Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Buitenland.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Buitenland.

6 minuten leestijd

Duitschland. Bremen in de eerste rij. Meermalen deelden wij in ons blad het een en ander uit Bremen mede. Deze stad toch staat zoowel in den strijd tegen het koninkrijk Gods als in den arbeid voor het Hemelrijk onder de Duitsche steden vooraan. Hier kon reeds voer jaren de gedoopteJoodDr. Schwalbe ongestoord zijn bestrijding van het Christendom van een Evangelischen kansel laten hooren. Hier kon ook een ander predikant het Heilige der Heiligen der Christelijke kerk, het „Onze Vader", voor een „oud tapijt" verklaren, terwijl een ander tegen het denkbeeld, dat er een levende God in den hemel troont, te velde trok. Bij de pogingen die door mannen als den predikant Mauritz in het werk gesteld worden om de Kerk des Heeren van het fundament barer belijdenis af te brengen, worde deze krachtig gesteund door de onderwijzers der volksschool, die in Bremen openlijk er voor uitkomen dat zij de anti christelijke vaan hebben ontplooid.

Dit is duidelijk openbaar geworden in de aanklacht tegen den inspecteur van het onderwijs Köppe, die een belijder van de Christus is.

Een jong onderwijzer had niet alleen een anonym geschrift de wereld ingezonden, waarin de wildste erotiek voorkwam, maar ook twee boekjes geschreven over ^Gods handlangers" en over „de wederkomst van Christus". Daarin worden niet alleen de predikanten „betaalde gekken, " „bedriegers, " „blindgeborenen" enz. genoemd, maar komen ook lasterlijke uitingen over God voor. Hierover riep de inspecteur hem ter verantwoording. In eene vergadering der „Burgerschap" werd deze handeling van den heer Köppe streng gegispt. De „algemeene vereeniging van onderwijzers en onderwijzeressen ­ van Bremen", protesteerde tegen de „brutale" manier waarop de inspecteur zijn ambt uitoefende. Zij benoemde eene commissie van 30 leden, om stof te vergaderen ten einde Köppe te kunnen aanklagen. Op grond van hetgeen men over een tijdsverloop van voor 15 jaar tegen den inspecteur had opgeraapt, werd nu een uitvoerig bezwaarschrift opgesteld. De Senaatscommissie vond het ongemotiveerd. Daarop nam de vergadering van onderwijzers en onderwijzeressen eene resolutie aan, waarin werd uitgesproken, dat men tegen den inspecteur optrad wegens zijn bureaucratisch optreden en het uitoefenen van orthodox-dogmatischen invloed op de school en waarin men de uitspraak van de senaatscommissie afkeurde. De verontwaardiging was hierover in Bremen groot, niét omdat de onderwijzers uitgesproken hadden dat zij van de belijdenis der kerk niets wilden weten, maar omdat zij het besluit van de senaatscommissie hadden aangetast.

Daarom ging men de vier onderwijzers, die voornamelijk schuld hadden aan de publiceering van het besluit der onderwijzers waarbij het beleid der Senaatscommissie werd afgekeurd voor de rechtbank ter verantwoording roepen. Bij dit onderzoek bleek het, dat toen een onderwijzer zijn elf-en twaalfjarige leerlingen had geleerd, dat de hemelvaart van Christus niet mogelijk geweest was, de inspecteur dezen het Godsdienstonderwijs had afgenomen. Men vond het ongehoord dat de inspecteur verlangd had, dat op de school de hemelvaart zou geleerd worden, gelijk deze in den Bijbel beschreven wordt. Een andere beschuldiging was, dat Köppe wilde dat men van Christus op de school zou verhalen, dat Hij wonderen gedaan had, enz. • . Eigenaardig was hierbij de stelling van den in Duitschland zoo bekenden onderwijzer Holzmeier, die beweerde dat als het schoolbestuur objectief onderwijs begeerde, de onderwijzers zich niet aan den Bijbel konden houden, want de Bijbel was in orthodox-leerstelligen geest geschreven, en als men dien volgde, was men niet langer objectief. Een ander verklaarde dat de Christelijke wereldbeschouwing eene wegstervende was, die voor de nieuwe wijken moest.

EB hoe was nu de uitspraak van de „Disciplinarkammer" ? Deze rechtbank strafte de onderwijzers en veroordeelde het wel, dat tegen den inspecteur zooveel persoonlijke haat geuit was, maar sprak toch ook uit dat de heer Köppe soms ten bate eener geloofsinrichting, door het aanbevelen van boeken en door het ingrijpen in zake het onderwijs, gewerkt had. De uitspraak van de rechtbank was dus inderdaad een overwinning voor de onderwijzers.

Nu staat in Bremen tegenover zooveel schaduw ook licht. Ook hierin is Bremen andere steden van Duitschland voor. Er bevinden zich binnen hare muren mannen, die het niet genoeg vinden dat vereenigingen gesticht en resolutiên worden aangenomen, maar die de band aan den ploeg weten te slaan. In den herfst van het vorige jaar zond de „Evangelische Verein" een geschrift de wereld in, om hare plannen tot instandhouding van de kerk des Heeren en tot uitbreiding van het koninkrijk Gods uiteen te zetten. Er werd gewezen op den kerkdijken nood in Bremen, wijl vele deelen van de stad onvoldoende van de zijde der kerk bearbeid werden; daarom moestee de geloovigen vrijwillige bijdragen bijeenbrengen, jonge, geloovige predikanten beroepen, pastorieën bouwen, gemeenten organiseeren, kerken en kapellen bouwen. Deze oproeping vond verrassend veel weerklank, de gelden stroomden toe en reeds in Januari kon de predikant Boche bij de M. Pauligemeente beroepen worden; den i4den April werd hij als predikant bevestigd. Weldra volgde daarop een nieuw beroep bij de groote „St. Stephani und Wilhadigemeende", die reeds vier predikanten bezit; de vijfde moet voornamelijk in de Voorstad, waar meerendeels werklieden wonen, arbeiden. En men spreekt al van het uitbrengen van een derde beroep om de noodlijdende kerk Gröpelingen te hulp te komen.

Maar dit is het liberale Bremen te veel. Men had gehoopt dat de Christelijke levensbeschouwing aan het uitsterven was, en nu bleek het dat deze aan het herleven is. Men begon daarom een agitatie tegen de gemeente Gröpelingen en de Evangelische vereeniging. Men sprak er van, dat men tegen de bestaande kerkorde inging, dat de pastorale vrede verstoord werd, ja zelfs dat er simonie gepleegd werd! Op den loden April kwam het-zoover, dat de Burgerschap een voorstel aan den Senaat deed, om de overeenkomst van de gemeente Gröpelingen met de Evangelische vereeniging, om tot het aanstellen van een buitenge «roon predikant te geraken, niet goed te keuren, „wijl door de overeenkomst het kiesrecht der gemeente werd vernietigd."

Dit was een sterk stuk. De gemeente zelve verlangde den nieuwen predikant en sloot daartoe een overeenkomst met de Evangelische vereeniging. Daarbij wordt van alle zijden erkend, dat er in Bremen misstanden zijn op kerkelijk gebied, terwijl men tot hiertoe tevergeefs naar middelen zoekt om deze weg te nemen. Nu heeft de Evangelische vereeniging met opoffering van geld, tijd en kracht een uitweg gevonden, en daarop komen de liberalisten 'af om te verklaren, dat het niet geoorloofd is een nieuwen predikant aan te stellen al kost het de stad ook geen cent!

De rrannen van de „Protestanten verein" deden nog den voorslag, dat de verschillende kerkelijke richtingen een en dezelfde kas zouden vullen om dan daaruit predikanten van verschillende richting te bezoldigen, maar de mannen van de „Evangelische verein", wilden daarvan natuurlijk niets weten. Het is toch bekend, dat over het algemeen genomen, de kringen waarin Gods Woord nog in eere is, veel meer offervaardigheid toonen voor de zaak die hun heilig is, dan die welke het Woord Gods verwerpen.

Wat zal, de Senaat doen? Het komt ons ondenkbaar voor, dat dit lichaam verhoeden zal dat een nieuwe predikant te Gröpelingen beroepen wordt. Mocht dit toch wel het geval zijn, dan zullen de mannen van de Evangelische Verein wel een anderen uitweg zoeken. De liefde toch is vindingrijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 mei 1907

De Heraut | 4 Pagina's

Buitenland.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 mei 1907

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken