Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Kinderen.

7 minuten leestijd

OOST EN WEST.

III.

IN VEILIGHEID.

Nu had graaf De Ray, tijdens hij zijn hoogeü post in het leger bekleedde, en ook vaak aan d het hof verkeerde, kennis gemaakt met den e gezant des konings van Denemarken. Dit rijk m was toen zeer machtig; o. a. behoorde er ook Noorwegen toe.

De Deensche gezant, die als Protestant met c leedwezen de verdrukking zag, waaraan zijn geloofsgenooten in Frankrijk waren blootgesteld, had met schrik vernomen, hoe de herroeping van het edict van Nantes, ook zijn vriend De Ray in groot gevaar bracht. Men was in Denemarken daarbij toch reeds ontevreden op den v Franschen koning Lodewijk XIV. Deze name­ d lijk had door zijn tusschenkomst belet, dat b Denemarken de vruchten plukte van de overwinningen, die koning Christiaan kort geleden op de Zweden had behaald. Nu liet graaf De Ray door een vertrouwd man aan zijn vriend den gezant een brief brengen, waarin hij hem meldde besloten te zijn tot de vlucht, en hem vroeg, hem daarin behulpzaam te zijn. En de gezant was aanstonds bereid, de vervolgden om des geloofs wille zoo veel mogelijk te H helpen!

Vóór alles moet gezegd, dat de graaf onge­ R merkt Frankrijk kon verlaten. De beste weg k daartoe was over zee, uit de haven van Bordeaux i), dat ook in Zuid-Frankrijk ligt, waar de graaf toen woonde. Daar kwamen veel t schepen, vooral uit Nederland, en daarom en z ook om alle moeilijkheden te mijden, vond de d gezant het 't best, dat graaf De Ray met een R Nederlandsch schip de reis naar Amsterdam — zou maken. Dan zou men verder zien. Hier­ HWhwe over werd geraadpleegd met den Deenschen gezant in Den Haag, die beloofde te zullen doen wat hij kon, en er ook over schreef naar Denemarken. Wat besloten werd zullen we zien. Alleen kan ik u thans vertellen, dat de gezant w in Den Haag aan een zijner secretarissen, die Axel heette, opdroeg de gasten te Amsterdam S op te wachten, en verder alles met een Hol-J landschen schipper in orde bracht. ELcAO Toen 't zoover was, zond de gezant te Parijs aan zijn vriend bericht. In alle stilte maakten de graaf, zijn vrouw en kinderen zich tot de vlucht gereed. De dochters gingen eerst, daarna de zooi', eindelijk de ourlers. Om geen aandacht te trekken, namen zij verschillende wegen en zeiden natuurlijk niemand, welk het doel was van hun reis. Op een vooraf bepaalde plaats te Bordeaux, vonden zij elkaar gelukkig weder. Het schip dat hen zou overvoeren, lag reeds in de haven, en - om nu alles kortelijk te vertellen - na velerlei moeite en niet weinig gevaar, kwamen allen ten slotte gelukkig aan boord. Aanstonds werden de zeilen geheschen en, gelijk we reeds zagen, kort "daarna bevonden zij zich veilig in Amsterdam, en in het land waar men betere dingen geleerd had, dan de lieden om den geloove te vervolgen en te dooden. Want al stonden de Roomschen hier ook in enkele dingen bij de Gereformeerden achter, toch dacht niemand er aan hen te vervolgen, gelijk zij de Protestanten deden, in landen waar het pausdom de macht had.

i) Spreek uit: Bordóo,

Zoo stonden de zaken op het oogenblik dat we de vluchtelingen aantreffen in de „Republiek van Venetiën" in de Warmoesstraat. Den volgenden morgen toen zij ontwaakten, was het voor 't eerst in vele dagen, met he rustig gevoel, dat hen geen gevaar dreigde en zij vrij konden in-en uitgaan, 't Was natuurlijk dat zij daarvan gebruik maakten, te meer daar heer Axel naar Den Haag was ver trokken, en noch brieven noch menschen in dien tijd zoo snel reisden als thans. Was er groote haast bij een boodschap, dan gebruikten aanzienlijke heeren een koerier, die dan te paard den tocht deed, en telkens van rijdier wisselde. Toch nam, gelijk ge begrijpt, een reisje van Amsterdam naar Utrecht, ook op die wijs, nog eenige uren in beslag.

Amsterdam, al telde het destijds, gelijk trouwens Parijs en Londen eveneens, nog niet hal zooveel inwoners als 't nu heeft, was toch, ja zelfs veel meer dan thanï een wereldstad, die handel dreef op Oost en West, en waar men menschen uit alle volk kon ontmoeten, o. a. des middags op de Beurs. Er was dan ook voor vreemdelingen heel wat te zien. Vooral trokken hun aandacht de zoogenaamde „grachten, " die hun breede straten toeschenen, met een vaart midden in, een „waterlaan" zeiden onze vaderen, ziende op de boomen aan den kant. Ook het bouwen van huizen op palen, wat men op verscheiden plaatsen zien kon, wa voor Franschen iets zeer bijzonders. En zoo was er meer, o. a. het drukke scheepvaartverkeer aan de Buitenkant, niet ver van hun herberg. Toch zou ik van dat al misschien hier niet spreken, indien de wandeling, die 't gezelschap in den morgen ondernam, vóór den eten om 12 uur, niet gevolgen had gehad, die toen niemand kon voorzien.

In tegenstelling met de andere leden van het gezin, had namelijk de gravin dien nacht bijster slecht geslapen. Zij was zeide zij, telkens gewekt door muziek, die dicht bij werd gemaakt. Haar echtgenoot kon dat niet begrijpen, te meer wijl noch hij noch de anderen iets gehoord hadden.

Toen men 't echter den waard vroeg, zei deze lachend:

„O dat zal van de kerk zijn geweest. Daar klagen wel meer vreemdelingen over. 't Is he klokkespel, de muziek die u bedoelt. In andere landen heeft men dat zeker niet".

Zoo bleek het te zijn, en 't was natuurlijk, dat men besloot, al wandelend ook eens te letten op den kerktoren, wiens klokkespel zoo verderfelijk op de nachtrust had gewerkt, al hadden de meesten, moe van de reis, er doorheen geslapen.

Of nu de waard slecht Fransch sprak, of dat de gasten hem niet recht hadden begrepen, enoeg, zij liepen in plaats van zijwaarts af te slaan, de Warmoesstraat uit, en dus de Oudeerk voorbij, die de stoornis had verwekt. Zoo wamen ze aan de Halsteeg, toen een zeer auwe straat, die, jaren geleden zeer verbreed, hans de Damstraat heet. Meenende dat dit de edoelde zijstraat was, namen ze hun weg door e menigte volks, die hier steeds door moest, n stonden weldra op den Voorburgwal, doch agen nog altijd de kerk met. Ze vroegen enige voorbijgangers, die echter bleken geen ransch te verstaan.

Daar kwam van de overzij een deftig heer, ie zeker zoo even het Prinsenhof, thans het tadhuis, verlaten had. De graaf sprak hem an, en de heer antwoordde in goed Fransch. p de vraag naar „l'église." (d. i. de kerk). e man echter, in het Fransch aangesproken n bespeurend dït hij vreemdelingen vóór zich ad, kon niet anders denken, dan dat zij de alen-of Fransche Kerk bedoelden, die daar lak bij was. Zoo beduidde hij hun dan, dat zij og slechts een straatje hadden door te loopen n dan links een pleintje zouden vinden. Daar tond „l'église."

't Gezelschap volgde dien raad en vond weldra e plek. Ze stonden voor een gevel, die een poort n kerkramen vertoonde. Boven de poort las en in een steen uitgehouwen:

„C'est icy la maison de Dieu et la porte des ieux;

d. i.

Hier is het huis Gods, de poort des hemels;

de woorden die Jacob uitsprak, toen hij luchtende, op het veld had geslapen, en den room had gehad, waarin de Heere hem Zijn escherming toezeide.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 december 1903

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 december 1903

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken