Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Kinderen.

5 minuten leestijd

EEN LEVENSGESCHIEDENIS.

IX.

DE JAGER GEVANGEN.

't Liep tegen vijf uur in den morgen, toen men aan boord van de „Borough" bespeurde, dat het verdachte schip, 'twelk wat. nader kwam, zeer zeker een kaper was.

Wat nu te doen? De kapitein zoowel als de matrozen, begrepen heel goed, dat hun koopvaardijschip tegen den welgewapenden vijand niets kon uitrichten, 't Eenige wat overbleef,

was te trachten hem te ontzeilen, gelijk men trouwens reeds gedaan had. Maar de kaper gleed vlugger over 't water dan het Engelsch schip, en zou het wellicht al hebben ingehaald indien er meer wind geweest was.

Schipper Pouwels voelde zich al evenmin op zijn gemak als het scheepsvolk. Hij had zoo gehoopt, spoedig weer in Nederland te zijn, zijn vrouw en zijn moeder weer te zien, en nu nu kon 't er nog op uitloopen, dat hij als gevangene naar Duinkerken gebracht werd. In zijn hart rees weer een gebed op tot den Heere God, die het dusver had wel gemaakt, en dat ook verder kon doen. Doch daarbij legde hij de handen niet stil in den schoot. Integendeel, hij bood dadelijk zijn dienst aan, en de kapitein, die wist dat hij een Holland schen schipper aan boord had, maakte gaarne van dat aanbod gebruik.

En nu weid alles in 't werk gesteld, wat Nedcrlandsche en Engelsche zeemanskunst tegenover de Fransche vermocht. Er was nu natuurlijk geen sprake van, rechtstreeks naar ons land te zeilen, de eerste vraag was: Hoe ontkomen wij den vijand? Nu eens ging het zuid-dan weer westwaarts, altijd in de hoop, den ander het af te winnen. Doch blijkbaar keek men op den kaper scherp uit, en veranderde ook telkens van richting, 't Werd als 't ware krijgertje spelen, maar zonder eenig genoegen, behalve wanneer men aan boord van de „Borough" meende, het den Franschman weer een eind te hebben afgewonnen. Een half uur later echter, was men alweer op denzelfden afstand als vroeger. Toch had kapitein Pouwels er schik van, dat men, door 't volgen van zijn raad, nu althans de een den ander niet nader kwam. Zelfs bleef er steeds zulk een ruimte tusschen den jager en den gejaagde, dat de eerste niet eens zijn kogels afzond, gelijk anders wel gebeurde. Ze zouden toch het doel niet bereikt hebben.

Zoo duurde het gevaarlijk spelletje voort, heel den langen, lieven, heeten dag. elf uur lang, tot het zoo ongeveer drie uur in den middag was. Al zeilend was de „Borough" dicht bij een zandbank gekomen, doch kapitein Pouwels, die „uitkeek voor twee, " zoo als de Engelschen zeiden, had gewaarschuwd, en dus was men de gevaarlijke piek omgezeild.

Een kwartier ging voorbij, toen plotseling een schot klonk over de wijde watervlakte.

„Wat nu!" riep de Engelsche kapitein, terwijl hij zijn kijker op het vijandelijk schip richtte, „beginnen ze al vast. Zien ze dan niet dat we nog ver buiten schot zijn? "

„Ik begrijp er ook niets van, " antwoodde Pouwels; p, die lui daar ginter zijn toch geen kinderen. Ze weten heel goed, hoe ver het schot draagt, ze zullen wel niet op haaien schieten."

Eenige oogenblikken later klonk een tweede schot. Opnieuw nam de kapitein zijn kijker, en reikte hem daarna aan Pouwels toe. Deze tuurde een poos en sprak toen:

„Als ik mij niet vergis, zit onze Franschman vast. Laten we even een paar streken bijdraaien, dan weten we het zeker."

Het Engelsche schip wendde den steven en zeilde niet zonder moeite een eind weegs terug, in de richting van de zandbank, terwijl Pouwels sterk door den kijker tuurde. Eensklaps riep hij:

„Genoeg! De kaper zit wezenlijk vast! het zijn noodschoten."

Tegelijk weerklonk een derde.

Door den kijker kon men allengs duidelijker zien, wat er gebeurd moest zijn. Het Fransche schip had blijkbaar rechtstreeks den weg van bet Engelsche gevolgd — maar het had geen schipper Pouwels aan boord. In de drift van het jacht maken, had het niet gelet op de zandbank, en was met volle zeilen er tegen aan gevaren en vast geraakt. Nu zat het in het zand en begon reeds over te hellen, gelijk men van het andere schip duidelijk zien kon.

„Zoo leelijk zouden wij er voor gestaan heb ben, mijnheer, " zei de Engelsche kapitein tot Pouwels, „als gij niet daar straks zoo goed hadt uitgezien. En dan waren we verloren ge weest. Die bank daar heelt het hen gedaan. Kijk, ze zitten zoo vast als een muur."

Dat werd nog duidelijker toen het Engelsche schip, dat nu geen gevaar meer te duchten had, nog wat nader kwam. Men kon thans met het bloote oog zien, hoe het kaperschip onbeweeglijk zat niet alleen, maar ook zware schade bekomen, had. Aan de eene zijde was het, als het ware, geheel ingedrukt. Een der rjiasten lag, 'tzij gekapt of gebroken, half over boord. Op het dek zag men een aantal mannen zich bewegen, nog hun best doende om zo mogelijk, het leven er af te brengen, door zich te bergen in de booten, die men scheen te willen uitzetten. Dat ging echter ver van makkelijk, daar alles dooreen geworpen was; daarbij hing het schip zoo over dat het gaan heel moeilijk was. Dit was duidelijk, dat men voor het oogenblik niets te vreezen had van den kaper, die genoeg te doen had met zich zelf, of liever, niet eens zich zelf helpen kon. Want gedurig nog klonken er noodschoten.

„Dat is nu wel met recht: „the biter bit, " zei de stuurman glimlachend.

(Dit Engelsch gezegde, beteekent: de bijter gebeten; onze taal heeft geen spreekwoord dat volkomen 'tzelfde uitdrukt, 't Is iets dergelijks als: De bedrieger bedrogen).

„Ja, " sprak de kapitein, „en heel erg ook. Hij zal ons nu wel met rust moeten laten. W'j zullen het hem ook maar doen."

CORRESPONDENTIE.

Aan H. en anderen zij bericht, dat we op vragen die ongeteekend zijn, geen antwoord kunnen geven.

C. B. te A, hopen we spoedig te antwoorden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 14 May 1905

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 14 May 1905

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken