Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Print this document

ADVIES aan „de Gereformeerde Kerken in Nederland” in zake de eenheid van opleiding tot den Dienst des Woords.

8 minuten leestijd

CONCEPT-CONTRACT.

De Gereformeerde Kerken in Nederland, in enerale Synode te Arnhem samengekomen in ugustus 1902, en de Directeuren der Vereeniing voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden rondslag, als zoodanig belast met het bestuur er Vrije Universiteit te Amsterdam, in dezen andelend op advies van hare Curatoren en van haren Senaat en volgens machtiging van de Alemeene Vergadering dier Vereeniging, gehouden te , den I902;

overwegende, dat het wenschelijk is, de twee thans bij hen bestaande inrichtingen voor Theo logisch onderwijs en opleiding tot den dienst des Woords, n.l. de Theologische School te Kampen en de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam, tot ééne inrichting te vereenigen; en dat dit het best geschieden kan door middel van een contract, dat de onderscheidene bedingen inhoudt, welke de Kerken ten aanzien van haar zeggenschap over die inrichting stellen; en welke de Vereeniging voor Hooger Onderwijs harerzijds aanvaardt ;

zijn overeengekomen, zoodanig contract aan te gaan, gelijk zij door onderteekening van dit stuk in duplo verklaren te doen, en dit contract te doen bestaan uit de volgende bepalingen:

ART. I.

Om deze vereeniging tot stand te doen komen, worden de Hoogleeraren, die thans verbonden zijn aan de Theologische. Faculteit der Vrije Universiteit, van wege de Kerken benoemd tot Hoogleeraar aan de Theologische School; en de Hoogleeraren, die thans verbonden zijn aan de Theologische School, van wege de Vereeni ging voor Hooger Onderwijs benoemd tot Hoogleeraar in de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit.

ART. 2.

Het normaal getal der Hoogleeraren in de Theologie zal zes bedragen. Ingeval, hetzij de Kerken, hetzij de Vereeniging voor Hooger Onderwijs, het wenschelijk mochten achten, boven dit normale getal eene benoeming te doen, zal hierover vooraf overleg worden gepleegd tusschen de wederzijdsche Curatoren; en de benoeming daarna geschieden met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.

ART. 3.

De benoeming van eenen nieuwen Hoogleeraar in de Theologie geschiedt aldus, dat deze Hoogleeraar zoowel door de Kerken als door de Vereeniging voor Hooger Onderwijs aangesteld wordt.

Het initiatief daartoe gaat de ééne maal uit van de Curatoren der Kerken, die eerst het praeadvies van de gezamenlijke Hoogleeraren in de Theologie inwinnen en daarna tot eene voorloopige benoeming overgaan. Zij geven van deze voorloopige benoeming kennis aan de Curatoren der Vrije Universiteit, die hunnerzijds het recht hebben, bij gemotiveerd schrijven binnen twee maanden bezwaar tegen deze benoe ming in te brengen. Indien dit bezwaar niet bij minnelijke schikking uit den weg te ruimen is, brengen de Curatoren der Kerken de zaak ter eindbeslissing op de Generale Synode. Ingeval geen bezwaar bestaat, dan gaat de benoeming van wege de Curatoren der Kerken door, en wordt zij gevolgd door eene benoeming van wege de Directeuren der Vereeniging voor Hoo ger Onderwijs.

De andere maal gaat het initiatief uit van de Directeuren der vereeniging voor Hooger On derwijs, die vóór de benoeming overleg plegen met de Curatoren der Kerken. Indien bij deze Curatoren bezwaar bestaat, dan geven zij bij gemotiveerd schrijven binnen twee maanden van dit bezwaar kennis aan de Directeuren van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs; en indien het bezwaar niet bij minnelijke schikking uit den weg te ruimen is, gaat de benoeming alsdan niet door, behoudens het recht van appèl op de Generale Synode, die over het ingebrachte bezwaar beslist. Ingeval geen bezwaar bestaat, of het ingebrachte bezwaar door de Synode ongegrond wordt verklaard, gaan de Directeuren tot de benoeming over en laten de Curatoren der Kerken daarop hunnerzijds eene benoeming volgen.

ART. 4.

De Hoogleeraren in de Theologie onderteekenen de Formulieren van Eenigheid volgens een door de Kerken daarvoor vast te stellen formulier; en ontvangen van de Kerken vrijheid, om bij hunne benoeming tot Hoogleeraar aan de Vrije Universiteit de verklaring te onderteekenen, dat zij het in artikel 2 van de Statuten der Vereeniging voor Hooier Onderwijs aangegeven'standpunt aanvaarden; met dien verstande, dat eventueel verschil, over de al of niet naleving van genoemd artikel 2 der Statuten voor hen door de Generale Synode alleen wordt beslist.

ART. 5.

De Hoogleeraren in de Theologie ontvangen hun traktement en pensioen van de Kerken tot het thans door de Kerken vastgestelde bedrag (en desgelijks hunne weduwen en weezen hunne toelagen); terwijl hetgeen de Vereeniging voor Hooger Onderwijs aan hare Hoogleeraren meer uitkeert, hetzij aan traktement, hetzij aan pensioen, hun door de Vereeniging voor Hooger Onderwijs wordt verstrekt.

Telken jare wordt ééne der door de Generale Synode voor de Theologische opleiding uitgeschreven kerkcollecten gestort in de kas van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs.

ART. 6.

Evenals de Vereeniging voor Hooger Onderwijs harerzijds, houden ook de Kerken door middel van hare Curatoren toezicht op het onderwijs der Hoogleeraren in de Theologie.

ART. 7.

De Kerken hebben het recht wegens afwijking in de leer of ergerlijken wandel deHooglecraren in de Theologie te schorsen en te ontslaan. Zij doen hiervan in een gemotiveerd schrijven mededeeling aan de Directeuren van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs, die zich verbinden deze schorsing en dit ontslag voor deze Hoogleeraren ook hunnerzijds te doen gelden.

De Kerken oefenen dit recht van schorsing uit door middel van hare Curatoren; maar het definitief ontslag kan alleen gegeven worden door de Generale Synode.

Indien de Directeuren der Vrije Universiteit binnen veertien dagen tegen eene schorsing bezwaar maken, of indien de geschorste in appèl komt, gaat de schorsing niet in, totdat de rovinciale Synode, onder welke hij resorteert, eeft beslist.

ART. 8.

De Curatoren der Kerken en de Directeuren er Vrije Universiteit hebben het recht, na verleg en in overeenstemming met elkander, enen Hoogleeraar, die ongeschikt blijkt voor et onderwijs of de opleiding, op non-activiteit e stellen, mits met toekenning van het in rtikel 7 genoemde pensioen als wachtgeld. ndien deze overeenstemming niet verkregen ordt, beslist de Generale Synode.

ART. 9.

De Hoogleeraren geven les in de vakken, door de Curatoren der Kerken en de Directeuren en de Curatoren der Vrije Universiteit, in overleg met elkander, hun bij hunne benoeming opgedragen, behoudens de wijzigingen, die daarin later met hun eigen goedvinden worden aangebracht, terwijl zij daarbij voorts zich houden aan de Series I> ectionum, door de Curatoren der Vrije Universiteit vastgesteld.

ART. 10.

Tot de theologische colleges worden na afgelegd propaedeutisch examen alleen zulke studenten toegelaten, die een goed getuigenis aangaande leer en leven overleggen. In geval iemand aan laatstgenoemde voorwaarde niet voldoet, wordt over zijne toelating door de Hoogleeraren in de TLeologie beslist.

ART. II.

De Hoogleeraren in de Theologie zijn verplicht toezicht te houden op leer en leven der theologische studenten.

ART. 12.

Het contract van de Kerken met de Directeuren der Vereeniging voor Hooger Onderwijs zal van weerszijden opzegbaar zijn, mits hiervan één jaar van tevoren kennis gegeven worde.

Bovenstaand Concept-Contract wordt den Kerken aanbevolen door

J. VAN ANDEL.

H. BAVINCK.

P. BIESTERVELD.

T. BOS.

W. BOUWMAN.

A. BRUMMELKAMP.

W. DOORN.

D. P. D. FABIUS.

G. H. J. W. J. GEESINK.

A. DE GEUS.

J. A. GOEDBLOED.

G. VAN GOOR.

TH. HEEMSKERK.

J. HESSELS.

A. KUYPER.

H. H. KUYPER.

A. LITTOOIJ.

A. J. W. MONNIK.

L. NEIJENS.

T. NOORDEWIER.

F. L. RUTGERS.

B. VAN SCHELVEN.

L. H. WAGENAAR.

J. WESTERHUIS.

J. WOLTJER.

De vergadering der broederen, die te dezer zake waren saamgekomen, besloot verder nog de volgende door haar aangenomen adviezen en mededeelingen den Kerken ter overweging aan te bieden en ter synodale tafel te brengen:

I.

De eenheid van opleiding is in dien weg te verkrijgen, dat de beide inrichtingen, de Theologische School der Kerken en de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit, vereenigd worden tot ééne inrichting, die tegelijk de School der Kerken en de Theologische faculteit der Vrije Universiteit is.

II.

De Hoogleeraren in de Theologie dragen derhalve eene dubbele qualiteit: nl. die van Hoogleeraar aan de Theologische School der Kerken en die van Hoogleeraar in de Theologische Faculteit der Vrije Universiteit.

III.

De Generale Synode verklare, dat naar haar oordeel voor de Hoogleeraren in de Theologie de onderteekening van de verklaring, dat zij het in artikel 2 van de Statuten der Vereeniging voor Hooger Onderwij t aangegeven standpunt aanvaarden, hetzelfde inhoudt als hetgeen inde onderteekening van de Formulieren van Eenigheid van hen door de Kerken wordt geëischt.

IV.

Van wege de Kerken worden tien Curatoren benoemd; iedere Provinciale Synode kiest éénen Curator met zijnen secundus.

V.

Ten aanzien van de plaats van vestiging zal door de Generale Synode in overleg met de Vereeniging voor Hoogei Onderwijs worden beslist. De meerderheid heeft zich onder ons verklaard vóór 'sGravenhage, en eene niet onbelangrijke minderheid vóór Amsterdam.

VI.

Daar de Vereeniging der Theologische School en der Theologische Faculteit der Vrije Univerteit tot onmiddellijk gevolg heeft de losmaking van het Gymnasium (tot hiertoe aan de Theologische School verbonden) van de Kerken, behooren de Kerken dadelijk maatregelen te nemen, om bedoeld Gymnasium aan eene Vereeniging over te doen, met bevestiging van de verkregen rechten der Leeraren, thans aan dat Gymnasium verbonden.

De kosten, verbonden aan de vereeniging van de Theologische School en de Theologische Faculteit, eventueel ook de kosten van eene daardoor noodige verplaatsing van de Vrije Universiteit, zullen voor de helft gedragen worden door de Kerken, met dien verstande, dat, indien een nieuw gebouw moet worden ingericht, van de kosten hiervoor zal worden afgetrokken de som, die het thans in gebruik zijnde gebouw der Vrije Universiteit bij verkoop opbrengt. De Vereeniging geeft voor de ontvangst van het aldus door de Kerken betaalde aandeel in de kosten eene hypothecaire schuldbekentenis aan de Kerken; en verplicht zich, indien het contract met de Kerken verbroken wordt, deze som binnen één jaar te restitueeren. Bij - deze te restitueeren som zullen echter niet in rekening gebracht worden de kosten, aan de verhuizing van Hoogleeraren verbonden.

Voorts zal door de Generale Synode in overleg met de Vereeniging voor Hooger Onderwijs worden vastgesteld, welk aandeel door de Kerken zal betaald worden in de kosten, aan onderhoud der gebouwen enz. verbonden.

Het Moderamen, B. VAN SCHELVEN, Praeses,

P. BIESTERVELD, Scriba.

Utrecht, 14 Februari I902.

VII.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 maart 1902

De Heraut | 4 Pagina's

ADVIES aan „de Gereformeerde Kerken in Nederland” in zake de eenheid van opleiding tot den Dienst des Woords.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 maart 1902

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken