Bekijk het origineel

Qui bene distinguit.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Qui bene distinguit.

3 minuten leestijd

In de Friesche Kerkbode komt de redacteur van de maand nogmaals opMaccovius terug.

Nu zijn we het geheel met hem eens, dat zoo men tegenover elkander stelt, eenerzijds de dialectisch-systematische methode, en daartegenover de methode die de stof der openbaring niet verwerkt, maar slechts herhaalt, niet alleen Maccovius, maar met hem evengoed Maastricht, a Mareken elk goed-Gereformeerd theoloog het beginsel van de bonae consequentiae tegenover de Doopersche idee vasthoudt, gelijk dat reeds vóór Maccovius door de beide Tricatiel, door Franciscus Junius e.a. gedaan was.

Maar minder goed kunnen we hem toegeven, dat de manier, waarop Maccovius deze methode heeft toegepast, ook de manier zou zijn, die deze jaren bij het onderwijs in de Dogmatiek aan de Vrije Universiteit is toegepast.

Dit kon ook moeilijk, omdat vooral sinds het optreden van Kant, de wetenschappelijke methode zoo aanmerkelijke wijziging heeft ondergaan. En wat het feitelijke aangaat, zullen deputaten, die nu en dan deze colleges bijwoonden, eer geklaagd hebben over te iveinig, dan over ^^ 2»^^/dialectische spitsvondigheid.

Ons komt het daarom voor, dat men hier wel onderscheiden moet tusschen de dialectisch-systematische methode, waarzonder eenvoudig geen dogmatiek denkbaar is, en den specialen vorm die deze methode in de dusgenaamde „scholastiek" aannam.

Nu kan men zeker dezen naam scholastiek zeer elastiek nemen, en er alle onderwijs in scola onder verstaan. Maar weg te nemen is het toch niet, dat een historische naam zich nooit geheel ontdoen kan van den vorm, waarin de zaak, die hij aanduidt, opkwam. En het is daarom dat wij ons van dezen naam liefst losmaken, ook met het oog op de nieuwe ontwikkeling van de dialectisch-systematisch methode in onze eeuw.

We zien daarom met belangstelling het betoog tegemoet, hoe ook Voetius tegenover de aphoristiek der dusgenaamd Bijbelsche methode, het dialectische standunt handhaafde. Dat standpunt kan geen ereformeerde prijsgeven. En Voetius dankt r ongemeen veel voor het uitnemende van ijn vertoogen aan.

Al is het toch, dat we Maccovius veriensten zeer hoog stellen, en zijn helderheid elkens opnieuw bewonderen, met Voetius eeft men dan toch dit voor, dat hij als an en Christen ons geheel anders aanoet, én in zijn scholastiek soberder was.

Slechts zij ons veroorloofd op te merken, at wie nu nog doceeren wilde precies zoo ls Voetius doceerde, niet op de hoogte van ijn tijd zou zijn.

Zoodra onze artikelen over de gemeene ratie ten einde zijn, hopen we ook het erschil tusschen de tweeërlei methode, die ier in het spel is, toe te lichten. Te eer daar we ons niet kunnen voorstellen, at, mits de zaak helder uiteengezet wordt,

één eenig Gereformeerd theoloog, dien naam waard, zich thans nog tegen de dialectischsystematische methode zou verzetten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 maart 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Qui bene distinguit.

Bekijk de hele uitgave van zondag 10 maart 1901

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken