Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buiteuland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buiteuland.

6 minuten leestijd

Engeland. Het schijnt alsof de crisis in de AngHcaansche kerk door de jongste beslissing van de aartsbisschoppen van York en Canterbury, haar hoogtepunt heeft bereikt. Toen het gebruik van wierook en kaarsen bij processiën door de Kerkelijke autoriteiten verboden werd, kreeg men den indruk, dat de Ritualisten, met hunne sterke Roomsche neigingen, zouden toegeven en dat zij hunne gelofte van gehoorzaamheid aan de over hen gestelde macht zouden gestand doen, en dat daardoor de vrede in de Episcopaalsche kerk zouwederkeeren. Doch de nieuwe beslissing omtrent het bewaren va% de gewijde teekenen bij het avondmaal heeft in het Ritualistische kamp nieuwe oppositie doen ontstaan. De English Church Union, de vereeniging waarin het Ritualisme als het ware belichaamd is, heeft uitgesproken dat zij op dit punt weigert zich gehoorzaam te betoonen. Daardoor is het nu toch geschied, dat de aartsbisschoppen en verreweg het grootste getal bisschoppen zich tegen de Church Union, welke onder leiding van Lord Hallifax staat, moesten stellen. De aartsbisschoppen kunnen niet toegeven; de Ritualisten willen zich niet aan hen onderwerpen. De laatsten schijnen van meening, dat wanneer zij zich maar flink schrap zetten tegen de bisschoppen, zij ten slotte in de Episcopaalsche Kerk zullen geduld worden. De Ritualisten willen in den grond der zaak niets weten van het gezag der bisschoppen, en ook verwerpen zij het Common prayerbook dat op zoo menige pkats hun streven veroordeelt. Zij bedenken echter niet, dat de Staat, door aan de Episcopaalsche kerk vele geldmiddelen te verschaffen, ook het recht heeft om te eischen, dat de door hem onderhouden kerk aan zekere voorwaarden voldoet. De eischen, die de Staat haar stelt, zijn eenvoudig : gehoorzaamheid aan de bisschoppen en stipte opvolging van het Common prayerbook. Daar de Ritualisten met die eischen rekening zullen moeten houden, beginnen zij steeds meer te ijveren voor het denkbeeld, dat de kerk losgemaakt moet worden van den staat. Zij weten dat de Engelsche Episcopaalsche kerk een aanzienlijk vermogen bezit, waarover de Ritualisten de vrije beschikking zouden krijgen wanneer de band, die de kerk aan den staat verbindt, werd verbroken. Om hun aanspraak op dit vermogen niet te verliezen, kunnen zij er niet toe besluiten, door een breken met de staatskerk te toonen, dat zij offers willen brengen voor hunne overtuiging.

Men behoeft er zich niet over te verwonderen, dat de Ritualisten "zich niet storen aan hunne bisschoppen, daar zij in den grond der zaak den paus van Rome als hun eenigen bisschop erkennen. Zij zouden eerlijk handelen wanneer zij eenvoudig Roomsch werden. Reeds hebben vele gemeenteleden en sommige predikanten dien stap gedaan; en er zouden er zeker meerderen volgen indien de paus maar geneigd was om te erkennen, dat de" predikanten van de Engelsche staatskerk wettige ambtsdragers zijn. Doch de paus kon daartoe niet komen, en op zijn standpunt heeft hij gelijk. Hij kan alleen die ordinantiën erkennen die rechtstreeks of middellijk van den heiligen stoel zijn uitgegaan.

En dit kan van het Engelsche episcopaat niet gezegd worden, al zouden vele Roomschgezinden dat ook gaarne doen, om den overgang van de Ritualisten tot hunne kerk gemakkelijk te maken.

Dat sommigen in Engeland steeds meer gaan gevoelen, welk een onrecht er aan de Zuid-Afrikaansche republieken aangedaan wordt, blijkt uit een artikel in de Morning Leader, waarin geklaagd wordt over de „Cubaansche methoden in Zuid-Afrika". Dit blad veroordeelt zeer scherp het maken van een pseudo complot, door een amateur detective op touw gezet, tegen het leven van Roberts, en dat dienen moest om het onmenschelijk optreden van de Engelsche legeraanvoerders tegen de Boeren eenigermate te rechtvaardigen. „Wij hebben boerenplaatsen en huizen verbrand, zegt het blad, ontelbaar veel vee zonder betaling weggedreven, wij gebruiken voorname burgers als beschutting tegen vijandelijke granaten, doordat wij ze naast onze schildwachten en voorposten stellen of hen dwingen om in onze spoorwagens, die militairen vervoeren, te gaan. Maar dit is den Jingo's nog niet genoeg. In het vervolg zullen wij niet meer willen weten van eene bevolking die met medestrijdt, maar eenvoudig de geheele weerbare manschap gevangen nemen om hen naar Ceylon of St. Helena te brengen. Het kan ons niet schelen, wat er van de vrouwen en kinderen wordt, die zonder bescherming aan de ellende of, wellicht nog erger, aan de kaffers worden prijsgegeven. Voorts hooren wij van het toepassen van doodstraffen, vernieling van eigendommen enz., waardoor eene vroegere proclamatie van lord Roberts, waarin hij verklaarde niet met de Boerenbevolking maar met het Transvaalsche gouvernement oorlog te voeren, vernietigd wordt. Wanneer de Boeren Cretenzen of Cubanen geweest waren, zouden wij voor hen sympathie gevoeld hebben, doch nu wij de rol van de Turken of van de Spanjaarden spelen, wordt de zaak anders. De St. Jatnes Gazette, het orgaan der Tories, wenscht in een hoofdartikel generaal Roberts geluk, omdat hij eindelijk de tactiek van den Spaanschen generaal Weyler, die de troepen op Cuha aanvoerde, is gaan volgen. Ja, dit blad wil, dat men de geheele bevolking van de Zuid-Afrikaansche republieken zal wegvoeren. Wij moesten als eene natie die het volkenrecht kent en eerbiedigt, voorslagen en raadgevingen van dien aard niet aanhooren, en in elk geval geen woord daaraan verspillen. Zij zijn slechts een maatstaf voor ons nationaal verval en bewijzen de onzedelijkheid van ons streven. Wanneer men voor elf maanden vooruit gezien had, dat men tot onderdrukking van de ondragelijke heerschappij van een kliek in Transvaal, en tot handhaving van de rechten der uitlanders, een oorlog ging voeren, die uitloopen zou op eene annexatie van de beide republieken en tot deportatie van de bevolking zou leiden, dan ware de regeering van Chamberlain gevallen, vóór dat nog een schot gelost was. Maar een jaar van bloedvergieten en van brutaliteit, heeft ons wreed en ruw gemaakt, en volgens de St.-James Gazette zijn wij reeds tot het peil van Spanje en Weyler gezonken, en staan dus op denzelfden trap van zedelijkheid met die „stervende natie, " wier onbekookte en, bloeddorstige oorlogen wij navolgen."

Deze woorden vaa het Engelsche blad zijn wel geschikt om de oogen in Engeland te openen. Of men daardoor den onzaligen oorlog zal opgeven, betwijfelen wij. Wel vinden wij het zeer opmerkelijk, dat het veldwinnen van het imperialisme samenvalt met h«t verschijnsel, dat in steeds breedere kringen gebroken wordt met de beginselen van het Protestantisme, en met de neiging, om op kerkelijk terrein Roomsche paden te bewandelen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 september 1900

De Heraut | 4 Pagina's

Buiteuland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 september 1900

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken