Bekijk het origineel

Voorbarig oordeel.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voorbarig oordeel.

3 minuten leestijd

Amsterdam, 17 Maart 1905.

Het advies van deputaten in zake het gravamen tegen Art. XXXVI trekt de aandacht ook in de Hervormde Kerk, inzonderheid bij de groep, die onder leidingvan Dr. Hoedemaker voor onverzwakte handhaving van Art. XXXVI strijdt.

Die belangstelling waardeeren we, en niets zal ons liever zijn dan met deze broeders over deze belangrijke zaak van gedachten te mogen wisselen. Al zien we, gelijk de zaken nu staan, geen heil in een mondelinge conferentie, toch kan een persdebat ongetwijfeld vruchten dragen. Mits deze broeders de publicatie van het advies afwachten, de aangevoerde argumenten ernstig willen overwegen en niet in vage en nevelachtige woorden, maar klaar en duidelijk hun eigen standpunt uiteenzetten.

Des te meer moet het betreurd, dat de eerste bespreking, die de Gereformeerde Kerk bij monde van Ds. Eringa aan dit advies wijdt, aan deze eischen allerminst voldoet.

Ds. Eringa las alleen een zeer korte aankondiging van het advies in de Bazuin, verklaart nu reeds met de conclusie der deputaten niet mee te gaan en tracht een vroegere verklaring van Prof. Bavinck, die niet eens woordelijk geciteerd wordt, tegen dit rapport uit te spelen.

En dan vervolgt Ds. Eringa aldus:

De groote kwestie is o. i. ten eerste deze: Zijn die gewraakte woorden overeenkomstig Gods Woord, opzettelijk door onze Vaderen zoo gesteld, omdat zij werkelijk van meening waren, dat dit, wat zij omschrijven, de roeping der Overheid was, en ten tweede: in welken zin hebben zij het bedoeld, dat alle afgoderij en valsche Godsdienst moest geweerd en uitgeroeid worden.

Deze beide punten zijn o. i. van het grootste gewicht in deze zaak. Men beweert zoo vaak, dat onze Vaderen hier een Roomsche opvatting in hunne Belijdenis hebben neergelegd, als ook dat zij, en die heden aan deze uitdrukking van art. 36 blijven vasthouden, voorstanders van het dooden van ketters zouden zijn. Welnn, was het dan niet gewenscht, dat de Deputaten. waar het zulk een gewichtige en volgens niet weinigen zulk een verreikende kwestie geldt, eens uitvoerig en duidelijk aantoonden, hoe de Belijdenis moet worden opgevat en dat hier inderdaad een Roomsche zuurdeesem om den hoek komt gluren?

Zulk een verklaring juist te mijden, en eenvoudig uit te spreken, die uitdrukking is niet volgens Gods Woord, en moet daarom maar uit de Belijdenis gelicht worden, is dat niet er zich op het gemakkelijkst afmaken?

Nu hebben deputaten een betoog van ruim 50 paginai's aan deze quaestie gewijd. Ze hebben uitvoerig en duidelijk aangetoond uit allerlei acte-stukken, welke beteekenis de gewraakte woorden hebben. Ze toetsten de argumenten, door onze vaderen aangevoerd, aan de Schrift. Ze wezen aan, in hoeverre de Roomsche zuurdeesem en de Byzantijnsche rechtsbeschouwing hier nawerkten.

Maar Ds. Eringa heeft het rapport zelf niet gelezen, weet van den inhoud niets af en gaat op grond van een aankondiging in de Bazuin reeds zulk een abfertigend oordeel vellen.

Is zulk een lichtvaardige wijze van critiek oefenen wel in overeenstemming met den ernst der zaak, waarom het hier gaat?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 maart 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Voorbarig oordeel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 maart 1905

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken