Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van het ontstaan der ziel.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van het ontstaan der ziel.

3 minuten leestijd

Prof. Dr. A. G. Honig heeft bij de overdracht van het rectoraat aan de Theologische School een zeer belangrijke rede gehouden over het ontstaan der ziel, welke rede thans onder den titel: Creatianisme of Traducianisme (Generatianisme) het licht zag.

Prof. Honig behandelt hier het zeer moeilijk vraagstuk, of de menschelijke ziel rechtstreeks door God geschapen wordt, dan wel door voortplanting uit de ouders ontstaat. In een keurig dogmen-historisch overzicht wordt eerst meegedeeld, hoe over deze vraag van de eerste tijden der Christelijke Kerk af gedacht is geworden tot op onzen dag. Hieruit blijkt, dat, al mochten eerst onder den invloed van Tertullianus eenige kerkvaders vóór het Traducianisme gekozen hebben, ook omdat daardoor de voortplanting der erfzonde gemakkelijker te verklaren was, toch al spoedig de overgroote meerderheid der theologen het Creatianisme het eenige juiste standpunt achtte, zoozeer zelfs dat dit gevoelen in de Roomsche Kerk als een wel niet kerkelijk vastgesteld maar toch algemeen aangenomen dogma geldt. Ook de Gereformeerde theologie heeft onder Calvijn's leiding schier eenparig voor het Creatianism.e gekozen; maar de Luthersche Kerk greep weer op Luther's voetspoor naar het Traducianisme van Tertullianus terug. In den tegenwoordigen tijd, waarin men liefst alles uit natuurlijke oorzaken verklaart, wordt het Creatianisme schier algemeen verworpen en heeft de Luthersche opvatting de overhand gekregen, zij het al in ecnigszins ge wijzigden vorm; men neemt niet meer aan dat de ziel door mededeeling (Traducianisme) van vader en moeder op het kind overgaat, maar dat de ouders door een soort scheppingsdaad een nieuwe ziel voortbrengen (Generatianisme). Ten onzent vindt dat gevoelen in Prof. Daubanton een talentvollen pleitbezorger.

Prof. Honig toetst in het tweede deel beide opvattingen aan de Heilige Schrift, die hier alleen te beslissen heeft, en komt tot de zeer besliste uitspraak, dat de gegevens, die de Schrift biedt, stellig meer voor het Creatianisme, dan voor het TraduciaJiisme pleiten. Aan het bewijs uit de Schrift is inderdaad veel zorg besteed, en niemand zal ontkennen, dat de aangevoerde bewijsplaatsen uit de Schrift zeer ten gunste van het Creatianisme spreken.

In het derde deel van zijn rede bespreekt Prof. Honig de argumenten, die vóór het Traducianisme en tegen het Creatiaaisme worden aai? gevoefd; met een afdoende critiek worden deze argumenten weerlegd, en tegelijk aangetoond, hoe het Traducianisme, consequent opgevat, tot onhoudbare gevolgtrekkingen voert; het maakt of de ziel tot een stoffelijk iets, dat gedeeld kan worden, of het kent aan de menschelijke ziel een scheppingsmacht toe, diej alleen aan God toekomt.

Ten slotte wordt dan in een drietal voorbeelden aangewezen, welk hoog belang bij de handhaving van het Creatianisme betrokken is, om eiken schijn af te weren, alsof het hier slechts een dogmatische haarkloverij, een scholastieke spitsvondigheid gold.

Zooals uit dit overzicht blijkt, is de stof wèl geordend, wordt hier de vrucht van een zeer nauwkeurig onderzoek geboden, is de gedachtengang logisch en helder en worden de argumenten vóór en tegen ernstig ge« toetst aan Gods Woord.

Met de conclusie, waartoe Prof. Honig komt, zijn wij het dan ook van harte eens. Al zal niemand het tegenovergestelde gevoelen als een bepaalde ketterij veroordeelen, en al erkennen we gaarne, dat ons denken niet alle bezwaren, die tegen het Creatianisme werden ingebracht, volkomen kan oplossen, toch mogen v/e Prof. Honig dankbaar zijn, dat hij op zoo uitnemende wijze het pleit voerde voor een gevoelen, dat door de beste leeraars der Christelijke Kerk uit de Middeleeuwen en door schier al onze Gereformeerde theologen het meest in overeenstemming met Gods Woord werd gekeurd.

Deze eerste dogmatische studie van Prof. Honig mag in elk opzicht welgeslaagd heeten en doet verlangen, dat nog menige kostelijke vrucht van zijn hand ons moge toC' komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 december 1906

De Heraut | 4 Pagina's

Van het ontstaan der ziel.

Bekijk de hele uitgave van zondag 23 december 1906

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken