Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Zeaarlijk zuchtende in zijnen geest”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Zeaarlijk zuchtende in zijnen geest”.

8 minuten leestijd

En hij, zwaarlijk zuchtende in zijnen geest, zeide: Wat begeert dit geslacht een teeken ? Voorwaar ik zeg u, zoo aan dit geslacht een teeken zal gegeven worden. Marcus 8: 12.

De ziel is als 't zeil, de geest is als de wind die in de ziel blaast en 't scheepken voortstuwt over de wateren. „De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzoo is een iegelijk die uit den G(f«; f geboren wordt."

Zoo kan er windstilte zijn, iu dagen van inzinking en geestelijke onverschilligheid, dat er niet één krachtige windstoot is uit geen der vier hoeken. Dan hangt 't zeil slap, en er is geen vooruitgang, ternauwernood beweging in het scheepken.

Maar zoo blijft het niet. Straks steekt de storm weer op, dat het zeil moet gereefd worden, en is het of geesten in de lucht tegen elkaar inbotsen, en al wat tusschen hen inkomt, pogen te vernielen.

De zuiging van zulke geesten ontwaren we ook uu. Hun macht en hun geweld ontgaan ons niet. Zelfs geven we ze namen» en noemen ze den geest der eeuw, of den tijdgeest, of den modernen geest, of den geest der wereld. Endaartegenover f=meeken we 't dan van onzen God af, dat de geest des geloofs, de geest der heiligmaking, de geest der barmhartigheden, dat de Heilige Geest weer met mogendheid onder ons moge uitgaan, o, We verstaan het zoo goed en we voelen het zoo diep, dat 't de geesten zijn, die de zielen beheerschen; dat een geest de ziel van heel een volk kan aandrijven. En dat niet óns beleid en ónze zielszucht, maar die geesten die strijd voeren, al naai ze triomfeeren of

onderliggen, de toekomst en de uitkomst bebeerschen.

De apostel nam het plastisch, en sprak zelfs van „geestelijke boosheden in de lucht." Zeker, ook het lichaam telt mee, en ook in de ziel zijn krachten, die als werktuig ten goede of als werktuig ten kwade dieast doen, maar de eigenlijke aandrift, de stuwende en sturende macht gaat van de geesten uit. Die geesten kunnen we in ons opnemen, en we kunnen die geesten van ons afstooten. Wie zeer laag staat, leeft alleen bij zijn lichaam. Wie iets klom, leeft ook bij zijn ziel. Maar wie innerlijk rijk in aanleg is, k )mt ongemerkt ook mét die wereld der geesten in aanraking, en wie 't allerhoogst staat leeft schier enkel uit den geest.

Wordt zoo de geest in u wakker, dan vangt ge den wind der geesten van twee kanten tegelijk op.

Dan voelt ge hoe in die geestenwereld tweeërlei heir tegenover elkander woelt. Wat die ééne heirschare van geesten in u werkt, trekt uw zondig wezen, wat die andere heirschare wil, uw beter ik aan, £n tenslotte ontwaart ge, hoe elk dier beide legerscharen onder het drijven van éénen geest staat. Het geestenheir dat uw zondig ik toespreekt, onder het drijven van den Boozen geest, en het geestelijk heir dat op uw beter ik vat heeft, onder den Heiligen Geest.

Bang wringt 't dan in de ziel, als de worsteling tusschen dien Boozen geest van Satan en dien Heiligen Geest van God zich scheurt door uw ziel heen.

Dan gaat 't tusschen demonen en engelen, tusschen uw Redder en den Verleider, tot 't stof van de worsteling optrekt en ge voor God gewonnen of door satan geketend zijt.

In die ontzettende geestelijke worsteling nu was ook de Man van smarte bevangen. Hij meer dan één onzer. Nooit zoo fel en woedend als tegen den Zoon des menschen, is tegen eenig menschenkind die storm uit het heir der booze geesten opgestoken.

Hem was de Heilige Geest geschonken zonder mate. Hij droeg in zich de geestelijke macht, niet maar om de demonen te herkennen, aan te tasten en uit te werpen, maar om den Boozen geest zelf diep tot in den zetel van zijn ongerechtig rijk te lijf te gaan, hem de pees zijner kracht te ontwrichten, en hem zoo doodelijke wonde toe te brengen, dat 't voor nu en eeuwig met zijn onheilige opperheerschappij gedaan was.

Bij hem was dit niet toevallig, niet bijkomstig, maar het doel van zijn komst in deze wereld, zijn roepirg als Verlosser, zijn heilige taak als onze Redder van den Vloek.

Achter al wat hij leefde, deed en sprak lag die geestelijke worsteling met den Booze verborgen.

Niet maar om ons van zonde, maar om ons van den Booze te verlossen, was hij tot ons gekomen. En al merkten de schare, al merkten de jongeren het niet, Jezus voelde zich al de dagen zijns levens in die bange geestelijke worsteling gemengd, met den onverbiddelijken eisch, om haar eerst in zijn leven, en dan door den dood heen in zijn opstanding te beslechten.

De demonen zelven wisten het zeer goed, en eer hij ze uitwierp, riepen ze het hem toe: Ik ken u wie gij zijt. Gij zijt de Heilige Gods. Zijt gij gekomen om ons te verderven?

Voor der menschen oog hing de sluier Zij zagen het niet, maar de demonen zagen 't zeer wel. En Gods engelen zagen het, die toetraden om hem te troosten en te steunen. En Jezus zelf zag het met klaren blik. Niet maar zijn ziel moest met de ziel der menschen, maar zijn geest met den geest der boosheden worstelen. En hij kon en mocht niet aflaten, eer hij den Boozen geest zelf had overmand.

De verzoeking in de woestijn is het voorspel.

Satan ontwaart het, dat Jezus op hem afkomt, en hij treedt in driesten overmoed Jezus tegemoet. En de Heilige Geest ontslaat Jezus niet van die ontmoeting. Veeleer omgekeerd, werd hij van den Heiligen Geest geleid in de woestijn, om van satan verzocht te worden.

Eerst innerlijk moest de strijd doorworsteld worden, om straks in Gethsémané en op Golgotha openlijk te worden uitgestreden.

En daarom concentreerde zich in de woestijn de worsteling tusschen hemel en hel om deze aarde. Satan verbergt zich niet langer, satan verschijnt. Hij waant nog altoos zelfs op Jezus, omdat hij measch werd, zijn verleiding te kunnen doorzetten.

Maar Jesus geeft geen kamp. Heiliglijk aan zijn Vader verbonden, slaat hij elke verzoeking 'af. En satan week ten slotte voor een tijd. Was Jezus niet door 't lokaas van macht en eere en grootheid te overwinnen, hij zou Jezus wel vinden, als 't ging om 't lijden der ziele en om de smarte des doods.

En zoo strekt zich die worsteling in de woestijn, ongemerkt voor des menschen oog, door heel Jezus leven heen. Achter alles wat tegen hem opkwam, school altoos de verborgen hand van satan. Hel was en bleef de Geest van den Heilige worstelend met den geestvan 't Booze. En het is die spanning in eigen geest, die Jezus doorstond; waaronder uw Hei land geleden heeft, al de dagen en nachten van zijn omwandeling op aarde. Het „satan, ga achter mij!" tegen Petrus, kwam over zijn lippen toen hij den handgreep van satan tot in't hart van den vurigsten zijner jongeren voelde. Bij Judas was er geen redden meer aan. Judas had zich aan satan verkocht.

En toen ging 't op 't einde.

Want dit is in Jezus' verschijning het aangrijpende. Om satans macht te breken, moest Jezus zich laten breken door satan.

In 't eerst niet. In de woestijn druipt satan af en is Jezus overwinnaar. Tegenover de arme bezetenen blijft hij de machthebbende, die de demonen uitwerpt. In zijn woordenstrijd ontwart en verijdelt hij alle sluw overleg. Tegenover lijden en krankheid brengen zijn woorden genezing. Zelfs dooden trekt hij in 't leven terug.

Inalles teekent zijn weg ééo spoor van Koninklijken triomf. Niet zonder zielelijden is de worsteling, maar hij behoudt de overhand. Niets kon hem weerstaan.

Maar nu komt 't einde. Nu gaat 't in den dood. Nu gaat hij onder tot in de diepten des satans. Hij zwoegt in Gethsémané. Bang is heel zijn wezen in zichzelven ontroerd. De aanraking met den dood was voor den Heilige Gods zoo tegennatuurlijk. Want hij voelt daarin den eeuwigen dood, 't van God verlaten zijn, 't ondergaan in de macht van het Booze. De geest in hem een oogenblik onderdoend voor den geest uit de diepte. Wetend, het is zoo, dat hij weer uit zal komen, maar toch in de diepte van het verderf wegzinkend, omdat hij alleen in die diepte de macht van 't verderf voor eeuwig aangrijpen en breken kon.

En dan, er is in die laatste doodsworsteling niets dat hem steunde. Allen sarrend en tergend tegenover hem staande. De wijnpersbak alleen getreden.

Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten!

Tot 't volstreden is, en 't „Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest", van zijne stervende lippen beluisterd werd.

Toen was 't de ure der duisternis, en nacht omtoog Golgotha.

Maar de geest in hem verwon. Zijn geest wierp den geest van den Booze ter neder.

Straks daagde bet morgenrood der opstanding aan de kimmen. Dood, waar is nu uw overwinning?

Immanuel triomfeert.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 maart 1907

De Heraut | 4 Pagina's

„Zeaarlijk zuchtende in zijnen geest”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 maart 1907

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken