Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De geloovigen en hun Kinderen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De geloovigen en hun Kinderen.

5 minuten leestijd

Dr. Kromsigt heeft terecht gevoeld, dat de bestrijding van Appelius in onze artikelen over het Genadeverbond tegelijk diende om hem te beantwoorden, ook al noemden we niet opzettelijk zijn naam, Het standpunt van Appeüus: Doop al wat in het Doophuis wordt binnengebracht, is ook zijn standpunt. Wat we tegen Appelius aanvoerden, gold dus evenzeer hem.

Nu verklaart Ds. Kromsigt, dat de argumenten uit Confessie, Catechismus en Doopformulier tegen dit standpunt aangevoerd, hem niet overtuigd hebben.

Dit is te begrijpen.

Wie eenmaal in het net der volkskerk verstrikt zit, dien overtuigt ge met de klaarste en duidelijkste uitspraken onzer Confessie niet. Zoodra Dr. Kromsigt op Hit ééne punt toegeeft, ligt heel het gebouw van zijn volkskerk tegen den grond. Want de doop maakt juist het cardinale verschil uit tusschen hen, die de volkskerk drijven, en ons.

Zij willen heel de n^tie doopen en aldus kerstenen. Wij houden ons aan den regel, dat alleen de kinderen der geloovigen mogen gedoopt worden. Voor hen is het Genadeverbond evenals bij Israël een volksverbond ; voor ons een verbond met de giloovigen en hun zaad.

Heeft Ds. Kromsigt nu de moeite genomen om de uitspraken uit de Belijdenis, den Catechismus, de liturgie van den Doop, waarop we ons beriepen, te v/eer!eggen.' Hij spreekt er zelfs geen woord over, deelt ze niet eens aan zijn lezers mee, glijdt ef eenvoudig over heen met deze eene opmerking, dat de prakt^'k ©nzer vaderen toont.

dat het Doopformulier een andere opvatting moet toelaten, dan wij er aan geven. Maar elke poging zelfs om duidelijk te maken hoe de besliste uitspraak van onzen Catechismus, dat de Doop dient om de kinderen der geloovigen van de kinderen der ongeloovigen te onderscheiden te rijmen valt Biet den regel: doop alles wat in het Doophuis binnengebracht wordt, ontbreekt. Daarentegen wordt alle kracht van verweer gezocht in de praktijk onzer vaderen. Dr. Kromsigt deelt beslissingen mee van vroegere nationale en provinciale synoden, die hebben toegelaten, dat kinderen van echtbrekers en hoereerders, kinderen van geëxcommuniceerden, kinderen, die te vondeling waren gelegd, kinderen van libertijnsche, ja zelfs van ongedoopte ouders gedoopt werden. Daaruit leidt hij dan af, dat onze vaderen feitelijk alle kinderen zonder onderscheid doopten, onverschillig wie of wat hunne ouders waren.

Nu zou over verschillende dezer voorbeelden zeker nog wel iets meer te zeggen zijn. Een kind buiten den echt geboren, behoeft daarom nog niet van den doop verstoken te blijven; wanneer de moeder lidmaat is der Kerk, behoort het kind tot het Genadeverbond en moet het kind derhalve gedoopt worden. Bij de vondelingen heeft de Kerk het „oordeel der liefde" laten gelden, dat zulke kinderen in een Christenland verondersteld moeten worden uit Christenouders te zijn geboren. Wat de kinderen der geëxcommuniceerden betrof, oordeelde men, dat de kinderen, vóór de excommunicatie geboren, ook na de excommunicatie gedoopt mochten worden; maar de vraag of deze regel ook gold voor de kinderen na de excommunicatie geboren, was steeds een strijdvraag, waarover de gevoelens uiteenliepen. En wat de kinderen van ongedoopte ouders betreft, zoo is hier natuurlijk geen sprake van heidensche of geheel ongeloovige ouders, maar van Mennonieten, die den doop nog niet ontvangen hadden, ook al waren ze geloovige christenen. In al deze gevallen was er dus wel degelijk nog een band, hoe zwak dan ook, met het veronderstelde geloof der ouders of grootouders. Maar dat onze Kerken ooit als regel zouden gesteld hebben, zij het dan ook in de praktijk: doop alles, is niet juist. Het voorbeeld van de Dortsche Synode, waarop we ons beriepen, toont dit duidelijk genoeg.

Toch nemen we het daarom voor die practijk onzer vaderen niet op. We hebben nooit geaarzeld te erkennen, dat ze in die practijk soms te rekkelijk zijn geweest en te veel hebben toegegeven. Calvijn zou zoover niet zijn gegaan. Het bekende advies, dat hij gaf over den doop van een kind, welks ouders van de waarheid afgevallen waren, toont dit duidelijk genoeg. De oorzaak, dat onze vaderen in de practijk zoo rekkelijk waren lag niet, gelijk Dr. Kromsigt het voorstelt, in een beginsel, maar is hoofdzakelijk te zoeken in hun vrees, dat zulk een kind andersin de Roomsche Kerk zou gedoopt worden. Die vrees was het zwakke punt, dat hen telkens tot concessies bewogen heeft. Hebben ze zelfs niet toegegeven, dat er huisdoop mocht plaats^ vinden, in geval er gevaar bestond voor een roomschen doop, omdat de vader of moeder hun ziek kind niet ongedoopt wilden laten sterven.' Uit deze „gedienstigheden der practijk" een beginsel af te leiden, is niet alleen historisch onjuist, maar doet ook onzen vaderen onrecht aan.

We erkennen dus eerlijk en rond, dat er verschil bestond tusschen practijk en theorie bij de vaderen. En we houden ons ook hier niet aan hun practijk, die o. i. verkeerd was, maar aan het beginsel, dat ze èn in hun Confessie èn in hun Catechismus èn in hun Doopformulier hebben neergelegd. Wil Dr. Kromsigt ons daarom verwijten, dat we het standpunt onzer vaderen hebben prijsgegeven, zoo deert ons dit niet. Op hem rust de taak om eerst aan te toonen, dat die practijk logisch uit hun beginsel voortvloeide. Met de machtspreuk: die practijk moet in overeenstemming met hun beginsel geweest zijn, komen we geen stap verder. Eerst als het bewijs van die stelling geleverd is, kan het debat worden voortgezet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1907

De Heraut | 4 Pagina's

De geloovigen en hun Kinderen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 januari 1907

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken