Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

9 minuten leestijd

Oostenrijk. De Protestantsche weging in Oostenrijk.

Er is nog geen overzicht te geven van de beweging die zich in Roomsche kringen in Oostenrijk in de richting van het Protestantisme openbaart. Immers neemt de beweging steeds toe, zoodat berichten die heden gegeven worden, over een week den juisten stand van zaken niet meer weergeven, en ook doet men van Roomsche zijde veel om voor de buitenwereld te verbergen wat er eigenlijk omgaat.

Maar zeker is het dat het eene krachtige beweging is. Volgens de Reichsbote schrijft een Roomsch blad: „In Eger zijn voor korten tijd iioo menschen overgegaan, bij Dux een geheel dorp met pak en zak. In noordelijk Bohème gelijkt de beweging op een steeds aangroeiende lawine, en wanneer van de zijde van kerk en staat niet aanstonds gepaste middelen aangewend worden, dan zal in de volgende vier weken geheel noordelijk Bohème van Eger tot Reichenberg en nog verder voort tot het Protestantisme overgegaan zijn." In Pirkenhammen bij Karlsbad is men besloten tot het Protestantisme over te gaan; het handelshuis Wrieg en Comp. wi! aldaar een bedehuis laten bouwen. In de dorpen rondom Karlsbad, Aicb, Fischern en vele andere meer is men gereed om de Roomsche kerk vaarwel te zeggen. In Karlsbad zelf hebben zich op den laatsten Zondag niet minder dan 1000 menschen aangemeld om tot het Protestantisme over te gaan, en zoo gaat het tot in het oneindige voort in alle Duitsche plaatsen en streken van noordelijk Bohème. De Roomsche priester, die deze mededeelingen doet, meent dat slechts ééne zaak de beweging kan stuiten en wel: „een rechtvaardig absolutisme totdat alle ontroerde gemoederen tot rust gebracht zijn, en terwijl dit heerscht: het terugnemen van alle verordeningen en besluiten die voor de Duitsche Oostenrijkers noodlottig zijn, in het bijzonder van alle uitgevaardigde verordeningen die betrekking heb ben op de taal, scheiding der nationaliteiten ten einde te verhoeden dat nieuwe verdrukking plaats heeft en in de eerste plaats het tegengaan van alle verdere overgangen tot het Protestantisme door gepaste verbodsbepalingen aan de predikanten in de streken waar de beweging zich openbaart, voorlichting der bevolking over de maatschappelijke en politieke gevolgen van verdere overgangen, enz. maar spoedig, spoedig!"

Omdat de Duitschers in hun nationaliteitsgevoel voortdurend gekrenkt werden, is eindelijk een agitatie in. het leven geroepen, welke de leus doet hooren: „breek met Rome." Stelselmatig werd het Duitsche element tegengestaan en het Czechische krachtig bevorderd. De Roomsche geestelijkheid werkte daarin sterk mede. In 719 zuiver Duitsche gemeenten zijn 618 Duitsche en 562 Czechische priesters. Dus werd bijna de helft van de Duitsche gemeenten onder Czechischen invloed gebracht.

In 114 gemengde gemeenten werken slechts 23 Duitsche priesters en 272 Czechische. Kennelijk wordt in zulke streken, waar een Duitsche en Czechische bevolking samenwoont, het Duitsche element zooveel mogelijk verdrongen; in dien strijd staan de Czechische priesters vooraan.

Daarom vond de leus „breken met Rome" bij de Duitschers weerklank.

De Duitscher wil zijn nationaHteit, zijn taal, zijn zeden en gewoonten niet prijsgeven, en omdat de vertegenwoordigers van Rome hem van die goederen zoeken te beroovenj wendt hij zich met afkeer van Rome af Maar Rome is eene politieke en eene godsdienstige macht en daarom doet de nationale beweging zich ook op het terrein van den godsdienst kennen. Hij, die zich van Rome losmaakt, breekt natuurlijk ook met de leer die Rome brengt.

Nu is het niet te ontkennen dat blijkens de historie der kerk menige beweging tot reformatie der kerk mede voortkwam uit staatkundige en maatschappelijke overwegingen. De reformatie in Zurich kreeg daardoor zooveel uitbreiding, omdat men gevoelde dat de pauselijke invloed den staat moreel en nationaal te gronde richtte. De reformatie in Geneve begon met twisten tusschen de zoogenaamde Mamelukken, of aanhangers van den Hertog van Savoye, die de vrijheid van de stad aanrandden. Geneve zag reeds lang in zijne door hertogen van Savoye aangestelde bisschoppen de vijanden zijner vrijheid. De prior van St. Victor, Frans van Bonivara, die zijn landgenooten opriep om vrij en der vrijheid waardig te worden, werd door Philippus van Savoye aan een pilaar gesmeed; 6 jaren lang zuchtte hij in zijn onderaardschen kerker, totdat na zware beroeringen de invloed van Savoye geheel werd gebroken door het verbond met Bern en de reformatie zegevierde. Ook in Duitschland, Engeland en in ons vaderland werd de reformatie bevorderd door staatkundige bewegingen. Of omgekeerd deed de ontwaakte godsdienstige behoefte de dorst naar vrijheid ontstaan.

Maar het was het voorrecht in de dagen der groote reformatie dat God mannen verwekte als Luther, Zwingli, Calvijn, John Knox, bij welke de gedachte op den voorgrond stond: „Zoekt eerst het Koningrijk Gods en zijne gerechtigheid en al het andere zal u worden toegeworpen." Het waren mannen die alleen na een bange worsteling der ziel met Rome gebroken hadden. Het kostte soms wel moeite om de beweging tot reformatie in het rechte spoor te houden. De voorvechters van de vrijheid in Geneve waren libertijnen „die wel den paus hadden - uitgetrokken, maar het Evangelie niet wilden aantrekken." Nu zou het voor Oostenrijk te wenschen zijn indien er mannen als reformateurs optraden, om de beweging welke zich thans aldaar openbaart, in de rechte bedding, in de rechte sporen te leiden. Maar Luthers en Calvijns zien wij nog niet in Oostenrijk aan het werk. Al gaan ook vele Roomsche geestelijken met de beweging mede, het is de vraag of deze geschikt zijn om zonder voorbereiding de nieuwe kerken te dienen. Dat men van uit Duitschland de nieuwe protestantsche gemeenten van herders en leeraars zal kunnen voorzien betwijfelen wij. De Oostenrijksclie regeering zal hen niet voetstoots toelaten, en het is de vraag of er in Duitschland voor zulk een moeilijken arbeid geschikte personen te vinden zijn.

Men Bchrijft uit Oostenrijk dat men van de overgekomenen kan getuigen dat zij „de sieraden der gemeenten zijn." Het is te hopen dat deze getuigenis meer dan eene phrase is.

Vóór den dertigjarigen 'oorlog is in Bohème het Woord Gods met kracht verkondigd. Zou nu andermaal een wolk van genade over dit land heendrijven om zijn malsche droppen daarover uit te gieten?

Dit is zeker dat de beweging in Oostenrijk niet kunstmatig is verwekt. Als zij uit God is, zal dezelfde God die haar deed ontstaan ook de mannen geven, die haar in de rechte sporen moeten leiden.

Dat er alle reden is om de beweging in Oostenrijk met zekere bezorgdheid gade te slaan, blijkt uit een artikel in de Oostduitsche „Rundschau", waarin een Luthersch predikant aan de bekeerlingen uit de Roomsche kerk raadgevingen geeft omtrent de keuze, die zij te doen hebben tusschen de Roomsche en de Gereformeerde kerk. Volgens dien predikant moeten de menschen die Rome vaarwel zeiden in Bohème tot de Luthersche kerk overgaan. Want er is maar ééne Gereformeerde kerk waarin de Duitsche taal gebruikt wordt, terwijl er een groot getal Czechisch gereformeerde gemeenten zijn. Het kon dus gebeuren dat men bij een verstokte Czechische gemeente ingedeeld werd. De verhouding in Moravië is dezelfde, ook daar moet men de Luthersche kerk kiezen.

Daarentegen mag zich niemand in 5/fe/< : 'laten bewegen om tot de Luthersche kerk over te gaan. De Duitsche Sileziëri kiezen zonder voorbehoud de Gereformeerde kerk; want in de Luthersche kerk is de superintendent Hause oppermachtig, en deze is tot zijn superintendentschap gekomen door concessiën aan de Polen. De Luthersche kerk in Silezië kan daarom geen toevluchtsoord voor nationaal gezinde Duitschers zijn.

In Graz moet men zich ook niet bij de Luthersche kerk voegen, omdat de houding van den kerkeraad en den predikant tegenover den predikant May, die het eerste offer van het clericalisme genoemd wordt, afgekeurd wordt.

In Triest mag men zich ook niet aansluiten bij de Lutherschen, omdat hun bejaarde predikant Roomsche schoonzoons bij leger en vloot heeft; de Gereformeerde predikant Schalendek houdt men voor goed Duitsch gezind. Dergelijke artikelen doen zien hoezeer het noodig is, dat mannen vol van geloof en van den Heiligen Geest in Oostenrijk optreden om leiding te geven aan eene beweging, die door zoo velen met belangstelling gevolgd wordt.

Zwitserland. De doop niet noodig.

De Evangelische synode in het kanton Zurich heeft een nieuw statuut voor de Protestantsche landskerk ontworpen, hetwelk nog aan eene volksstemming moet onderworpen worden alvorens kracht van wet te hebben. Volgens dit statuut wordt met iiT, tegen 53 stemmen volgens de voordracht der commissie en tegen die van den kerkeraad bepaald, dat de doop niet noodzakelijk is om tot de landskerk te behooren. Men heeft het zeker wat al te gevaarlijk geacht om deze verklaring zoo maar rauwelings de wereld • in te zenden, daarom i-; er een protokol aan toegevoegd waarbij de synode verklaart dat zij de groote waarde van den doop erkent en haar nadrukkelijk aanbeveelt. Deze beslissing werd met 51 tegen 49 stemmen genomen. Er bestaat nu nog mogelijkheid dat in de later uit te vaardigen kerkorde de doop opgenomen wordt; maar het feit blijft, dat men tot de landskerk van Zurich behooren kan, en dat men tot het avondmaal kan worden toegelaten, ja dat men als predikant voor haar kan optreden, zonder gedoopt te zijn. Het conservatieve Berner Tageblatt zegt met recht met het oog op de besluiten der synode, dat deze het begin zijn van de zelfverwoesting der landskerk.

De Roomsche bladen in Zwitserland wijzen op het besluit als een teeken van het verval van het Protestantisme, zij stellen den deken Furrer te Zurich, die het voorstel in de synode deed, de vraag of een weinig eenheid niet te verkiezen is boven de onbeperkte vrijheid die Furrer voor alle gevoelens in zijne kerk eischt.

Het bovengenoemd Berner blad ziet den toestand dan ook zeer duister in, omdat de kerk

wanneer zij den doop eerst als een bijzaak gaat beschouwen en haar daarna van lieverlede gaat afschaffen, in tegenspraak komt met de leer en de praktijk van het geheele Christelijk verleden tot_ in de apostolische eeuw; ja in lijnrechten strijd met het ondubbelzinnig bevel van den goddelijken stichter der kerk is. Zeer juist merkt dit orgaan op: „Waar de kerk aan den geest des tijds zulke uiterst belangrijke concessiën doet, daar zal zij in den strijd tegen de secten en tegen het Ultramontanisme het moeilijk kunnen uithouden; juist de getrouwste leden van de Evangelische kerk moeten zulk een wending van zaken betreuren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 april 1899

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 april 1899

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken