Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

ONTDEKKINGEN.

IV.

Die verwachting zou vervuld worden. Het door den prins uitgezonden schip, dat gelijk al de vorige, zoo dicht mogelijk langs de kust voer, werd door een storm uit de richting en in de wijde zee gedreven. Toen die storm eindelijk ophield, ontdekte men in de verte land, en stuurde er heen.

Men vond er land, of liever een eiland, met vulkanische gebergten en veel zand daartusschen. Er woonde niemand. De Portugeezen konden het dus gemakkelijk in bezit nemen. Zij noemden het Porto-Santo, d. i. heilige haven. Door het dien naam te geven, wilden de scheepsbevelhebbers, Johan Gonzales en Martin Vaz, hun dankbaarheid uiten, voor de toevlucht, die deze haven hun na den storm bood. Ge kunt het eiland vinden op de kaart, ten noord-oosten van Madera, in den Atlantischen Oceaan.

Toen het schip na eenige maanden weerom kwam, stonden velen verbaasd, de manschap nog levend weer te zien. Zij vertelden hun wedervaren en dat zij een eiland hadden ontdekt. Prins Hendrik was recht tevreden, en begreep, dat er nog wel meer onbekend land liggen kon. Hij zond dus aanstonds een nieuw schip uit.

Dat ging ook de ruime zee in en zie — weldra ontdekte kapitein Gon? ales Zarco, in de verte een hem onbekend land. Weer bleek het een eiland te zijn, maar veel grooter dan Porto-Santo, en eveneens met bergen bedekt. Er groeide echter meer. Ook vond men er dieren, doch weer geen menschen. 't Was het eiland Madera reeds in vroeger tijden bekend, doch waarmee men zich tot nog toe weinig had be­ moeid. De naam beduidt houteiland, naar de vele bosschen die er waren, doch die de Portugeezen zoo dwaas geweest zijn, door vuur te vernielen.

Zoo had dan kapitein Zarco de groep der Madera-eilanden ontdekt, die later, o. a. door haar wijn overal bekend zou worden. Toen hij met dat goede bericht weer in 't vaderland terug kwam, liep al 't volk uit, om hem te verwelkomen, en was hij bij iedereen de geprezen man-Nu zei niemand meer, dat prins Hendriks plannen dwaas en de uitvoering roekeloos was. Zoo gaat het. De mensch ziet aan wat voor oogen is. Wat voorspoedig gaat, juicht hij toe als 't in zijn belang is; wat niet gelukt wordt veroordeeld.

Maar wie 't meest in zijn schik waS; dat was Dom Enrique zelf. Zoo had hij dan al zijn moeite en zorg al spoedig beloond gezien. Met allen ijver ging hij voort, en weldra hadden zijn schepen ook de Kanarische eilanden bereikt, die wat zuidelijker liggen dan de Madera-groep.

Toen het zoover was, besloot prins Hendrik wijselijk, een poos te wachten, en eerst te zien wat met het nieuw ontdekte land te doen was, dat men voor Portugal in bezit had genomen. Wat de Kanarische eilanden betrof, hoe gaarne hij die ook genomen had, dat ging niet. Want Spanje maakte er aanspraak op, en de Spaansche buurman was te machtig, dan dat men hem had kunnen trotseeren. Zoo bleven dan de Maderaeilanden over, en de prins besloot nu alles te doen, om de gewesten nuttig te maken voor zijn vaderland. Allereerst werden er menschen heengezonden, om 't land te bevolken; met hen gingen allerlei huisdieren, die op Madera voedsel genoeg vonden. Verder werden er vele planten en vruchtboomen naar de eilanden over gebracht, zooals het suikerriet. En wie thans ­op Madera komt, en ziet wat er al groeit, erkent nog, hoe men vóór eeuwen reeds daartoe is werkzaam geweest.

Intusschen, hoe verblijd onze prins ook was, over zijn ontdekkingen, 't was duidelijk, dat op de eilanden geen Mooren woonden, en dat hij, om hun rijk en macht te leeren kennen, en Portugal's gezag in hun gebied uit te breiden, het vaste land van Afrika verder moest onderzoeken.

In 't jaar 1433 vinden we Dom Enrique weder op zijn slot te Sagres. Groote veranderingen hadden plaats gevonden. Zijn vader, koning Johan, was gestorven, na een zeer roemrijke regeering. Op hem was gevolgd, Hendrik's oudere broeder Duarte, of Eduard, gelijk wij zouden zeggen. Deze, hoogelijk met zijn broeder en diens streven ingenomen, begon met hem al de landen te schenken, die hij voor Portugal had veroverd. En ge begrijpt, hoe zulk een gift, den thans 30-jarigen prins aanmoedigde, voort te gaan, en den naam dien hij kreeg: „Hendrik de Zeevaarder, " eer aan te doen.

We treffen den prins aan, in gesprek met twee zeevaarders, Gil Canes en Gongales. Beide hadden reeds meermalen tochten zuidwaarts gemaakt. Doch in de laatste tien jaren was alle aandacht gewijd geweest aan de nieuwe bezittingen, die Portugal zich had verworven, en had men geen nieuwe reizen gedaan.

„Is u deze kaart bekend? " vroeg de prins, op een zeer groote kaart wijzende, die dicht bij aan den wand hing.

De kapiteins wierpen een nieuwsgierigen blik op de kaart. Zij was gemaakt in Italië. De Italianen, vooral de Genueezen en de Venetianen, waren te dier tijd en vroeger groote zeevaarders. De Portugeezen waren zelf onder aanvoering van kapiteins uit Genua, vroeger wel op Madera geweest, 't Stond dan ook op de kaart aangeteekend, gelijk mede een groot deel der kust van Afrika. Zoowel de prins als zijn gasten, stonden niet weinig verbaasd. In dien tijd echter kwam het vaak voor, dat de zeevaarders van eenig volk, de zeewegen, die zij ontdekten, zorgvuldig voor andere volken geheim hielden. Later deden de Portugeezen hetzelfde met den zeeweg naar Oost-Indië, toen wij Nederlanders, dien wilden weten. In een onzer vroegere verhalen, hebben we daarover uitvoerig gesproken.

Op de kaart stond niet alleen Europa voorgesteld, maar ook een groot deel van Azië Vooral Indië, het veel geroemde Indië, was duidelijk geteekend. Doch wat meest de belangstelling van het drietal gaande maakte, was een schets van Afrika: het noorden vrij nauwkeurig, het zuiden, zoo als men vermoedde dat het zijn zou. Volgens deze kaart nu, zou 't mogelijk zijn, zuidelijk varende, om Afrika heen te zeilen en zoo oostwaarts naar Indië te komen. Wij weten thans, dat dit vermoeden volkomen juist was.

De handel op West-Azië en in de voortbrengselen uit Indië, werd te dier tijd nagenoeg geheel gedreven door de Italiaansche republieken Genua en Venetië. Zij haalden de goederen uit de havens van de Levant, als Smyrna, Konstantinopel en Salonika. De waren werden daarheen gekocht door karavanen, die uit het verre binnenland kwamen. De Italianen verdienden daarmee schatten, en vele oostersche waren kostten dan ook ontzaglijk veel. Zoo b.v. de peper. Van daar dat men nog zegt: 't Is peperduur; al heeft men nu voor een stuiver, meer dan iemand in een week er van kan verorberen.

Ge begrijpt nu ook wel, vrienden, waarom de Portugeezen zoo begeerig waren, den zeeweg naar Indië te kennen. Lag die eenmaal open, dan konden zij den Italianen den loef afsteken, den handel met al zijn voordeelen aan zich brengen, en zoo heel Europa tegen goed geld van het noodige voorzien.

CORRESPONDENTIE.

G. B. te B. Een volgend maal gaarne.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 februari 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 februari 1902

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken