaas, omdat zij zoodoende hun eigen heil verwaarloozen, gevaarlijk omdat het elk oogenblik te laat kan zijn om te bedenken wat noodig is.

Welgemoed op oudejaarsavond envroolijkop nieuwjaarsmorgen zijn er schijnbaar heel velen. Schijnbaar, want het duurt slechts zoolang als alles goed gaat, d. i. naar hun zin. Maar wezenlijk blij, dat wil zeggen met een duurzame blijdschap, die door niets te rooven is, dat kan alleen hij zijn wiens vreugd ligt in den Heere God. Want Die verandert niet, en Hij geeft eeuwige vreugd en onvergankelijk geluk. Wie nu op Hem betrouwt, in Hem is, die behoeft niet te vreezen, al wisselen de tijden en al veranderen demenschen en de dingen met hen. Want zijn hart is in .den Heere gerust. Zijn hoop is vast, omdat die ligt buiten Hem, ja buiten heel deze wereld, die wij met onze oogen aanschouwen.

Er worden op den nieuwjaarsdag vele wen-b schen uitgesproken, veelal maar zoo gedachte­ t loos weg, zöodat noch de spreker noch de hoor­ — der er veel op letten. Toch is er iets goeds in E R elkander alle heil en 's Heeren zegen in een A nieuw jaar toe te wenschen, mits het van harte B geschiede. Als ik den velen lezers en vrienden iets mag toewenschen, dan zou het zijn waar Mozes om bidt in den Qosten psalm: „De lieflijkheid des Heeren onzes Gods." Dit wil niet zeggen, dat het ons dan altijd zal gaan b zooals wij 't willen, maar dat de Heere ons zal h nabij zijn en in leed en vreugd onze God wezen. Hiervan zeker te zijn is zoo heerlijk en zalig b voor klein en groot, dat niets er bij haalt. .Gods m goedertierenheid, zegt David, is nog beter dan het leven. Moge die goedertierenheid ons verzeilen uit het oude in het nieuwe jaar!

AAN VRAGERS.

Een onzer lezers J. H. Z. te S. vraagt ons naar den oorsprong van het zetten van een klomp voor St. Nicolaas. We willen gaarne trachten hierop bescheid te geven.

Vroeger meer dan thans zett'en de kinderen op den St. Nicolaasavond hun schoen of klomp, soms met wat hooi er in, op den schoorsteenmantel. Den volgenden morgen of reeds eer was dan die schoen of die klomp met allerlei fraais en lekkers gevuld, of ook wel met een roede, al naar een kind zich had gedragen. Er bestaat een schilderij van Jan Steen, waarop zoo'n tooneel is afgebeeld.

Hoe komt men nu aan die gewoonte? Ja, vrienden, dat is een heele geschiedenis, die ik graag uitvoerig vertelde, maar er wacht zoo veel. Intusschen hoop ik het althans duidelijk te maken.

Onze voorouders waren heidenen, en vereerden onder anderen den God Wodan, naar wien de Woensdag (Wodans-dag) heet. Van dezen Wodan nu geloofde men, dat hij, als de winter begon, d. i. in 't laatst van December of liever als de dagen 't kortst zijn, door de lucht voer op zijn grauw, achtpootig paard Sleipner en met een speer van esschenhout in de hand. Hem volgde zijn knecht Ruprecht. Dat tweetal bezocht dan de menschen, en had gelegenheid vreugd of leed over hen te brengen, hun geluk of ongeluk te geven op jacht en in oorlog.

Deze komst van Wodan werd door de heidensche Germanen in den wintertijd verwacht en zij legden tegen den nacht wat hooi neer, opdat het paard iets te eten zou vinden. Op diezelfde wijs gaven de Romeinen b. v. hun dooden stukjes geld mee, om die te gebruiken in de onderwereld.

Toen nu het Christendom hier werd gebracht — trouwens een bedorven Christendom —-trachtte men de heidensche feesten zoo veel mogelijk in Christelijke om te zetten, de heidensche gebruiken door Christelijke te vervangen. (Dit wordt wel eens betwijfeld, maar nog pas weer is duidelijk bewezen, dat het zoo is). Op die manier vond het Christendom makkelijker ingang. Kerstboomen en Paaschvuurtjes b.v. zijn van heidenschen oorsprong. Zoo werd ook het St.-Nicolaasfeest of liever de dag van dien zoogenaamden „heiligen, " van wien heel veel goeds werd verteld, in verband gebracht met Wodan's bezoek. Gelijk de oude heidensche god in den nacht de menschen bezocht, om te zegenen of te straffen, zoo kwam nu St.-Nicolaas om den zoeten kinderen wat moois te brengen en den ondeugenden een roede of gard. Als Wodan heeft ook hij een knecht. Krijgt hij wat hooi voor zijn paard — want bisschop Nicolaas rijdt te paard zoo goed als Wodan — dan is hij tevreden, en brengt ook wat goeds.

Dat men schoen of klomp gebruikt voor dat hooi en ook voor giftenbus is te verklaren. De oude heidenen droegen schoenen noch klompen, maar onze kinderen en wij wel. En deze kleedingstukken zijn de eenige, die er zich toe leenen om gemakkelijk neergezet te worden b.v. op een schoorsteenrand of zoo, en om er iets in te doen. De groote flaphoeden van oudtijds en ook de hedendaagsche hoeden b.v. deugen daar niet voor; een jurk evenmin. De schoorsteenrand werd gekozen, ook wel de vuurplaat, omdat natuurlijk de schoorsteen 's nachts de eenige toegang tot het huis was.

Als gezegd, daar is mger te vertellen van deze dingen, waarbij heidensche fabelen en niet-heidensche vertelsels dooreen worden geward. Doch ik hoop, dat het bovenstaande voor 't oogenblik althans genoeg is, later meer.

Er schijnt om ons onbekende redenen bij zeer verschillende lezers tegelijk groote belangstelling te zijn gewekt in den toestand der dieren in het paradijs, ja der beesten in het algemeen. We kunnen echter niet aannemen, op alle vragen daaromtrent te antwoorden. Als b. V. een lezeres vraagt of de dieren ook behouden worden, dan is dit een vraag zoo dwaas, ja ongepast, dat die veeleer een bestraffing dan een antwoord verdient, al staat die vraag dan ook tusschen andere zeer gepaste. Als Gods Woor(^ duidelijk spreekt, is vragen overbodig. »

De beantwoording van wat verder inkwam, moesten we ditmaal uitstellen. Intusschen zouden we wel willen verzoeken, dat men bij het stellen der vragen eens goed nadacht, en in 't algemeen een vragen zond, waarop het eigenlijk niet aangaat antwoord te geven. Ook is 't zeer gewenscht dat men duidelijk, al is 't dan ook wat uitvoerig, zijn bedoeling te kennen geve. En eindelijk zij og eens gezegd, dat de vragen moeten ondereekend zijn. Alle andere worden ter zijde geegd, gelijk reeds vaak is vermeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken