Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Pers.

14 minuten leestijd

In de Friesche Kerkbode zet Prof. Dr. H. II. Kuyper zijn stud-e over de Critiek op de Bediening des Woords in dezer voege voort:

Een derde punt. waarop de critiek der gemeente zich richt, is het huisbezoek van den Dienaar des Woords, en ook dit punt, waarover niet weinig in de Kerken gesproken wordt, behoort daarom met ernst onder de oogen te worden gezien.

Prof Biesterveld heeft een uitnemend werk gedaan, toen hij onlangs in een breed opgezette studie deze zaak principieel onderzocht en aantoonde hoe de Gereformeerde Kerk steeds op het huisbezoek grooten prijs heeft gesteld.

Door deze grondige studie is nu wel eens en voor goed de dwaze gedachte afgesneden, alsof het huisbezoek eigenlijk het werk was van de ouderlingen en de predikant daarmede niet van noode had. Onze Kerkenordening gaf tot die gedachte wel eenige aanleiding door bepaaldelijk aan de ouder lingen het huisbezoek op te dragen, maar wie een maal goed heeft ingezien, dat een predikant een leerend ouderling is, begrijpt wel, dat het huisbezoek evengoed als het regeeren der Kerk, het oefenen van tucht enz mede tot zijn taak behoort, en de Kerkenorde dus nooit bedoeld kan hebben, dat de predikanten van dezen arbeid verschoond moeten blijven Als ouderling heeft de predikant even goed als de andere ouderlingen zijn plicht in het bezoeken der gemeente waar te nemen,

En naast Aizaplicht moet den Dienaar des Woords tot vervulling v n deze taak nog een hooger motief drijven. Zal hij als trouw herder zijn kudde het noodige voedsel brengen uit de weide van het Woord, dan moet hij »de aangezichten zijner schapen ken nen, " gelijk het volk dit uittrukt. Een prediking, die waarlijk vrachtbaar werken zal, moet gericht zijn op de plaatselijke behoeften der gemeente. De Dienaar des Woords moet, zonder ooit persoonlijk te worden op den kansel, in elke prediking doen gevoelen, dat hij weet wat er in de harten zijner hoorders omgaat Elke gemeente toont een eigen karakter in het geestelijk leven; er zijn ^in die ge meente bepaalde zielenooden, waarvoor balsem in Gods Woord moet gezocht worden; bepaalde zon den, waartegen gestreden moet worden; bepaalde toestanden, die leiding behoeven Deze eigenaardige «liggingen" kunnen niet anders gekend worden dan doordat de Dienaar des Woords huis aan huis rondgaat en de leden der gemeente persoonlijk kennen leert. Wie dat niet doet en zich op zijn studeerkamer opsluit, mag zeer geleerde en doorwrochte preeken loveren op den kansel, maar het doel der prediking: invloed op de gemeente uit te oefenen, bereikt hij niet; zijn woord gaat over de hoofden der hoorders heen Het is volkomen terecht gezegd, dat een preek, die voor alle gemeenten goed is, feitelijk nergens deugt. Eerst waar tusschen den prediker en de gemeente door het huisbezoek een levende band ontstaan is, kan de preek op de gemeente passen. En het is de vraag, of de klacht, die in vele groote Kerken gehoord wordt, dat de prediking de harten zoo vaak koud laat, niet daaraan te wijten is, dat in deze groote Kerken een geregeld bezoeken der gemeenteleden door den overkropten arbeid van den Dienaar des Woord feitelijk onmogelijk is.

Wij stellen deze dingen met beslistheid op den voorgrond, opdat, waar wij thans op de keerzijde der medalje wijzen gaan, ook geen oogenblik de gedachte opkomen zou, alsof wij het nut van het huisbezoek voor lien Dienaar des V/oords minder hoog zouden aanslaan dan dit door de gemeente allerwege geschiedt.

Ontkend kan het niet worden, dat over het algemeen de klacht beluisterd wordt, dat de predikanten te weinig aan het huisbezoek zich laten gelegen liggen. Wij spreken hier niet van de uitzonderingen op dezen regel Er zijn dienaren des Woords, die ook in dezen deele hun ambt zoo trouw behartigen, dat elke klaagtoon onrecht zou wezen Maar deze uitzonderingen daargelaten, wordt meestal eer over te weinig dan over te veel bezoek geklaagd

Dat deze klacht in vele gevallen niet zonder grond is, stemmen wij gaarne toe. Vooral in kleine ge meenten, waar het ledental een paar honderd be draagt en de catechisaties, evenals het huisbezoek, gedurende de zomermaanden wegens de drukte op h t land toeh stil moeten staan, is er geen enkele reden denkbaar, waarom de dienaar des Woords niet minstens tweemaal elk jaar de gemeente rond komen zou. Indien dit niet geschiedt, is er ver zuim in het spel en behoort de Kerkeraad zulk een dienaar des Woords met ernst op dit verzuim te wijzen.

Maar de critiek der gemeente ga 't waarlijk niet alleen over zulke predikanten, die uit gemakzucht of om andere oorzaken dit gewichtig deel van hun dienstwerk nalaten Er bestaat in vele gemeenten de gedachte, alsof een huisbezoek eigenlijk alleen een vol huisbezoek zou zijn, wanneer de dienaar der Woords dit zelf leidt De ouderling mag dan als help - nde leviet dienst doen, maar op den pre dikant komt het aan Komen er tw e ouderlin gen, dan werkt dit feit zelf reeds zekere ontstemming en is men slechts half tevreden. Terwijl het verschijnen van een ouderling bij een ziekbed om den kranke te troosten, als iets ongehoords wordt begroet.

Hierin nu ligt een gevaarlijke nawerking van de vroegere dominolatrie i), die tot de meest stuitende dominocratie 2) heeft geleid Een ouderling is in het huisbezoek niet een aanhangsel van den predikant, maar een wettig ambtsdrager, die even goed als de dienaar des Woords tot deze taak van Godswege geroepen is. Het huisbezoek is niet een «private bediening des Woords, " is geen zendings arbeid, »om nelen voor den Christus te winnen, ' maar is een deel van de sregeering van Christus Kerk" en behoort dus tot het ambt van den ouderling in de eerste plaats Voorzoover en omdat de predikant mede ouderling is, behoort dit werk dus ook tot zijn taak, maar dit mag nooit in dien zin worden opgevat, alsof het huisbezoek zijn bijzonder privilegie zo.u wezen Elk ouderling is episko pos, «opziener" in Gods Kerk .en heeft als «opziener" toezicht te houden over de kudde, door voor het Avondmaal de leden te bezoeken En dat geldt niet alleen van het officieele huisbezoek, maar evenzoo van het bezoek aan de kranken. De Apos tel Jacobus zegt uitdrukkelijk: Indien iemand krank onder u is, laat hij de ouderlingen roepen. Niet alleen de ouderlingen, die arbeiden in de leer, maar ook de ouderlingen, die de Kerk regeeren, behoo ren ziekenbezoek te doen.

Toch is het niet alleen om deze krenking van het ouderlingenambt, dat wij op dezen misstand wijzen. Ook voor den dienaar des Woords zelf draagt deze verkeerde opvatting allerlei nadeelige gevolgen. Om in de gratie der gemeente te blijven, tracht hij dan, zooveel dit mogelijk is, aan den wensch der leden tegemoet te komen en brengt hij zelf persoonlijk het huisbezoek bij allen In kleinere gemeenten zal dit wellicht mogelijk zijn zonder nadeel voor zijn overig dienstwerk, maar in grootere gemeenten lijdt of het huisbezoek zelf, 6f de dienst des Woords daardoor schade Wil de predikant nauwgezet zich voorbereiden voor de prediking, dan moet h 3 twee dagen in de week rustig aan zijn studie kunnen blijven Slechts weinige predikanten hebben zoo rijke gaven van God ontvangen, dat zij bij minder tijd van voorbereiding toch een degelijke bewerkte predikatie leveren kunnen

Wil hij nu op dezen tijd van voorbereiding niet korten en toch het werk der ouderlingen bij zijn taak waarnemen, dan k .n het niet anders, of het huisbezoek ontaardt in een «rondloopen' van de gemeente. Een goed huisbezoek moet minstens een uur diiren; het moet niel afloopen met twee, drie vragen, maar een ingaan zijn op den geestelijken toestand, een onderzoek zijn naar de vrucht der prediking, een geven zijn van leiding aan het zieleleven. Van zulk een huisbezoek kan dan echter geen sprake w zen. Reeds Maandagsmorgens wordt, soms zonder ouderling, de tocht aanvaard. Overal wordt staande even gevraagd naar den welstand voor het koffiedrinken zijn een tiental bezoeken afgelegd Zoo gaat het in een jacht de gemeente door En de vrucht van zulk een gemeente bezoek is wellicht, dat de predikant daardoor zeer «gewild" wordt, maar voor de geestelijke opbouwing der ge • meente werpt dat bezoek geen het minste resultaat af, evenmin als het den predikant zelfop de hoogte brengt van de geestelijke behoeften van zijn kudde Het is beter één goed huisbezoek in het halfjaar, dan tien zulke bezoeken in de week

En hier komt nog iets bij.

De actie, die van het herlevend Calvinisme in ons vaderland uitgaat, doet zich op allerlei gebied gevoelen. Het is niet alleen in het leven der AVri, maar evenzoo op het gebied van de Schoei, van de Sociale quaestie, van de Pers, van de Staatkunde, van de Jongelingsvereenigingen, van Patrimonium, dat de doorwerking van het beginsel zich openbaart. De velden zijn wit om te oogsten. Maar de mannen, die deze actie leiden kunnen door woord, door raad, door openlijk op te treden, zijn weinigen Het spreekt daarom wel van zelf, dat de predikanten telkens geroepen worden om op al deze terreinen voor te gaan Zij zijn de eenige gestudeerde mannen, die daarvoor te vinden zijn. Juist omdat het Calvinisme meest huist onder de «kleyne luy den; omdat de mannen van aanzien en wetenschap zich bij het ongeloof hebben aangesloten, ontbreken de leiders van het volk. En waar het volk toch leiders noodig heeft, daar roept het bij voorkeur tot al dezen arbeid de Dienaren des Woords, die het vertrouwen van dat volk bezitten.

Dat hierin voor de gemeente een gevaar schuilt, ontveinzen we niet Een predikant, die ook voorzitter is van het schoolbestuur, ook raadsman van Patrimonium, ook verkiezingsagent, ook vocaal der kiesvereeniging, ook man van de persactie, ook eerelid der jongelingsvereeniging en aan al deze zaken zijn tijd geven moet, schiet vaak in zijn arbeid voor de gemeente tekort. Er moest hier verdeeling van arbeid wezen. Naast den predikant moesten anderen optreden, die dit werk deden. Dat w.ire de normale toestand Maar waar deze «mede werkers' ontbreken en alleen de schoolmeester als helper kan optreden, daar heeft de gemeente met deze abnormale toestanden te rekenen en het te dragen, dat haar Dienaar ook aan dezen arbeid zijn tijd geeft, al geschiedt dit soms ten koste van het geen haar voordeel wezen zou.

En evenzoo als dit geldt van de actie op practisch gebied, geldt dit ook van de actie op het ter^ rein der wetenschap Prof. Bavinck heeft er onlangs terecht met nadruk op gewezen, dat de gemeenten zorg hadden te dragen, dat de Dienaren des Woords die daartoe gaven van God ontvingen, tijd overhielden om zich aan wetenschappelijke studie te kunnen wijden Onze Gereformeerde theologie heeft nu bijna twee eeuwen lang braak gelegen Noch aan Gereformeerde exegese, noch aan Gereformeerd Kerkrecht, noch aan Gereformeerde Dogmatiek, om van de Kerkgeschiedenis en de Ambtelijke vakken maar te zwijgen, is gedaan Toch stond de weten schap in dien tijd niet stil, modernen en Gronin gers, ethischen en Vermittlungstheologie gingen hun gang. Niet de wetenschap alleen, ma-r de Kerk evenzeer ondervindt van dien toestand de nadeeligste gevolgen Laat ons, om slechts een voorbeeld te noemen, de aandacht bepalen bij de exegese of uitlegkunde. Eiken Zondag moet de Dienaar des Woords het Woord verklaren en uitleggen. hij heeft daartoe goede commentaren noodig, die licht over het Woord verspreiden; maar juist die com mentaren uit onzen tijd ontbreken. Hij kan wel bij Calvijn en de oude schrijvers te rade gaan — en dit wordt dan meest gedaan, — maar al is hun arbeid niet verouderd de wetenschap stond toch niet stil; allerlei vragen zijn door betere kennis van de taal, de archaeologie enz. aan de orde ge komen; maar heel deze nieuwere studie, in de latere commentaren neergelegd, is in strijd met de Gere formeerde beginselen, geeft uitleggingen aan de hand, die niet in overeenstemming te brengen zijn met wat de Kerk Gods aller eeuwen beleed Ge voelt men nu niet hoe broodnoodig het voor de echte bediening des Woord ^ in al onze Kerken is, dat er kundige Geijeformeerde exegeten opstaan, die voor het zoekend oog weer vaste lijnen trekken, waarop men voortbouwen kan?

Nu mogen wij dankbaar zijn, dat aan onze beide scholen te Kampen en te Amsterdam mannen arbeiden, die deze taak op zich hebben genomen We bezitten weer een Gereformeerde Dogmatiek, en een Gereformeerde Encyclopaedie we d ons voor het eerst geschonken Maar dit klein getal hóogleeraren kan niet alles; hun getal moet uit den boezem der Kerken worden aangevuld; hun arbeid moi? t ge steund worden door dien der Dienaren des Woords

Het is droef, dat dit laatste niet geschiedt. Hier en daar is een enkele predikant, die wat exegese van Calvijn vertaalt, of wat stichtelijke lectuur uitgeeft, of wat schetsjes schrijft over historische personen, maar degelijke, wetenschappelijke werken, die uit onze pastorieën voortkomen zijn zelden Dit kan niet daaraan liggen, dat de aanleg, de gave ontbreekt. Onder onze predikanten zijn een aantal doctoren, die getoond hebben door hun academisch proefschrift, dat zij op het veld der wetenschap met • eere konden optreden. Dat het hun alleen om den eeretitel te doen zou zijn geweest, en zij, na dien te hebben verworven, alle wetenschappelijke aandrift gebluscht zouden voelen, mag niet worden aange • nomen De oorzaak ligt dus elders. De schuld ligt bij de Kerken zelf, die, door heel den tijd van deze dienaren in beslag te nemen, hun het arbeiden voor de wetenschap onmogelijk maken. Op de bediening des Woords, op het catechetisch onderwijs, het bij • wonen der Kerkeraadsvtrgaderingen kan niet bezuinigd worden wat den tijd aangaat; dat spreekt wel van zelf; dit deel van het dienstwerk moet verricht worden Het eenige waarbij zekere speelruimte kan gelaten worden is het gemeentelijke bezoek; dat kan uitgebreid of ingekrompen. Eischt nu de gemeente, dat de predikant bij elke familieaangelegenheid, bij de lichtste ongesteldheid een bezoek zal brengen; wordt er al geklaagd, wanneer men dominé in een maand niet aan huis heeft gezien; dwingt de gemeente hem bij al zijn pastoralen arbeid nog de huisvriend van heel de gemeente te worden, dan, laat men eerlijk zijn, blijft er voor studie geen uur in de week over

Deze toestand wreekt zich in onze Kerken Op elke kerkelijke vergadering waar ernstige zaken aan de orde komen, zaken van kerkrecht, van Zending, van diakonaat, van Sabbathswerk, van opleiding der dienaren, is het een spreken in het|honderd, een gemis aan vastheid van lijnen, een woordenstroom, maar zonder rijkdom van gedachten. Zoo kan men tot geen beslissingen komen, die onze Kerken verder brengen. De volgende vergadering werpt omver, wat de vorige besloot. En dit alles toont, dat er studie ontbreekt; dat men den tijd mist, om zich van de vraagstukken op de hoogte te brengen; dat men in onze Kerken gevaar loopt oppervlakkig te worden

Wij zeggen niet, dat het daarom geraden zou zijn, dat een Kerkeraad ooit een dienaar des Woords onthief van het huisbezoek, om zich geheel aan de studie te kunnen wijden. Wij zijn het eens met Voetius, dat dit niet kan. Een dienaar des Woords moet heel zijn ambtelijke taak vervullen. Maar wel dient de gemeente zelve in te zien, dat de dienaren des Woords in onze dagen nog een andere roeping hebben dan bij Piet, Jan of Klaas even aanteloopen, om een kop koffie te drinken, en aldus van 'smorgens vroeg tot 'savonds met de lange pijp in de hand door het dorp te wandelen; dat zij ook geroepen zijn op hun studeerkamer zich met de borst toe te leggen op de studie van de vragen, die op kerkelijk gebied zich voordoen. En dat inzonderheid aan de mannen onder hen, die wetenschappelijke gaven van God ontvingen, tijd moet worden gelaten om deze talenten niet te begraven in allerlei »bezoekjes, "maar te besteden in den dienst van Hem, die eens rekenschap vragen zal van de gaven, die Hij aan zijn Kerk op aarde schonk.

Hiervan moet ieder de waarheid gevoelen.

Zullen we krachtig in het land staan, dan moet elke pastorie een centrum van licht en leven zijn. Middenpunt van geheiligde Godsvrucht, van kracht des Heiligen Geestes, van een licht, dat uitstraalt over geheel onze saamleving, en leiding kan geven aan geheel de ontwikkeling van het Gereformeerde leven in den boezem van ons volk.

En dit nu gaat zonder steeds voortgaande studie niet.

Aan de Academie is men niet uitgestudeerd, maar heeft men geleerd, hoe te studeeren.

En wie drijven blijft op het aan de Academie verworvene, merkt maar al te spoedig, dat de kleine voorraad ras is uitgeput en dat het lichtje een nachtpit wordt, die zieltoogt en uitgaat.

1) Dominees aanbidding 2) Dominees heerschappij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 juli 1900

De Heraut | 2 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 29 juli 1900

De Heraut | 2 Pagina's

PDF Bekijken