Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Critiek.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Critiek.

4 minuten leestijd

I.

Niet zonder belangstelling is door ons de critiek afgewacht op de jongste rectorale oratie der Vrije Universiteit.

Van de stichting der Vrije Universiteit af, is door modernen en ethischen haar de eisch gesteld, dat zij tegenover de critiek op Oud en Nieuw Testament apologetisch zou optreden. Waar de Vrije Unii^ersiteit openlijk beleed, dat zij de Heilige Schrift als Gods Woord erkende en daaraan al haar onderwijs bond, wraakte men dezen grondslag als onwetenschappelijk, zoolang niet weerlegd was geworden, wat de historisch-critische school van Kuenen-Wellhausen tegen het Oude Testament en de Tubingerschool tegen het Nieuwe Testament had ingebracht.

Volkomen terecht is deze eisch door Dr. A. Kuyper in zijn Schriftcritiek afgewezen. De autoriteit en het gezag der Heilige Schrift hangt niet af van eenig apologetisch pleidooi. En wanneer de Vrije Universiteit dan eerst, wat haar grondslag betreft, wetenschappelijk gerechtvaardigd zou zijn, wanneer elke aanval op de Heilige Schrift was afgeslagen, dan zou ze aan haar thetischen arbeid nooit behoeven te beginnen. Want, gelijk Prof. Dosker onlangs volkomen terecht opmerkte, het eigenaardige van deze critiek is, dat hypothese na hypothese wordt opgesteld; dat de bestrijders der Schrift morgen verwerpen wat heden als vaststaande werd geloofd, en het dus een Sisyphusarbeid zou zijn op al deze bedenkingen in te gaan.

Toch wil dit daarom niet zeggen, dat de wetenschap, die aan de Schriit vasthoudt, op deze aanvallen steeds het stilzwijgen heeft te bewaren. De historische critiek op het Oude en Nieuwe Testament plaatst ons metterdaad voor zeer ernstige en moeilijke problemen. En mits het inwendig getuigenis, dat de Heilige Geest al deze eeu\yen door aan het volk Gods gaf aangaande de geestelijke waarde der Schrift, maar niet plaats maakt voor het spinrag van een wetenschappelijk betoog, rust wel degelijk op de belijders der Schrift de taak, een oplos.sing van die vraagstukken te zoeken, die de critiek ons aanbiedt.

Met dankbare waardeering wordt daarom door ons aanvaard, wat door uitnemende geleerden in binnen-en buitenland op dit gebied geleverd werd. Prof. Zahn in Duitschland heeft door zijn breede studie over den Canon van het Nieuwe Testament reeds onschatbare diensten verricht. En al mag voor het Oude Testament zijn evenknie nog niet zijn opgestaan, wat Prof. König te Bonn, Prof. Robertson in Engeland en Dr. Hoedemaker en Prof. Noordtzij ten onzent hebben gepresteerd, toont genoegzaam, dat de Schriftgeloovige wetenschap wel degelijk in staat is argument tegenover argument te stellen en het traditioneele standpunt nog niet, gelijk men zoo gaarne in de kringen der critiek het volk zou willen wijs maken, voorgoed overwonnen is.

Ook aan de Vrije Universiteit achtte men, dat thans de tijd gekomen was om aan dezen strijd deel te nemen. De ontdekkingen in het verre Oosten hadden een geheel nieuw licht geworpen op de omgeving, waaruit Israël voortkwam. Babel en Bijbel was de tegenstelling, die door Prof. Delitzsch tot een strijdleuze tegen de Schrift werd gemaakt. Hier moest dus positie worden gekozen, en Prof. H, H. Kuyper trachtte in zijn rede over Evolutie en Revolutie aan te toonen, hoe deze ontdekkingen het evolutiedogma der critische school niet bevestigden, maar veeleer pleitten voor hetgeen God in Zijn Woord ons had geopenbaard.

Over gebrek aan waardeering van dezen arbeid valt niet te klagen. In binnen-en buitenland werd deze oratie met lof besproken. En dat niet alleen door de orthodoxe pers, maar ook mannen als Prof. Zöckler in Duitschland en Prof. Wildeboer te Groningen erkenden, dat deze apologie met kennis van zaken en met voorzichtigheid was geschreven. Voorzoover critiek geleverd werd, met name door Prof. Wildeboer was ze zakelijk van inhoud en welwillend in den vorm. Zelfs haastte Prof. Wildeboer zich om mee te deelen, dat hij niet zoover afstond van het door Prof. Kuyper ingenomen standpunt als deze meende, en dat hij de critiek zoowel op het panbabylonisme van Delitzsch als op de extravagantiën der critische school ten deele als juist accepteerde.

Slechts één uitzondering moet hier gemaakt worden. Van moderne zijde heeft Prof. Eerdmans in het moderne Theologische Tijdschrift een recensie geleverd, die veel meer op een aanval dan op een objectieve beoordeeling gelijkt, en die aan alle waardeering ten eenenmale gespeend is.

Waar deze recensie opzettelijk aan onze redactie ter bespreking werd toegezonden, zou het onheusch zijn, deze oi-atie pro domo der moderne critiek geheel met stilzwijgen voorbij te gaan. Natuurlijk niet, om deze critiek op den voet te volgen en op elk onderdeel tegenweer te bieden, maar wel om op een enkel cardinaal punt aan te toonen, waarom het tegehbetoog van Prof. Eerdmans geen steek houdt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 juli 1904

De Heraut | 4 Pagina's

Critiek.

Bekijk de hele uitgave van zondag 3 juli 1904

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken