Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vereenigingsleden.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vereenigingsleden.

8 minuten leestijd

NIEUWE PROBLEMEN.

Volgens het jaarverslag van den algemeenen secretaris bedraagt het aantal leden der „Vereeniging van Christelijke onder-wijzers en onderwijzeressen in Nederland en de Oyerzeesche Bezittingen" 2373.

Aldus een beticht in de bladen. Het staat er zoo eenvoudig; en toch, ' wat zegt dat getal niet, wat spreekt het niet van ongedachte zege ningen, van de gunste onzes Gods in den strijd voor het Christelijk onderwijs.

Wie in deze overtuiging versterkt wil worden, die bladere in het Gedenkboek van het Christelijk onderwijs „Van Strijd en Zegen", uitgegeven bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan der vereeniging 1854 - 1904. Daar leest hij op blz. 419 van „De eerste pogingen tot vereeni ging". Deze eerste pogingen gingen uit van de mannen van het Reveil, niet van de onderwijzers zelven. Aan de grenzen van ons land, in Duitschland, ging men voor. Daar werd in 1848 een „Evangelisch Onderwijzersgenootschap" opgericht, gevolgd door andere soortgelijke vereenigingen, wier ledental in den aanvang zeer gering was-„De Vereeniging" — zoo heet het daar — „zal de pogingen van het werk der inwendige zending zooveel mogelijk zoeken te ondersteunen, in het bijzonder voor zooverre die zich de opvoeding der jeugd ten doel stellen”.

Het Nijmeegsch Schoolblad voor het Christelijk onderwijs vestigde daarop de aandacht. Reeds 15 October 1849 werd door het pessoneel van den Klokkenberg — de toen 31-iarige hoofd onderwijzer aan de Normaalschool H. A. Ger retsen en zijn hulp-onderwijzers A. Meyer, J. van Noort, H. Schoeffer, W. J. Buvink, J. Klein en W. H. Zurich — een circulaire verspreid, waarin groote ingenomenheid betuigd wordt met het streven der Pruisische ambtsbroeders om op den grondslag van Gods Woord, als het eenige richtsnoer, de school dienstbaar te stellen tot een waarlijk Christelijke opvoeding en tot de bevordering van „Bijbelsche Christelijke kennis". De circulaire werkte niet veel uit. Er kwamen slechts zeven antwoorden in, waar van een drietal instemming betuigden met hel plan.

Deze poging was alzoo mislukt, de aandacht C was er evenwel op gevestigd. „Het Christelijk d onderwijs in ons vaderland" — zoo heette het a in de Klokkenberger circulaire — „is eerst aan z het ontluiken. Onafzienbare velden moeten I ontgonnen worden. Ons betaamt, trage handen en slappe knieën op te heffen. Ons betaamt, de handen ineen te slaan, om in rechte afhankelijkheid des geloofs, met ijver alle middelen te beproeven, welke dienen kunnen om velen, die nog verre staan en ons verdenken, te irach ten meer en meer tot ons beginsel te doen naderen. De tijd is daar! wat zullen we doen?

Op mannen als Bichon van IJselmoade, Groen van Pfinsterer en Teding van Berkhout hadden deze woorden indruk gemaakt. Ia de vergadering der Christelijke vrienden, ie Amsterdam gehouden op 25 en 26 April 1854, werd het denkbeeld besproken om een Christelijk onderwijzers-genootschap op te richten. De heer Lemkes, de 26 jarige hoofdonderwijzer aan de bijzondere school te Aarlaoderveen, maakte voor dat denkbeeld propaganda, en in September 1854 werd door A. Meijer (Eotterdam) ea H. . Lemkes een oproeping verzonden aan 76 Christelijk-gezinde onderwijzers, „de stichtingsoorkonde van de zoo groote en vruchtbare vereeniging van Christelijke onderwijzers"; welke oproeping bedoelde een samenkomst te houden te Utrecht, Van 45 onderwijzers kwam een nstemmend antwoord in; en op 14 Oct. 1854 wamen 25 „adhaerenten" te Utrecht, in het ebouw voor Kunsten en Wetenschappen te zamen. Daar waren Meijer, Lemkes, de 22 jarige nderwijzer Jacob van Zanten (waarnemend hoofd der openbare school te Otterloo onder de), W. Èïrdbeak, P. C. Neelmeijer, H. W. van Rennes, J. van Nooit, A. L. Boeser uit eesp, de man van de rekenboekj ; s, F. C. ijle, Van Haumen en Feringa.

De vereeniging werd geconstitueerd; een ver eniging uitsluitend van onderwijzers. Ia Juni 1855 had de tweede samenkomst te Utrecht laats, nu ten getale van 40. Het ledental vs as 68. Het blijft lang laag:90 in 1857, 95 in'58; eerst na 1863 komt er aanmerkelijke stijging, mede door het optreden van den heer R, Husen g ls secretaris. Het stijgt tot 230 en thans is S et leden-tal 2373.

Welk een vooruitgang, bewijs gevende van en bloei van het Christelijk onderwijs!

De vereeniging was in zekeren zin een vakvereeniging; alleen onderwijzers konden er lid van worden, iets wat oorspronkelijk niet in de Dedoeling van de mannen van het Reveil bad elegen. Zoo werd intusschen het terrein openjelaten voor niet-onderwijzers, om hua krachten an het Christelijk onderwijs te geven. De „Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolnderwijs" werd 30 October i860 opgericht; de Vereeniging voor Gereformeeerd Schoolonderijs" volgde 20 December 1868; de „Unie: en school met den Bijbel" werd 23 Januari 1879 opgericht; „Christelijk Volksonderw.ijs" verees 23 October 1890; en acht dagen daarna erd de Schoolraad gesticht, 31 October 1890.

Aan de Christelijke onderwijzers van 1854 e eere, dat zij het eerst den moed hebben gehad zich te vereenigen, niet om hua eigen ositie te versterken, niet om sSoffelijke vooreelen, zooals helaas in onze dagen met zooTcle akvereenigingen bat geval is; maar omdat, elijk wijlen H. J. Lemkes en A. Meijer in hun proeping schreven, het „noodig is, dat allen, die zich aan het positief Christelijk onderwijs toewijden, door kennismaking en samenspieking elkander voorlichten en opwekken, opdat meer en meer het Christelijk ondersvijs voor zichzelf spreekt, de Christelijk gezinde onderwijzers zich sterk betoonen in den strijd, en door een op Gods Woord gegronde opvoeding het heil der Nederlandsche jeugd en bovenal de eere Gods bevorderd worden.”

De arbeid van deze Vereeniging werd als ie van zoovele andere vereenigingen voor het hristelijk onderwijs rijk gezegend. Het jubeljaar 904 gaf daarvan een heerlijke getuigenis, toen en 1200-tal Christelijke onderwijzers en onderijzeressen bijeen waren om het gouden feest er Vereeniging te vieren en vanzelf herinnerd erd aan die eerste samenkomst te Utrecht van lechts 25 onderwijzers. Toen, in 1854, tegenanting van de overheid, blootgesteld aan laster n verdachtmaking — nu een vergadering, aarin niemand minder dan de Minister van innenlandsche Zaken, Dr. Kuyper, woorden an gelukwensch en hartelijke sympathie zou b g c w k a d l a v spreken. In o zoovele opzichten was de toestand veranderd. De politieke schoolstrijd was zooal niet geëindigd, dan toch geheel gewijzigd; thans vroegen vraagstukken van pedagogischen aard de volle aandacht. Iets waarop Minister Kuyper ook wees, toen hij zeide:

„Het is, bij vroeger vergeleken, als een oase in de woestijn. Gij zijt in die oase, maar daarmede komt gij ook te staan voor gedurig nieuwe problemen. Men vraagt in wat verhouding de school moet staan tot de kerk, tot de besturen, die de school stichten en onderhouden, welke de verhouding moet zijn tusschen het hoofd der school en degenen, die met hem aan dezelfde school werkzaam zijn; welke uw paedagogische lijnen moeten zijn, indien zij zuiver worden getrokken van uit uw Christelijke beginselen.

„Van alle kanten komt het er op aan om den toestand, die vroeger was een toestand van het wonen in hutten, om te zetten in een toestand van het wonen in een welgebouwd huis”.

De Vereeniging voor Christelijke onderwijzers ziet blijkbaar den nieuwen toestand in, zooals deze door Minister Kuyper werd geschetst. Dat blijkt ook uit hetjongstejaarverslag, waarin wordt medegedeeld dat de heer J. C. WirtzCzn., districts-schoolopziener, op de jaarvergadering, in de Pinksterweek te Hilversum te houden, een referaat zal geven over het zeer actueele onderwerp: „De verhouding tusschen hoofd en onderwijzers" — een der problemen, ook door Dr. Kuyper in de feestvergadering van 1904 genoemd.

De heer Wirtz zal daarbij de volgende punten behandelen:

1. Het gezag is een Goddelijke instelling, voor alle tijden geldig; de vorm, waarin dat gezag zich doet gelden, is verschillend naar tijd en omstandigheden.

2. De verhouding tusschen het hoofd en het overige personeel, dat in de lagere school onderwijs geeft, is in den loop der tijden meeralen gewijzigd.

3. Het streven van vele onderwijzers naar eenig medezeggenschap in schoolzaken is zeer verklaarbaar.

4. De republikeinsche school moet tegengetaan worden, niet omdat ons beginsel dit geiedt, maar om praktische overwegingen.

5. De beste vorm, waarin aan de onderwijers invloed op den gang van schoolzaken kan oegestaan worden, is die der schoolvergadeingen, d. w. z. vergaderingen van het geheele nderwijzend personeel onder leiding van het oofd.

6. Daartoe is wijziging van art. 21 der wet p het Lager Onderwijs niet noodig, en het ligt ok niet zoozeer op den weg der „Vereen, van hrist, onderwijzers en onderwijzeressen in Neerland en de Overzeesche Bezitliagen" daarop an te dringen; veeleer is daartoe noodig wijiging der artikelen 12 en 26, alsook van titel V dier wet.

Het kan niet anders dan toegejuicht worden, at in den kring van de Vereeniging der hristelijke onderwijzers dit vraagstuk deugdeijk onder de oogen gezien wordt. De vakannen zelve hebben daarover het eerst licht e verspreiden, ten einde bij de beoordeeling an deze quaestie voor de besturen onzer scholen n voor alle vrienden van het Christelijk onderijs eenige leiding te geven.

Gaat de Vereeniging voort met op die wijze an voorlichting te dienen ten aanzien van ewichtige onderwijs-vraagstukken, dan voorzeker al ze aan het doel, waarmede zij door een S-tal onderwijzers in 1854 werd opgericht, al teer beantwoorden en zal zij bij voortduring en zegen zijn voor het onderwijs en voor ons oik.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 mei 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Vereenigingsleden.

Bekijk de hele uitgave van zondag 5 mei 1907

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken