Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de Ders.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de Ders.

6 minuten leestijd

Over het smadelijk onthaal, dat in de Ned. Herv. Synode aan het voorstel van Dr. Gunning, Hoedemaker en Kromsigt ten deel viel, strijkt Ds. Fernhout in de Utr. Kerkbode dit welverdiende oordeel:

De - Dorthodoxe" Synode.

Tientallen van jaren was de hoop van alle ernstige belijders in de »Ned. Herv. Kerk ', die van geen breuke der plaatselijke kerken met de Organisatie wilden hooren, op omzetting van de Besturen gevestigd.

Als maar eerst — zoo stelde men zich voor — de Classicale Besturen in hun meerderheid orthodox waren; vervolgens door deze orthodoxe Clas sikale Besturen de Prov. Kerkbesturen waren omgezet; en eindelijk van uit de Prov. Kerkbesturen de meerderheid in de Synode was veroverd — dan was de gouden tijd der reformatie voor »de Ned. Herv. Kerk' gekomen.

Een rekening, die uit moest komen — zou men zoo zeggen.

Er waren er wel, die er de schouders over optrokken — maar dat waren zwartgallige, kwaaddenkende lieden; in den grond vijanden van «de Kerk", en die graag geloofden wat ze hoopten. De zaak was, dat deze lieden het, ten eerste, wat ernstiger namen met de reorganisatie — »de reformatie ', zeiden ze liever — van de Herv. Kerk; dat ze het vervolgens niet erg begrepen hadden op een groot deel van de orthodoxie waarop men bouwde; en dat ze, eindelijk, te goed wisten wat geweldige kleef kracht er doorgaans zit in de kussens van hooge banken en in de zittingen van machtszetels en eergestoelten, om te gelooven aan een Synode, die zichzelve om koud hielp.

Helaas, hun vrees werd al te droef bevestigd.

De optimisten werden bitter teleurgesteld.

Reeds méér dan ééns. En nu onlangs zeer pijnlijk.

Bij de Haagsche Synode waren sverzoeken" in gekomen om «reorganisatie.”

Men had het koord dus niet te strak gespannen

Men had de bekende gevoeligheid van de oude zeer behoedzaam ontzien. Men was zeer mak. Geen eisch om af te laten van het heerschappij voeren over het erfdeel des Heeren; geen kloeke aandrang om reformatie; — een eerbiedig Dverzoek' om Dreorganisatie' slechts.

Zou ze hooren, de Haagsche ? De kans leek schoon, met mannen als Hoedemaker en Gunning — bergen ontmoeten elkaar niet, maar menschen! — voorop.

Doch "t mocht niet baten. De oude bleek onvermurwbaar. Hooghartig wees ze het eerbiedig verzoek van de hand. En sommige van de Hoogeerwaarden gaven de petitionarissen, bij hun vertrek, nog een schop meê door de kier van de deur.

Dat de tegenwoordige organisatie met het Koingschap van den Christus in strijd is — is volens den «orthodoxen" Prof. Kruyff een holle rase. En voorts: dat verzoeken om reorganisatie s niets anders dan «het geven van knipoogjes an de gereformeerde kerken, " iets dat den Prof. geweldig hindert.' Men wil leertucht. Maar «leer ucht hoort in de kerk niet thuis.' De prediker oet profeet zijn, en niet bang behoeven te wor en voor de gefronsde wenkbrauwen van een ouder ing die op de leer zit.”

«Neen geen leertucht" — zoo viel de «ortho doxe" Prof. van Leeuwen hem bij: »want dan gaat het op een uitdrijven, en uitdrijven komt in de kerk niet te pas.”

Zoo lachten twee «orthodoxe" kerkelijke Hoog leeraren met de leertucht, met het Ouderlingen ambt. En de Haagsche besloot in een enkel hoog en koud frasetje, om alle verzoeken om reorgani satie te wijzen van de hand; - zelfs geen commissie, om naar de noodzakelijkheid en de moge lijkheid van reorganisatie onderzoek te doen, werd er benoemd.

Zou deze nieuwe, grievende teleurstelling onze gereformeerde broederen in het Genootschap ein delijk ontnuchteren?

Dat de Heere het gave!

Dat men toch geen menschen meer vroeg om wat men van Christus'' wege heeft. Dat men geen vrijheid van menschen smeekte voor wat de Koning zoo uitdrukkelijk gebood. Dat men in den Naam des Heeren zich opmaakte om zélf te doen, wat men van de Haagsche nooit gedaan zal krijgen: reorganiseeren, neen, reformeeren.

Reformeeren, niet reorganiseeren Want de Synodale Organisatie, en alle andere eigenwillige ori, anisatie, moet opgegeven, om naar niets te vragen dan naar die forme of gestalte, welke de Christus zelf, in 't Woord, voor zijne Kerke heeft geordineerd.

Wij zijn er benieuwd naar, wat de klagende broeders nu doen zullen.

Na eerst zoo stellig te hebben uitgesproken dat het blijven onder de Synodale organisatie, hun „zonde voor God" geworden was, kan dit antwoord der Synode hun conscientie toch geen rust geven.

In de Amst. Kerkbode heeft Prof. Fabius een ingezonden stuk geplaatst, dat den vinger legt op een wonde plek.

Geachte Redactie,

In verschillende bladen was het bericht te lezen, ook onlangs in de Kerkbode (No. 759) opgenomen, dat den uden der vorige maand »de eerste leeraar van de Gereformeerde Kerk te Velsen c. a." zich aan die gemeente verbonden had.

Die inkleeding trok mijne aandacht.

De «eerste leeraar" in de Gereformeerde Kerk aldaar ?

Maar hoe ? Is die Kerk dan altijd vacant geweest ? Ook onder de Synodale organisatie ? lm mers neen.

Zelfs kan niet gezegd worden, dat er vroeger uitsluitend niet-Gereformeerde leeraars zijn geweest, en nu voor het eerst een Gereformeerd predikant zou zijn opgetreden.

Of heeft niet de Kerk van Velsen het voorrecht gehad, den uitnemenden G. Doedes in haar midden te zien, door den Heere in 1876 op zoo jeugdigen leeftijd weggenomen, toen de Kerk van Amsterdam voor de derde maal eene beroeping op hem had uitgebracht ?

Wellicht is zelfs de reformatie van de kerk te Velsen mede vrucht van zijne werkzaamheid.

Waarschijnlijk heeft de berichtgever bedoeld, dat deze kerk zich voor het eerst in eenen leeraar mag verheugen, sedert zij de Synodale-organisatie ter zijde zette.

Maar dat is heel wat anders.

Inderdaad is de wijze van uitdrukking niet on verschillig.

Onze tegenstanders willen zoo gaarne het voorstellen, alsof de Gereformeerde Kerken builen de Synodale organisatie van 1816/52 iets geheel nieuws zijn.

Gelijk de heer Charles Boissevain, zoo gansch zichzelf, dezer dagen tot verkwikking van alle synodale gemoederen en prikkeling van de Gere formeerden, in het Handelsblad omtrent Minister Kuyper schreef, dat Z.Exc. nog wel alleenhéerscher in eene nieuwe kerkelijke gemeenschap was geweest.

De Gereformeerde Kerken hebben alle stoffelijk goed moeten prijs geven.

Zij moeten aanzien, dat de haar bij de Grondwet van 1815 gewaarborgde traktementen en de haar toebehoorende goederen gebruikt worden door de afdeelingen van het nieuwerwetsche Genootschap.

Daaraan is voorshands niet te doen.

Maar wij behoeven toch waarlijk niet bovendien onzerzijds die berooving onzer kerken te wettigen, en ons eigen doen te veroordeelen, door onze tegenstanders toe te geven en hun na te schrijven, dat wij iets nieuws zijn, los van het verleden.

Onze goederen moeten wij althans tijdelijk, en misschien voor goed, missen.

Maar wij laten niet varen de hooge pretentie van te zijn de continuatie der Gereformeerde Kerk, die wel onder de synodale organisatie gebogen is, maar niet ondergegaan.

Met dank voor de plaatsing,

U-w dw., D. P. D. FABIUS.

Amsterdam, 6 Sept. 1901.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 september 1901

De Heraut | 4 Pagina's

Uit de Ders.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 september 1901

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken