Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

In de ernhout: Utrechtsche Kerkbode schrijft Ds. Ferhout:

Wat onze missionaire Dienaren op Midden Java vóór alles begeeren is, zoo schreven we in ons oorgaand nummer, de bediening der Sacramenten, et name die van het H. Avondmaal. En, bij het elerlei gemis dat ze zich om 's Heeren wille moeen getroosten, hebben ze er recht op, dat de erken althans in deze leemte voorzien.

Nu kan deze voorziening in het afgetrokkene op erschillen.de manieren getroffen worden.

Allereerst zouden de Kerken in Nederland daaroor de hulp kunnen inroepen van de Kerken van l atavia en Soerabaya. En deze hulp zou dan in d weeërlei vorm kunnen worden verleend.

De missionaire Dienaren zouden, zonder zich bij én dezer kerken te voegen, van de kerkeraden te atavia en te Soerabaya verlof kunnen krijgen, m, zoo dikwijls in hunne kerken het H. Avondaal wordt bediend, desvereischt onder overleg ing van een goed getuigenis aangaande hun andel, daar ter plaatse het Sacrament te komen ebruiken.

De kerken van B. en S. zouden echter óók een t eker aantal keeren per jaar haar Dienaar naar ns arbeidsveld kunnen zenden, om daar aan de D saamgekomen missionaire dienaren het H. Avondmaal uit te reiken.

Aan de eerste wijze van doen zijn geen geringe bezwaren verbonden. En ftnantieel èn met het oog op den arbeid. Want een reis van Djocja, Póerworedjo, Keboemen en Poerbolingo is geen klein en goedkoop uitstapje, al moet aanstonds toegegeven, dat, zoo er geen andere \ie.% op te vinden was, dit bezwaar ware te boven te komen.

De tweede vorm van hulp zou wellicht bezwaren ontmoeten bij de kerken van Batavia en Soerabaya. En bovendien, het is ook niet in te zien, waarom de Dienaren van deze beide kerken op Midden-Java zouden moeten komen doen, wat elk van de missionaire Dienaren, daartoe door zijn kerkeraad gemachtigd, evengoed en met veel minder moeite doen kan.

Zoo men alleen aan de missionaire Dienaren denkt, is, dunkt ons, dan ook de eenvoudigste oplossing van 't vraagstuk déze, dat ze door de zendende kerken gemachtigd worden, om beurtelings in hun kring het Sacrament uit te reiken.

Doch daarmee zou men de missionaire Dienaren in deze belijdenis en oefening van de gemeenschap der heiligen losmaken van hunne huisgenooten, van de overige arbeiders en arbeidsters in onze zending en van de Europeesche christenen van gereformeerde belijdenis in hunne omgeving.

En dat nu schijnt ons niet alleen onnatuurlijk en hard, maar ook in strijd met alle goede beginselen en schadelijk.

Het komt ons voor, dat men bij dit vraagstuk de overige arbeiders en gereformeerde belijders bij de missionaire Dienaren insluiten moet, en dat er dus gezocht moet worden naar een bediening van het H. Avondmaal, die hun allen gelijkelijk ten goede komt.

Ook tot bereiking van dit doel staan in 't afgetrokkene verschillende wegen open.

In de eerste plaats zou men al de Geref. Europeesche christenen een gereformeerde Kerk in optima forma kunnen laten institueeren.

Natuurlijk zou het ver uiteen-wonen van de leden, dan wel veel van de winst doen verloren gaan; maar principieel zou dit toch op Java met zijn eigenaardige indeeHng van de bevolking minder bezwaar opleveren dan ten onzent; en in elk geval vei'kreeg men zóó althans «i? »2^ kerkelijk saamleven en had men ook de bediening des H. Avondmaals. Alleen maar — deze uitweg wordt afgesneden door hetzelfde bezwaar, dat ook in den weg staat aan de aansluiting onzer missionaire Dienaren bij de Kerken van Batavia en Soerabaija : dat ze n.l. zoodoende tegelijkertijd lid zouden zijn van twee onderscheidene Kerken. Als ze in eigen kring het H. Avondmaal zullen ontvangen, zou er daarom niets anders opzitten, dan ze te laten formeeren een kerk »van min-vaste formatie.''

Een •Dsendingskerk'' zou dit niet kunnen zijn.

Want een zendingskerk, hoe onvolkomen en onvast ze ook aanvankelijk moge zijn, heeft de bestemming en de neiging om tot steeds vaster formatie te komen. En juist die vaste formatie moet in dit geval vermeden.

Daarenboven, onze zendingsarbeid beoogt niet — lthans tot dusver niet — de vergadering en mstitueering van kerken uit Europeanen, en evenmin van kerken uit Europeanen en Javanen saam, maar van Javaansche kerken. En alleen voor een Jaaansche zendingskerk is er dientengevolge op ons errein plaats.

Wat er — wil men de Europ. gereformeerden in een kring saambrengen — in de gegeven omtandigheden alzoo overschiet, is alleen het foreeren van een of meer gelegenheids • of nooderken.

Gelijk bekend is, waren zulke gelegenheids-kerken n den bloeitijd onzer gereformeerde kerken niets reemds. Ze werden in oorlogstijd gevormd in 't leger en op de vloot. Men vond ze ook op de chepen die naar Indië voeren of vandaar terugeerden, en in allerlei andere omstandigheden die ijdelijk een groDter of kleiner getal geloovigen, uiten het territoir van wèl geordende kerken, saamrachten.

Het eigenaardige van zulke gelegenheidskerken ei in haar onvoldoende gestalte en tijdelijken duur. en had er, waar 't mogelijk was, wèl een Dienaar es Woords, maar geen ouderlingen en evenmin iakenen.

Welnu zulk een gelegenheidskerk (of kerken) zou, unkt ons, onze broeders en zusters op Middenava kunnen helpen.

Ze hadden dan wel niet alles wat zé wenschen; aar ze waren toch ook niet langer van alles erstoken.

Tegen de bediening van het H. Avondmaal in un kring zou voor 't minst geen bezwaar kunnen emaakt worden. Althans, Voetius zou er geen edenking tegen hebben. Want als hij in P. III, . II. T. IV, III Quest, van zijn Polit Eccl. de raag behandelt, of de Doop en het Avondmaal es Heeren gevoeglijk in een legerplaats kunnen ediend worden, is de eenige reden, waarom hij en opzichte van het Avondmaal aarzelt, deze, dat e lidmaten die in een legerplaats vertoeven, nu ier dan daar zijn ; dat de dienaars ze niet kennen, n dat ze binnen korten tijd naar hunne woonplaats erugkeeren, waar ze dan het H. Avondmaal kunnen ntvangen.

Doch hij verzuimt niet op te merken dat in de oll. Synoden vóór den vrede van 1648 beraadlaagd is over de vraag óf en op welke manier et Avondmaal des Heeren in een legerplaats zou unnen worden uitgedeeld.

Op de vraag, of het H. Avondmaal zou mogen ediend worden op een vloot, die gedurende eenige aanden onder zeil is, antwoordt hij met de wederraag : waarom de geloovigen, die zich op zulk een loot bevinden, gedurende langen tijd verstoken ouden moeten zijn van de vernieuwing en bevesiging huns geloofs. Zelfs aarzelt hij niet om voor en, die nog niet ten H Avondmaal werden toeelaten, in dergelijke omstandigheden onderwijs in e religie te eischen en toelating tot het H. Avondaal op belijdenis des geloofs.

Nu kan men de bedenking maken, dat een ge. egenheidskerk, als wij bedoelen, toch wel wat te uurzaam zou zijn, om met die in legerplaats en loot op één lijn gesteld te worden; maar nooderk blijft ze niettemin, en hare groote duurzaameid zou haar in 't oordeel van Voetius ten aanien van het H. Avondmaal iets doen vóór heben bij een dergelijke onvaste formatie in een egerplaats.

Het komt ons daarom voor. dat déze weg voor nze broeders en zusters op Midden Java valt in e slaan.

De zendende Kerken zouden dan hare respectieve ienaren moeten machtigen, om in deze onvaste

kerkforraatie ieder op zijn beurt het H. Avondmaal te bedienen.

Natuurlijl: zou dit de gereformeerde belijders te Djocja, te Poerworedjo of waar dan ook geen oogenblik mogen terughouden van een definitieve en volledige institueering der kerk in hun woon plaats, zoodra ze daartoe in staat zijn. En natuurlijk zou dan de missionaire dienaar daar ter plaatse in zulk een Kerk het H. Avondmaal gebruiken.

Voorts zou zulk een noodkerk, naar 't ons voorkomt, niet moeten verhinderen, dat de missionaire Dienaren met de hunnen, en ook de overige Euro peesche gereformeerden, voor zoover ze daartoe in de gelegenheid zijn, het H. Avondmaal gebruiken in eene Javaansche kerk.

Waarom zou Ds. Adriaanse b. v. met zijn huisgenooten en met wie het onder Europeanen verder begeeren mocht, niet met de gemeente te Poerworedjo h< t Avondmaal gebruiken ?

Europeanen en Javanen in één kerkformatie saam te brengen, schijnt onmogelijk. Maar dat Europeesche christenen geen viermaal per jaar met hunne Javaansche broeders en zusters aan 't Avondmaal zouden kunnen aanzitten — wil er bij ons niet in. En we twijfelen er niet aan, of Ds. Adriaanse gebruikt ook zelf het H. Avondmaal, als hij het uitdeelt in de gemeente te Poerworedjo.

Naar 't ons voorkomt, ware op deze tweeërlei manier in de behoefte aan bediening van het H. Avondmaal te voorzien.

Natuurlijk zouden onze broeders en zusters daarmede nog missen wat ze voor zich en de hunnen zoo vurig begeeren en wat wij ze even hartelijk gunnen : den vollen zegen van een warm kerkelijk sa& mleven en van een trouw herderlijk opzicht.

Maar in de gegeven omstandigheden hun dit te bezorgen gaat boven menschenmacht. Onze broeders ginder toonen. dat ook zélf zeer goed te weten, want daarover deden ze dusver nooit eenig beklag.

En wat nu ten slotte aangaat het toezicht op de missionaire Dienaren in hun arbeid, waarom het ook de Heraut te doen was bij haar advies het komt ons voor, dat we, zoolang er niet op Java sprake kan zijn van een eenigszins beduidend kerkverband, waarmee de Nederlandsche kerken zich daarover kunnen verstaan, niet anders kunnen dan onzen broeders het Apostolisch woord voorhouden : sHebt acht op elkander." Voor de ramp van een soort superintendent hopen we althans dat onze broeders en de arbeid onzer kerken bewaard zullen blijven.

En we zien ook niet in, waarom we ons over de afwezigheid van »hooger" toezicht zoo ongerust behoeven te maken. Eénige reden was daar nog voor, zoolang er niet meer dan een paar broeders arbeidden. Want als er tusschen die twee verschil van inzicht of botsing ontstond, was er geen derde en geen vierde om de zaak in t reine te brengen.

Doch nu er straks 4 Dienaren des Woords zullen zijn en daarenboven nog een Arts en een directeur van de Keuchenius school — nu is er toch heusch geen reden meer om te vreezen, dat de wagen in den eersten den besten greppel zal rijden.

Hierin is veel uitnemends.

De regeling van allerlei principieele vragen kan niet aan de enkele broederen op het arbeidsveld worden overgelaten.

Onze kerken moeten hierover in Synode adviseeren, en ten slotte decisie geven.

En zeer hopen we, dat de eerstkomende Synode ten deze veel moge tot stand brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 juli 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van zondag 21 juli 1901

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken