Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Nunlieber bakker slaapt den ganschen nacht”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Nunlieber bakker slaapt den ganschen nacht”.

8 minuten leestijd

Hunlieder bakker slaapt den ganschen nacht; 's morgens brandt hij als een vlammend vuur. Hoséa T : 6 b.c.

„Hunlieder bakker" kan tweeërlei beduiden. Het beteekent gewoonlijk: De bakker vanwien de lieden hun brood hebbeu. Maar het kan óók zeggen willen: De bakker die hen bakt. En zóó nam Hoséa het.

Te Samaria, in de residentie van Israel's Koning, heerschte in Hoséa's dagen een demonische geest, zoo onder het volk als bij den Koning. Het was één drinken en zwelgen, een uitbreken in alle boosheid. Een tergen van den Gods Israels,

Dien toestand nu vergelijkt Hoséa bij hetgeen in de bakkerij placht te gebeuren. In het voorafgaande vers wijst hij er op, dat de bakker 's avonds twee dingen deed: den o ven aanmaken en het deeg kneden. Was dat afgeloopen, dan liet hij stil het zuurdeesem in het deeg en het vuur in den oven werken. Hij zelf ging dan slapen. Onderwijl hij sliep, werd dan alles vanzelf gereed. En als hij 's morgens opstond, was de oven heet en de deegkoek toebereid.

En zoo nu, zegt Hoséa, doet satan met de inwoners van Samaria. Hij kneedt ze als deeg, legt in dat deeg vooraf zijn boozen zuurdeesem, en dan doet hij schijnbaar niets meer, dan hoeft hij niets meer te doen, dan is hij als de bakker die slapen gaat, enonderwljldoorzuurt de demonische geest Samaria vanzelf. Ongemerkt en onbestraft dringen de booze beginselen al verder door. En is dit ver genoeg gekomen, dan treedt satan weer op eens voor den dag, dan grijpt hij Samaria's inwoners als deegkoekeu aan, en stopt ze in zijn blakeuden oven.

Daarom nu heet het: Hunlieder bakker

slaapt den ganschen oacht. Hij lust niet maar even. Integendeel, hij is volkomen geiust er op, dat het booze zuurdeesem, zelfs zonder dat bij er naar omziet, vanzelf doorwerkt. En daarom slaapt hij niet maar kort, doch [den ganschen nacht. En in den morgen is tegelijk de oven heet, en blaakt 't in zijn oven als een vlammend vuur.

Beeldspraak, waarin dit vermaan tot Samaria en zijn Koning uitging: Ge waant in alles zelf te handelen, en ge merkt niet, dat ge een speelbal van satan zijtj dat hij met u omspringt gelijk een bakker met zijn deeg; en dat de oven, waarin hij u wil werpen, reeds in laaien gloed staat.

Dat ge dit niet merkt is, omdat het door zuren van het deeg vanzelf toegaat, zoodra de booze zuurdeesem er door satan ingelegd is. Satan heeft verder niets meer te doen. De booze gistingstof, die hij in uw hart inschoof, zet haar vernieling in u voort, zonder dat hij er een hand meer voor uitsteekt.

En dit duurt, en zal duren, tot de brandende oven ontsloten wordt. En dan zal satan wakker worden; dan zult ge onverhoeds u door zijn hand voelen aangrijpen; en dan komt de ziedende toorn, de brandende oven.

ForschOostersch is deze beeldspraak. Ons, Westerlingen, kost het eenige inspanning, er ons recht in te denken. Maar zijn we eenmaal er in, dan voelt toch ieder onzer de kracht ervan.

Wie op het pad der zonde doorholt, is tenslotte een willoos werktuig in de handen van den demonischen geest. Als gesneden stukken deeg liggen zulke slachtoffers der zonde in de bakkerij op de plaat, waarmee de bakker ze straks in den oven zal schuiven. Gelijk de bakker met zijn deeg, zoo doet satan met zulke afgedoolden naar zijn wil. Hij kneedt ze naar welgevallen, en hij doet er het booze zuurdeeg in, dat hem gelust. En heeft nu uw hart dien boozen zuurdeesem te kwader ure eenmaal in zich opgenomen, dan gist dat in u vanzelf voort, dan zwelt ge op in hoogmoed, en onderwijl uw zelfmbeelding u in hoovaardij ontsteekt, merkt ge niet, dat er een giftig element in uw hart sloop, dat almeer heel uw innerlijk wezen door dringt, zonder dat ge van satanische bestrijdin gen meer last hebt.

Eerst badt ge ook nog onvrede en onrust, en een strijd met uw conscientie. Maar ook dit hield op. Het is, of satan is gaan slapen. Hij haast zich niet. Hij slaapt zijn vollen nacht uit. En inmiddels zinkt gij in valsche gerustheid weg. Tot het giftig, gistend element zijn taak in u volbracht heeft. £n dan wordt satan weer wakker, Dan zijt ge geheel willoos aan zijn macht overgegeven. De oven vlamt reeds. En hij schuift er u in.

Zooals de bakker met zijn deeg doet, zoo doet satan met u. Onderwijl hij ging slapen, sliept gij in uw ziel in. Maar in den morgen komt 't vreeslijke. Dan wordt satan wakker over u, en wordt gij wakker te midden uwer namelooze ellende.

Soms in dit leven reeds, gelijk dood en ver derf over Samaria gekomen zijn. Maar altoos in den j angsten morgen, als de gloed des gerichts over alle ziel opvlamt.

Zoo was het in Samaria, en zoo is het nog. Verreweg de meesten merken niets, niets hoegenaamd van de satanische werking die op hun ziel uitgaat. Satan roert zich niet. Ze hooren zijn voetstap, zij voelen zijn aanraking niet. Satan slaapt.

Maar de satanische werking in de ziel gaat inmiddels door. De zielen zijn het deeg, en in dat deeg is de giftige giststof gelegd. En nu doet de zonde haar werk vanzelf. Het gist aldoor en steeds verder. Tot eindelijk geheel het meeldeeg verzuurd is. Ten overvloede heeft satan dit giftig element niet maar in u gelegd, maar in u gekneed.

En nu leeft soms gansch een stad, ja gansch een volk in deze gerustheid der onbezonnenheid voott. Tot het te laat is, en de doorgisting niet meer is te keeren. En dan raken de zielen van hun God af, en zijn in satans macht overgegaan. Tot de vuurgloed op gloeihitte kwam. En dan volgt de bittere ontknooping.

Drie soorten van menschen vindt ge in dit boos bedlijf.

Eerst zeer enkele booswichten, booze geesten, booze volksverleiders en zielenmoorders, die willens en wetens als echte handlangers van satan gif in de bron droppelen, waaruit de inwoners drinken.

Doch dit zijn zeer enkelen. Op uw tien vingers kunt ge soms aftellen.

Dan komt de tweede soort, de slachtoffers, de onbe/onnenen, de onnadenkenden, die op goed geluk voortleven, die innerlijk vergiftigd worden zonder dat ze het weten, en in wier hart het kwaad ongemerkt voortgist.

Dit is de breede massa.

En dan is er. God zij dank, nog een derde soort. Een groep van mannen en vrouwen, die het gevaar zien, en worstelen om zich los te wringen, en wier dagelijksche bede is: „Leid mij niet in verzoeking, maar verlos mij van den Booze".

Dit is de kleine schare, die onder de banier van het Kruis optrekt. Verlosten, die door Christus zijn vrijgemaakt. Geredden die den ouden zuurdeesem hebben uitgezuiverd.

Toch maanide apostel ook die kleine schare om steeds, om voortdurend, met het uitzuiveren van dien ouden, boozen zuurdeesem voort te gaan.

De zonde heeft dien ouden zuurdeesem zoo door heel ons wezen heengekneed. Het kost zoo ongelooflijke inspanning, om elk korrelken van dien zuurdeesem op het spoor te komen, uit het meel ai te scheiden, en van onze ziel weg te doen.

Tot op ons sterven toe gaat, bij wie gelooft, die bange werking der uitzuivering door. En eerst in ons sterven zelf komt het heerlijk oogenblik, dat God zelf de laatste korrel van dien boozen zuurdeesem uit onze ziel uitleest. Juist daardoor nu sluipt ook bij de geloovigen zoo licht valsche gerustheid in.

Voor het ergerlijkste van dien zuurdeesem hebben ze een open oog. Tegen het giftigste dat hun ziel verderven zou, strijden ze levenslang. Dat heeft geen vat meer op hen. Daaraan ontkomen ze.

Maar juist in die worsteling om zich van het giftigste vrij te maken, zien ze het gevaar niet, dat ook-in het minder giftige schuilt. Dat heet dan geen zonde, maar een zwakheid. Geen satanisch inkruipsel, maar een hebbelijkheid, die ze niet te boven kunnen komen. En zoo woelen tal van kleine zonden in hen voort. En wat ze niet merken is, dat ook dit mindere gif aldoor in hen voortgist. Dat het booze zaad, dat ze in zich omdragen, vanzelf gedurig nieuw ontkiemt. En dat een kleine zonde, of een groote zonde. voor God altoos zonde blijft, en hun innerlijk leven vergiftigt.

De demonische bakker slaapt dan wel, en laat ons met rust. Maar het zuurdeesem blijft

zijn werking doen. En die doorwerking kunt ge alleen stuiten door telkens nieuwe genade in te drinken. Genade voor genade. De oude zuurdeesem voedt uw hoogmoed. De genade werpt u neder en maakt u klein.

En immers, niet in het hoog gevoelen, maar juist in dien nederige» staat uwer ziele ligt voor u het heil.

Dit artikel werd u aangeboden door: Vrije Universiteit Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's

„Nunlieber bakker slaapt den ganschen nacht”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 oktober 1907

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken