Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

7 minuten leestijd

Duitschland. Straf pro fessoren. Het schooltoezicht. Nog steeds blijft in het Koningrijk Pruissen de opleiding tot den dienst des Woords aan de orde. Velen, die nog aan de leer der Evangelische kerk vasthouden, en onderscheidene kerkelijke vergaderingen en conferentiën hebben er bij de regeering te Berlijn op aangedrongen, dat de aanstaande dienaren des Woords niet langer bijna uitsluitend zouden onderwezen worden door hoogleeraren, die niet alleen de belijdenis der kerk niet deelen, maar haar ook vinnig bestrijden. De regeering heeft daaraan ten deele gehoor gegeven. In onderscheidene Universiteiten, als te Bonn en te Marburg, zijn nu naast de ongeloovige professoren geloovige aangesteld. Deze nieuwe hoogleeraren hebben nu den naam van Strafprofessoren gekregen, althans in de Academische wereld. Sleeswijk Holstein is over het algemeen aan de leer der kerk getrouw gebleven, doch aan de Universiteit te Kiel vindt men alleen hoogleeraren die beslist aan de zijde van het ongeloof staan.

Toen door meer dan twee-honderd predikanten bij de regeering een verzoek werd ingediend om professor von Baumgarten, de meest beslist ongeloovige hoogleeraar der Theologische Faculteit, te ontslaan, werd dit geweigerd en kreeg men ten antwoord, dat de Staat zoowel de radicale als de conservatieve partij moet erkennen, en dat zij er voor heeft te zorgen, dat vertegenwoordigers van beide partijen aan de Universiteiten verbonden worden. Waarom, zoo vragen wij, richten de vooritanders van de leer der Evangelische kerk niet eene Vrije Universiteit op ? Ach, hadden de Gereformeerden in Duitschland in deze maar baanbrekend weten op te treden! De tijd zal voorzeker komen, dat de Duitsche regeering zal inzien, dat door het benoemen van loochenaars der Schrift tot opleiders van de aanstaande leeraren der kerk, zij zelve de fundamenten heeft helpen ondergraven waarop Staat en Kerk rust. Als het dan maar niet te laat is!

In Duitschland werd tot hiertoe bijna overal het schooltoezicht uitgeoefend door de predikanten. Deze toestand heeft zijn oorsprong in den tijd, toen kerk en school ten nauwste vereenigd waren. In de laatste tientallen jaren is het echter steeds meer erkend, dat de school een eigen zelfstandig terrein heeft en dat het daarom een onding is, wanneer de predikanten der Evangelische landskerk als zoodanig ook het ambt van schoolopzieners uitoefenen. Er wordt op gewezen, dat de predikanten daarvoor geen opleiding ontvingen, dat zij daarom ook niet in staat zijn den arbeid der schoolmeesters behoorlijk te controleeren, daar het den herders en leeraars aan vakkennis ontbreekt. Er is tegen dit alles niet veel in te brengen. De scholen van den tegenwoordigen tijd zijn heel wat anders geworden dan die van voor een eeuw; men moet zich op schoolzaken hebben toegelegd en zich in het organisme eener school uit de twintigste eeuw hebben ingewerkt, om in staat te zijn het schooltoezicht met vrucht uit te oefenen.

Dit neemt echter niet weg, dat vele predikanten het betreuren, dat het schooltoezicht hun met den tijd zal worden ontnomen; want dat het daartoe komen zal is te voorzien. Zij meenen, dat zij door het uitoefenen van hun toezicht er voor konden waken, dat het religieus karakter den school bewaard bleef. Maar zij zullen niet kunnen verhinderen dat geschieden zal, wat uit de veranderde omstandigheden noodzakelijk volgt.

— Een protest uit Hannover tegen machtsoverschrijding van de zijde der regeering. In Hannover bestaat nog a.ltijd een partij, die tegen de daad van Wilhelm I, waarbij in I860 het koninkrijk Hannover bij Pruissen werd ingelijfd, reageert. Deze partij is in dezen tijd bezig een groote protestbeweging op touw te zetten tegen het streven, om op kerkeUjk gebied tot eenheid in organisatie of kerkbestuur te geraken.

De Welfische partij van het kiesdistrict Geestemünde—Otterndorf deed daarom een oproeping tot het Hannoversche volk hooren, waarin zij opkomt tegen de „lücksichtlose" opheffing van het consistorium van Stade, dat al twee en een halve eeuw bestaan heeft; welks opheffing een krenking van de kerkelijke rechten der Luthersche bevolking en een ongeoorloofde inmenging van de staatsmacht in de zaken der Hannoversche landskerk is. Ook protesteert zij tegen de invoering der Pruisische Unie, tot welke men den weg banen wil door de afzonderlijke con sistoriën op zijde te zetten, Al verzekert men ook het tegendeel, d't is niet anders dan een middel om de gemeenten te misleiden. Ten slotte, protesteert zij tegen alle pogingen om eene Duitsche Evangelisch nationale kerk in het leven te roepen; zij ziet hierin een miskenning van de universeele roeping der kerk. Zij ziet g k k r ook in de staatskerk der Unie iets onwaardigs voor de kerk; zij houdt het er voor, dat de Unie een gevaar oplevert voor beide kerken der reformatie, omdat zij op vermenging en veiflauwing der grenzen (vermischung) en daarom op onwaarheid rust, waarom zij die het ernstig met hunne belijdenis meenen, onder de Pruisische Unie van hunne rechten beroofd zijn. Het stuk eindigt met eene oproeping ten strijde voor de kostelijke goederen der reformatie, zoowel gericht tot Lutherschen als Gereformeerden. Ook andere partijorganisatiën hebben zich bij dit protest aangesloten.

Het blijkt uit het bovenstaande, dat wij niet alleen staan in de gedachte dat de invoering en doorvoering van de Pruisische Unie schadelijk is voor de Luthersche en voor de Gereformeerde kerk in Duitschland. Wij zijn er van overtuigd, dat die Unie nop; het meest schaadt aan de Gereformeerde kerk. Het is echter jammer, dat het protest tegen het ingrijpen van het staatsbestuur in de inwendige aangelegenheden der kerk in Hannover uitgaat van een staatkundige partij. Het heeft nu den schijn, alsof men in kerkelijke kringen reeds zoó gewoon geworden is aan staats-of overheidsdwang, dat de energie om daartegen op te komen niet meer aanwezig is. Welk een voorrecht hebben de Gereformeerde kerken in Nederland, dat zij zich vrij kunnen ontwikkelen zonder eenige inmenging van de zijde der overheid, zij het dan ook, dat daarom ons kerkelijk leven gedurig belangrijke offers van ons vergt.

Italië. Het Roomsche congres te B o 1 o g n e.

Het onlangs te Bologne gehouden congres van Roomsch Katholieken is belangrijk, omdat openbaar is geworden, dat er bij de Roomschen in Italië begeerte gevoeld wordt, om de gespannen verhouding welke dusver bestaan tusschen de Regeering en den H. Stoel, te doen eindigen. Er waren drie partijen, wier program ma's in hoofdzaak op het volgende neerkomen. Eene partij was voor de herstelling van de wereldlijke macht van den paus; zij oordeelde, dat alles met deze hoofdzaak in verband moest gebracht wordei\ Leiders van deze partij zijn de broeders signer Sacchetti en Lascellotti. De tweede partij, die der Gematigden, wenschen ook wel de herstelling van de wereldlijke macht des pausen, maar gelooven, dat deze herstelling vanzelf zal volgen als de maatschappij gekerstend zal zijn; zij wil daarom in de eerste plaats op dit laatste nadruk leggen. De derde partij oordeelde, dat de tijd nu rijp was tot de formeering van eene sociale, christelijke, poUtieke partij; zij wenschen, dat eene overeenkomst tusschen Kerk en Staat getroffen zou worden, maar begeerden niet, dat de Staat zichzelven zou verloochenen. Deze partij ziet alleen heil in eene absolute scheiding van Staat en Kerk, als het eenig middel voor een waardig bestaan der kerk in den tegenwoordigen tijd.

Deze derde partij werd door paus Pius X veroordeeld in een schrijven van Monsignor Meny del Val aan den bisschop van Orvieto. Het resultaat echter van dit congres was eene combinatie van de tweede en derde pj.rtij; eene combinatie, die zeer duidelijk op liberaal ^Xz.viApunt staat, en misschien groote beteekenis kan hebben voor de toekomst van het Katholicisme in Italië. Een ding staat .-ilthans vast: de besliste voorstanders van de herstelling van het wereldlijk gezag van den paus zijn ver in de minderheid, en de Roomschen zullen niet alleen in de stedelijke verkiezingen, maar ook in die van het parlement hun stem meer uitbrengen dan dusver het geval was. Deze feitelijke erkenning van den Italiaanschen Staat is de wijze, die ten slotte onvermijdelijk Kerk en Staat van elkander zal scheiden en den strijd eindigen, die er tusschen deze twee na de inneming van Rome, nu goed dertig jaar geleden, bestaan heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 7 februari 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken