Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Buitenland.

6 minuten leestijd

Frankrijk. De Roomsche staatspartij heeft wederom de nederlaag geleden bij denjongsten stembusstrijd. De oorzaak hiervan ligt in den tijdgeest, die zich steeds meer van het Fransche volk meester maakt, en het aldoor meer af keerig doet zijn van de religie; maar niet minder in de verdeeldheid die er in de Roomsche kringen heerscht, zoodat er van eenheid van leiding niets te bespeuren valt. Dit is in den laatsten tijd duidelijk gebleken, daar graaf De Mun aanried, om een strijd op leven en dood tegen de uitvoering van de wet op scheiding van kerk en staat te voeren, terwijl de hoofdredacteur van de bekende Revue des deux Mondes aanried om deze wet te aanvaarden.

Dat de Roomsche kerk in Frankrijk altijd nog iets beteekent, blijkt uit de groote geldsommen die uit dat land stroomen in de kas voor „de propaganda fide." Uit de laatste statistiek blijkt dat Frankrijk voor genoemd doel in 1904 3, 510, 043 francs geofferd heeft, op een totaal van 6, 403, 307 francs. Dus gaf het Roomsche Frankrijk, meer dan de helft van het geld, dat voor de verbreiding der Roomsche leer besteed wordt. Na Frankrijk komen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika met 784, 714 francs, België met 366, 735 francs, ElzaszLotharingen met 335, 500 francs, Duitschland met 330, 365 francs. In vroegere jaren gaf Frankrijk zelfs twee derden van het geld. Daarbij is in aanmerking te nemen, dat zelden hooger jaarlijksche bijdrage dan 2.60 francs gegeven wordt; meestal is die bijdrage minder. Daarom is het niet te verwonderen, dat de paus voor deze „oudste dochter der kerk" bijzondere voorliefde heeft. Het is ook een feit, dat Frankrijk tot hiertoe het meest voor de St.-Pieterspenning geofferd heeft, en dat van de Roomsche missionairs, die in heidensche landen arbeiden, twee derden uit Frankrijk komen. Daarom zien de paus en de Roomschgezinden in Frankrijk het met leede oogen aan, dat de Fransche invloed in het oosten, in den laatsten tijd door Duitsche invloeden eenigszins verminderd is. In de koloniale politiek blijft de Fransche regeering, hoe anticlericaal ook voor de binnenlandsche staatkunde, steeds clericaal. Zij blijft de Roomsche missionairs steunen, in de hoop dat de kerk baanbreekster zal worden, voor de uitbreiding van de Fransche macht.

Zuid-Afrika. Strijd over het onderwijs.

Er is te Pretoria een belangrijk onderwijscongres gehouden. Aan een verslaggever, een man van gezag in deze zaak, ontleenen wij de volgende zinsneden.

„Onze beste mannen uit de Dopper-gelederen hebben daar het woord gevoerd, en zij vertegenwoordigen steUig een intellectueel overwicht; maar dat alles toegegeven, was de loop van zaken toch verrassend, om niet te zeggen verbijsterend. ... Dat nu generaal Botha in hoogst eigen persoon kwam met een voorstel, om de vrije school met gouvernements-subsidie als het ideaal aan te prijzen! Maar de leiders hebben gezien welken weg het publiek op wilde, en toen hebben zij maar „het touw gevat" om niet de rol van de leiders te verwisselen met die van volgelingen.

Daar school echter veel tactiek achter bij de voormannen der Ver. Kerk. Getuigen de uiterste pogingen, die zij aangewend hebben om een aanmerkelijke regeeringsmacht in handen te stellen van het hoofdcomité, dat uitsluitend uit „Pretoria-mannen" bestaan moest. Duidelijk is het door, enkele' hunner uitgesproken, dat dit comité het recht moest hebben om, zoodra de Regeering daartoe bereid was, weer nieuwe onderhandelingen voor concessies aan te knoopen.

Maar gelukkig heeft toch de vergadering zelve even duidelijk uitgesproken: wij willen in die richting niets meer met het Gouvernement te doen hebben. Laat het Gouvernement ons net subsidie geven.... Scherp laakt de schrijver het schrappen van het woord „Hollandsch" in de clausule waar gezegd wordt dat de onderwijzers lid moeten zijn van een Hollandsch Protestantsche kerk, en dat niettegenstaande de drie formulieren waren aangenomen als grondslag van het onderwijs der C. N. O. scholen. Dit bedoelt niet anders dan handhaving van de vele Schotsche onderwijzers die er in de scholen van de Vereenigde kerk arbeiden.

En dan nemen we tenslotte deze conclusie over: Het volk zal de leiders moeten bekeeren of opzij zetten. Iets radicaals moet hier gebeuren, of er gebeurt niets. Dezelfde geest van lamlendigheid, die — flgureerend als politieke slimmigheid — onzen schoolstrijd tot dusver bedorven heeft, verderft onze heele poUtiek.

Intusschen willen wij nog iets mededeelen van het debat over art. 23 van het program van dezen inhoud

„Hoofden van scholen moeten lid zijn van een HoUandsche Protestantsche Kerk, behoorlijk gecertificeerd en van goed zedelijk gedrag". Dit artikel verwekte lange en heftige discussie.

Er werd namelijk voorgesteld om het woord HoUandsche te schrappen.

Ds. van Belkom, Prof. Cachet en anderen kwamen hier sterk tegen op en zeiden, dat het onmogelijk was zulks te doen, daar het niet alleen in strijd was met artikel 2 van de Statuten, maar het streed tegen alle redenen. Generaal Smuts was voor het schrappen van „HoUandsche", daar ze 1 misschien anders een Schotschen ot Engelschen of Duitschen onderwijzer met Protestantsche beginselen niet zouden kunnen toelaten tot hoofdonderwijzer.

De heer A, D. Wolmarans en Ds. de Klerk verdedigden hun standpunt vol vuur en w^n er op, dat het woord Hollandsch als groncmeginsel van het Afrikaansche volk moeten blijven, dat zij niet een openbare, doch een Christelijke Nationale School wenschen, en dat het volstrekt niet noodig was om Schotsche of Engelsche onderwijzers aan te nemen.

Generaal Botha drong er met kracht op aan, om het woord HoUandsche te schrappen, daar hij zeide dat anderen wellicht teruggestooten zouden worden indien het bleef.

Op de betoogen van afgevaardigden, dat de bevolking buiten het Hollandsch niet wilde prijsgeven, werd geantwoord: „Mijn lieve menschen, het moet, anders zal ons een groote ding hier maak, om tweedracht te zaai”.

Dr. Bosman trachtte ook de vergadering het Hollandsch te doen schrappen.

Bij stemming bleek het dat er 57 stemmen vóór en 43 tegen waren.

De minderheid verzocht daarop, dat hunne namen genotuleerd zouden worden, o. m. Ds. de Klerk, Ds, van Belkom, Prof. Cachet, Ds, Postma en anderen.

Verschillende heeren verlieten toen de zaal." Het is bedroevend, zulke dingen te moeten lezen.

Onze Afrikaansche broeders hebben vrede gesloten met Engeland, om het volk te behouden, al was het met zijn zelfstandigheid voorshands gedaan. Maar als zij niet met alle kracht het HoUandsche element op het terrein van het onderwijs zoeken den boventoon te laten krijgen, gaat ook het volk verloren, om in het Engelsche volk te worden opgelost. Wat willen nu mannen als Ds. de Klerk, Ds. van Belkum, Prof. Cachet, Ds. Postma doen? Bij protesteeren mogen zij het niet laten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1906

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken