Bekijk het origineel

De weg van Groen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De weg van Groen.

9 minuten leestijd

V.

„Geen kerkelijke organisatie ontheft een Kerkeraad van de verplichting om een godslasterlijke prediking onverwijld te be letten", schreef Groen in 1866 aandeConfessioneele Vereeniging.

De bedenking dat de Kerkeraad onder de Synode stond en haar gehoorzaamheid schuldig was, achtte Groen de moeite der weerlegging niet eens waard.

Indien de organisatie van 1816 metter daad zulk „een slaafsche afhankelijkheid" — het woord is van Groen — medebracht, dan moest de Kerkeraad zich eenvoudig van die organisatie losmaken.

Groen was in hart en nieren Protestantsch.

Onderwerping aan een onwettige Synodale organisatie, zelfs waar deze den loochenaar van Christus op den kansel handhaafde, was in zijn oog een beginselverzaking, een vernietiging van de Kerk, de schrikkelijkste zonde tegen God.

Groen heeft deze denkbeelden niet alleen in het algemeen uitgesproken en anderen vermaand daarnaar te handelen, maar hij heeft zelf als lidmaat der 's-Gravenhaagsche kerk geen gelegenheid ongebruikt gelaten om èn den kerkeraad èn de gemeente op dezen eisch van Gods Woord te wijzen.

Wie den „weg van Groen" wil leeren kennen, kan daarom niet beter doen dan de talrijke brochures van Groen over de beruchte procedure-Zaalberg te lezen. Ze bevatten de meest klare en duidelijke uitspraken, hoe Groen wilde dat de Kerkeraad tot handhaving der belijdenis komen zou.

Het geval Zaalberg, al is het een halve eeuw geleden, heeft nog niets van zijn actualiteit verloren, omdat het probleem zelf nog steeds aan de orde is. Het geldt de vraag, hoe de Kerkeraad tegenover een modernen predikant op te treden heeft.

De heer Zaalberg, in 1854 te 's-Hage beroepen, bleek al spoedig een enfant terrible van de moderne richting te zijn. Waar de meeste moderne predikanten in die dagen de loochening der Christelijke waarheid nog omzwachtelden, trad deze vurige kampioen met open vizier op en gebruikte den kansel om de hoofdwaarheden van het hristendom openlijk te bestrijden en te bespotten-Een storm van verontwaardiging tak in de gemeente op. Van verschillende zijden drong men bij den Kerkeraad op oortastende maatregelen aan. De consciëntie was ontwaakt en het oogenblik voor handelen scheen rijp.

In plaats dat deethisch-irenische-richting met kloeken moed zich aan de zijde der verontwaardigde gemeente schaarde, deed ze helaas alles om olie op de onstuimige golven uit te gieten. Gunning schreef zijn Waartoe verwonderd, waarin hij heelphilosophisch betoogen kwam „dat de moderne theologie slechts eene ontwikkeling was van de gegevene toestanden", en Chantepie de la Saussaye oordeelde echt ethisch, dat men de vraag of Dr. Zaalberg langer predikant blijven kon in de Hervormde Kerk, „aan zijn eigen consciëntie moest overlaten". Precies hetzelfde standpunt, dat de Haagsche Synode verleden jaar tegenover den Boeddist Dr. Bahler innam.

Groen heeft toen, trots zijn persoonlijke vriendschap met Gunning, naar de pen gegrepen om hem, uiterst hoffelijk in den vorm, maar snijdend scherp in de logica van zijn betoog, te bestrijden. Daaraan danken we het viertal merkwaardige brochures, dat in 1864 verscheen onder de titels: Leervrijheid of Kerkbewustzijn ; Is er geen oorzaak? Eene wedervraag; Natuurlijk of ongerijmd? Confessioneel of Reglementair.

Vooral in de laatste brochure spreekt Groen zijn meening onomwonden uit.

Een loochenaar van de opstanding van Christus kan geen predikant in de Hervormde Kerk blijven.

Ik acht dat hij, die de ligchamelijke verrijzenis van Christus uit de dooden ontkent, zelf de kerkgemeenschap opzegt.

Wil hij, gewetenshalve of traktementshalve, van den kansel niet wijken; wil hij, uit ongelootsijver of roembejag, in de kerk, waaivan hij getoond heeft niet meer lid, maar wel een felle vijand te zijn, kerkbestrijding voortzetten, dan heeft de Gemeente regt om, door haar Opzieners, tegen die wederregtelijke driestheid te worden bescheimd.

Wat de Kerkeraad dan doen moet! Hij moet onverwijld Ds. Zaalberg schorsen.

Onverwijlde schorsing en kennisgeving aan hooger kerkbestuur. Iedereen, vriend en vijand, zelfs de meest felle wederpartijder, zou gezegd of gevoeld hebben dat is regt!

Dat daarvan een botsing met de Synode het gevolg zou kunnen zijn, ontkende Groen niet. Maar hij achtte het onmogelijk dat de Kerkeraad lafhartig zou terugdeinzen voor een onchristelijk bevel van een zoogenaamde Synode:

En daarna?

Ik ondetstel bij de kerkeraad, indien ze den eersten stap op den weg der pligtbetrachting gedaan had, ook daarna, eenig besef van eigen roeping, eenig gevoel van eigen waardigheid en kracht. Alle berekening vervalt, ook wanneer een kerkeraad, zoodra het vijandelijke vuur geopend is, op vrede, met overgaaf van het toevertrouwde pand, bedacht is. Maar, wanneer ik vredelievendheid van dergelijken aard, wanneer ik lafhartig terugdeinzen voor een onchristelijk bevel van eene zoogenaamde Synode, in den grond regeeringscollegie, niet als mogelijk aannsem, wat zou dan op moedbetoon gevolgd zijn?

Bewandelde de Kerkeraad den weg van plichtsbetrachting, dan zou deze daad voor heel de Kerk ten rijksten zegen zijn:

Indien, op praeadvies van den hoogleeraar Scholten en op voordragt van den predikant van IJsbrechtum, het hoogste kerkbestuur zich tegen den maatregel van kerkelijke policie verzet had, en indien dan de kerkeraad van 's Gravenhage, als orgaan eener christelijke Gemeente, van het eenmaal ingeslagen spoor niet was afgeweken, maar, in naam van den Heer der Gemeente, den kerkbestrijder van den kansel geweerd had, het evangelische van dit gedrag zou de kerkeraad tot middenpunt en vertegenwoordiging der Gemeente hebben gemaakt. O vrer het gansche land zou eene warmte van belangstelling zich hebben geopenbaard, onvermijdelijk, wanneer in een algemeenen strijd de eindbeslissing genaakt en langer uitstel eener regeling naar regt en waarheid ongerijmd wordt. Eén daad, waarin het lang weersproken beginsel werd uitgesproken en gehandhaafd, zcu aldus het begin van het einde geweest zijn. De vrijheid eener Christelijke Gemeente ter pligtbetrachting zou over den geestveidoovenden synodalen toestel, onder dankbare blijdschap van elk die het Evangelie lief heeft, de overhand hebben behaald.

Fantaseer ik? Van u vrees ik althans de tegenwerping niet dat dit eenigszins revolutionair zijn zcu. Gij weet dat de zinspreuk van den Christen „Gode meer gehoorzaam zijn dan aan de menschen" het levensbeginsel der antirevolutionaire theorie is.

Eén daad zou het begin van het einde zijn geweest.

De geestverdoovende synodale toestel zou daardoor bezweken zijn.

De Haagsche Kerkeraad luisterde echter meer naar de „ethisch-irenische vrienden" dan naar Groen. Ze wachtte niet eens een bevel van de Synode af. Ze liet Ds. Zaalberg ongemoeid.

In de jaren 1866, 1867 en 1868 kwam de zaak opnieuw aan de orde.

Ds. Zaalberg, den tegenstand der gemeente moede, liet zijn predikambt in den steek en vertrok naar Utrecht om in de rechten te gaan studeeren. De hoop, dat daarmede aan het schandaal een einde was gemaakt, bleek echter ijdel. Drie maanden later kwam hij, alsof er niets gebeurd was, terug en wilde zijn dienstwerk hervatten.

De Kerkeraad, die de openlijke lastering van Christus ongestraft had geduld al die jaren lang, greep nu deze „reglementaire zonde" aan om zich van dezen woelgeest te ontslaan en weigerde hem als predikant te ontvangen. Een procedure volgde, die tot in het hoogste ressort werd doorgezet en daajmede eindigde, dat de Synode Ds. Zaalberg wel voor eenige weken schorste we-

gens inbreuk op de reglementen, maar hem nis predikant te 's-Gravenhage handhaafde.

Toen de Kerkeraad van dit vonnis revisie wilde aanvragen, trad Groen weder openlijk op om dit te ontraden. In een zevental brochures onder den titel Bijdrage voor JCerkgemeentelijk Overleg, in i868 verschenen, zette Groen uiteen, wat het beginsel van Gods Woord eischte.

Heel de dusver gevoerde procedure keurde Groen af. Door Ds. Zaalberg te schorsen niet wegens zijn godlasterlijke prediking, maar wegens een overtreding van het reglement was de strijd vervalscht.

Hij hoopte dan ook dat de Synode de revisie weigeren zou. De revisie was „het onfeilbaar middel om alle levensvonk wederom te blusschen en, na langdurig uitstel, te ondervinden dat men het bij uitnemendheid gunstig oogenblik, door een maatregel die geen doel kan treffen, heeft laten voorbijgaan” (p. i).

Wilde Groen dan dat de Kerkeraad zich tot de Synode zou wenden om Ds. Zaalberg op grond van zijn godslasterlijke leer aan te klagen?

Neen, antwoordt Groen: „Niet door zich tot de Synode te wenden. Sedert lang, en thans meer dan ooit, is de Synode tot een oordeel over de kerkleer onbevoegd" (p. 11).

Er was maar één weg. De Kerkeraad moest aan de Synode verklaren, dat hij Ds. Zaalberg niet meer als predikant ontving.

Hoe meer ik, over de zaak nadenk, des te meer ben ik, met u, overtuigd dat de Kerkeraad aan de Synode moet verklaren geen persoon op den kansel te kunnen toelaten, die zich, door zijn lastertaal, buiten de gemeenschap der christelijke kerk gesteld heeft. Hier althans geldt het non possumus. Dit woord: „Ik kan niet anders, God helpe mij 1" in den zin en geest van Luther, al is het dan ook met vrij wat minder gevaar, uitgesproken, zou een daad zijn, een begin der ook door u gewenschte agitatie, ter verbreking van den reglementairen mercirkel, die telkens meer de gemeente onder de slavernij van het ongeloof brengt.

De toovercirkel der reglementen moest verbroken worden.

Groen vroeg geen woord, geen protest, maar een daad.

Evenals de Heraut na de procedure-Batiler telkens aandrong op een daad.

En Groen spaarde daarbij den Haagschen Kerkeraad niet.

Tegenover de narcotische middelen van Gunning en van de ethische-irenische vrienden diende hij den Kerkeraad de meest krasse opwekkende middelen toe.

Langer uitstel van de daad zou onverantwoordelijk zijn.

Het diep verval van de kerk eischt wel eene schier ongerijmde zachtmoedigheid, die in een normale kerkgesteldheid ongeoorloofd zijn zou; maar nog langer pligtverzuim van hetgeen, reeds in 1864, had moeten plaats hebben, zou in dit exceptioneel geval onverantwoordelijk zijn.

Immers, zoo gaat Groen voort,

Immers is de bestrijding van alle geopen baarde waarheid met eene voor de kerk zoo beleedigende en tevens uitdagende felheid geschied, dat niet-toepassing van hel beginsel aan prijsgeving van het beginsel en, .voor 7, 00 ver van den kerkeraad af hangt, aan vernietiging van de Kerk zou gelijk staan.

Scherper kan het niet.

Als de Kerkeraad Ds. Zaalberg toch op den kansel toeliet — en vergeet niet, dat eischte de Synode — dan maakte de Kerkeraad zich schuldig aan beginselverzaking, dan had hij, voorzooveel van hem afhing, de Kerk vernietigd.

Kan over den „weg van Groen" na deze uitspraken nog twijfel mogelijk zijn ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 april 1906

De Heraut | 4 Pagina's

De weg van Groen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 april 1906

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken