Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Kinderen.

6 minuten leestijd

NIEUWE TIJDEN.

IX.

Koning Johan werd opgevolgd door Emmanuel of Manuel, later bijgenaamd de Groote.

Kort vóór zijn dood had echter de eerste nog een belangrijken stap gedaan, die bewijst dat al had hij den lust tot ondernemingen verloren, hij toch alle zaken bleef behartigen.

Gelijk we zagen, waren ook de Spanjaarden op ontdekkingen uitgegaan, 't Was te voorzien, dat hierdoor tusschen de twee naburige volken moeielijkheden zouden ontstaan. Om dit te voorkomen, sloot koning Johan in 1494 met Spanje een overeenkomst. Daarbij werd bepaald dat al wat ontdekt werd voorbij den 21 en graad westelijk van de Kaap-Verdische eilanden, aan Spanje zou behooren. Wat ten oosten daarvan lati, zou wezen voor Portugal.

Zoodra was koning Emmanuel niet aan de regeering gekomen, of hij vatte het werk dat een poos gerust had weer op. Hij rustte ee» vloot uit, die ter ontdekking van nieuwe landen gaan zou. Tegelijk breidde de vorst zijn anacht uit in Noord-Afrika.

Maar nu kwam de groote vraag, wie het bevel moest voeren over de kleine vloot. Lang dacht •de koning hierover na: er hing zooveel van af.

Eens stond hij in diep nadenken voor een venster van zijn paleis en keek in den tuin. Juist liep daar een edelman, Vasco de Gama geheete», en 't was of den koning gezegd werd: „Dat is de man, dien ge hebben moet." Het duurde dan ook niet lang, of De Gama was tot opperbevelhebber der vloot benoemd, en zeer vereerd, nam hij de opdracht aan.

Of nu dit verhaal geheel juist is, valt moeielijk meer te zeggen. Evenzoo waarom de koning niet Bartholomeo Diaz koos, die toch de eerste was geweest bij de ontdekkingen, getoond had wat te durven, en wiens groote daden door den dichter Camoens zijn bezongen. Zeker is, dat De Gama, die toen nog geen 30 jaar telde, 't opperbevel kreeg «n Diaz slechts een onderbevelhebberspost.

Den 8sten Juli 1497 ging de vloot uit d haven van Lissabon in zee. Ze bestond uit drie schepen, de Si.-Miguel, . de St.-Gabrïél en de St.-Raphaël, en nog twee karveelen, lichte vaarvtuigen. Admiraal Vasco de Gama voerde het bevel over de Gabriel, die met 150 koppen was bemand. De Miguel was het voorraadschip.

Een ontzaglijke menigte begeleidde den adiTfliraal naar de vloot en was tegenwoordig bij het vertrek. Langzaam voeren de schepen weg, , en met bezorgdheid zag menigeen hen na.

’t Ging aanstonds zuidwïtaxts en tot de Kana rische eilanden had men een voorspoedige reis. Doch hier werd het anders. Er ontstond storm en noodweer en toen men een donkeren, gevaarlijken nacht had doorworsteld bleek des morgens, dat de schepen elkaar uit het gezicht hadden verloren. Op zulk een geval was echter gerekend. Men had afgesproken, dat alle schepen naar de Kaap Verdische eilanden zouden gaan en daar op elkaar wachten. Zoo geschiedde ook. Alle schepen kwamen terecht en zett'en de reis voort. Niet allen echter gingen mee. Want bij Kaap Mina verliet Diaz het gezelschap, daar de Gama hem naar Portugal terug zond. Wat hiervan de reden was is ons evenmin bekend als de reden van hetgeen ik boven omtrent Diaz meedeelde. Diaz echter besloot toch ter zeevaart te blijven en voegde zich nu bij de schepen, die onder Cabral uittogen om zoo mogelijk ook landen te ontdekken.

Dit is ook gelukt. Want Cabral vond het rijke Brazilië in Z.-Amerik.

Dat was echter niet het doel van zijn reis geweest. Want ook hij dacht naar Oostindië te varen, doch de strooming dreef hem westwaarts. Den 25 , April 1500 werd van Brazilië bezit genomen voor Portugal. Toen zeilden Cabral en Diaz weer oostelijk. Doch bij-de Kaap de Goede Hoop overviel hem een zware storm, waarbij vier schepen vergingen, en ook Diaz zijn dood in de golven vond.

Intusschen zette Gama de reis voort, doch de stormen gingen mee. Het was ontzettend boos weer, ja drie maanden lang zagen de scheeplieden niets dan lucht en water en dreven ze rond in de zee. Na 90 dagen waren ze nog niet verder dan een stoomschip nu in een week. Geen wonder dat het scheepsvolk tenslotte ongeduldig werd en riep om terug te keeren. Maar de admiraal was er de man niet naar om een plan, eens opgevat, te laten glippen. Met groote gestrengheid bestrafte hij de ontevredenen en sprak:

„Er moge komen wat God wil, maar omkeeren zal ik niet."

Eindelijk — 't was intusschen al November geworden — zag men weer land. 't Was de Westkust van Afrika, de baai van St. Helena. Men moest dus nog veel verder en dat ging het dan ook.

Eindelijk kwam toch de Kaap de Goede Hoop in 't zicht, die weer een Kaap der stormen bleek. Met veel moeite zeilde men eindelijk om de gevaarlijke kaap heen. Dit was 22 November r497. Men had dus 4I/2 maand gevaren. Thans doet een stoomschip de reis in twee weken.

Een groote maand voer men langs de zuidkust. Men maakte kennis met de inboorlingen, de Hottentotten. Deze waren niet ongenegen levensmiddelen af te staan in ruil voor allerlei, messen, sieraden, blinkende knoopen en zoo meer. Niet altijd echter ging het zoo vreedzaam toe. Want de inlanders, gezien hebbende, wat mooie dingen die vreemdelingen bij zich hadden, begeerden daar meer van dan de Portugeezen verkozen te missen. Ook waren de laatsten nu juist niet altijd lief tegen de zwarten. Kortom, meermalen dreigden de Hottentotten op de blanken aan te vallen. De Gama wist dan echter raad. Hij liet eenvoudig eenige kanonnen atschieten met los kruit. Op 't hooren van dat donderend geluid, stoven de Afrikaners, die nog nooit met zulk geschut hadden kennis gemaakt, verschrikt uiteen.

’t Was echter niet het doel van den admiraal hier lang te toeven. Dat deed hij in de golf van St.-Blasius, denzelfden inham, waar tien jaar geleden Bartholomeo Diaz reeds geweest was. Ook hier maakte men kennis met de inboorlingen, die echter wat meer beschaafd waren dan de Hottentotten. Althans zij verstonden de kunst om de fluit te bespelen en hielden ook kudden vee.

Met deze lieden was wel om te gaan en we begrijpen dan ook, dat de manschap, nu zij zoo telkens weer land en menschen aantrof, nieuwen moed kreeg, en nu niet dacht aan terugkeeren vóór het doel bereikt was. Ook behoefde men blijkbaar niet te vreezen voor gebrek aan het noodige, wijl men voor allerlei kleinigheden en snuisterijen genoeg kon krijgen. Zoo is dan ook duidelijk, hoe men tot het besluit kon komen, in deze baai het voorraadschip te verbranden. De inhoud was op de lange reis toch al ten deele verbruikt, en het verder meenemen veroorzaakte maar last. Men verdeelde nu den voorraad over de verschillende schepen, en richtte aan de kust een gedenksteen op, die tevens het teeken was dat Portugal van deze streek bezit nam. Daarna werd de reis voortgezet noordwaarts, en nog altijd langs de kust van Afrika.

CORRESPONDENTIE.

M. K. te R. Zoodra mogelijk ’t antwoord. HOOGENBIRK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 april 1902

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 april 1902

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken