Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor Kinderen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor Kinderen

6 minuten leestijd

DE KLEINKINDEREN.

XXIV. (Slot).

HEREENIGD.

Al waren de leerjaren lang voorbij, toch waren onderwijzer en leerlingen hartelijk vrienden gebleven, wat te beter mogelijk was, wijl de meester nog getrouw zijn 'bezoeken bleef voortzetten, ja zelfs zorgde, als het eenigszins ging, geen week over te slaan.

Dat was nu niet louter omdat hij in Lefèbvre en zijn vrouw goede klanten had, die hem daarbij steeds een gastvrije ontvangst bereidden, en evenmin alleen omdat in en om Artot nog wel iets te verdienen viel. Neen, onze marskramer kwam er, gelijk we gezien hebben, ook als t huisvriend, en daarbij was in den laatsten tijd of liever reeds langer, nog een reden gekomen.

Hij had gelijk we weten, zijn taak als leermeester trouw vervuld, en dat zonder er ooit eenig loon voor te ontvangen. Doch de Heere zou hem dat doen geworden op een wijs, die moeilijk iemand had kunnen voorzien.

Marie de oudste der zusters was tot een degelijk meisje opgegroeid, bemind bij de weinigen die haar in haar afgezonderd leven kenden^ en wel bekwaam tot den huiselijken arbeid. Dikwijls sprak de marskramer haar, en merkte dan op, hoe niet alleen zijn vroegere leerling gaven des verstands had, maar ook en bovenal wandelde in de wegen des Heeren, gelijk trouwens uit alles bleek. Zoo was het dan alleszins begrijpelijk, dat de koopman, die geen

ouders meer had en geen eigenlijk tehuis, allengs tot de overtuiging kwam, dat Marie voor hem een voortreffelijke vrouw zou kunnen sijn, al was hij dan ook een tien jaar ouder dan zijn vroegere leerling. Deze van haar kant had steeds veel van den leermeester gehouden en ook Ir.ter zich altijd verblijd als hij hen bezocht. Om kort te gaan, mettertijd werden beiden verloofd en niet lang daarca trad Marie met den marskramer in het huwelijk. Zij was toen negentien, hij bijna dertig jaar oud._

Hoeveel reden er ook was tot verheuging en dankzegging aan den Heere, die dan ook niet werd verzuimd, toch werd het huwlijk in alle stilte gevierd. Wel waren er enkele genoodigden, maar alles moest toch zoover doenlijk min openbaar geschieden, 't Was gelukkig voor de verloofden, dat huwlijken destijds alleen kerkelijk werden gesloten, zoodat het stads of bet dorpsbestuur er niet aan te pas kwam, gelijk nog in sommige landen. Er was ook niet wat men thaos de „burgerlijke stand" noemt, waarbij nauwkeurig boek wordt gehouden van geboorten, sterfgevallen enz. Dat alles is eerst onder keizer Napoleon I geworden zoo als het nu is.

Na hun huwelijk verhuisden Marie met haar echtgenoot naar een dorp niet ver van Artot, zoodat zij gelegenheid had, haar zuster en haar pleegouders nu en dan te zien. Wel zou ze gaarne in dezelfde plaats als haar moeder zijn gaan wonen, doch dat was wat gevaarlijk, wijl de marskramer overal bekend was, en men allicht zou onderzocht hebben wie zijn vrouw eigenlijk was. Later vestigde hij zich te Luneray.

Vreugd en droefheid, leven en dood wisselen af in deze wereld. Dat bleek ook nu.

Hadden de oude Lelèbvre en zijn vrouw met genoegen en dankbaarheid het huwlijksfeest van hun pleegdochter bijgewoond, niet lang daarna werd de man op het ziekbed gelegd, waarvan hij niet meer zou opstaan. Hij ontsliep in den Heere, beweend door al die achterbleven en biddend ook voor land en volk, in wier midden nog altijd het licht des Evangelies bedekt bleef. Zijo vrouw volgde hem kort daarna.

Doch thans werd het voor Elizabeth, de jongste zuster, de vraag wat te doen. De grootvaders waren, gelijk we weten, dood, gelijk haar pleegouders en ze stond hier alleen ouder vreemden, ja bijna geheel onbekenden.

Lang en diep dacht zij er over na, en beraadslaagde zij met moeder, die toen de ziekte ernstig werd was overgekomen. Na biddend beraad werd besloten, dat Elizabeth met moeder naar Grenville zou terugkeereu. Wel was dit met zonder gevaar, maar alle andere, plaatsen waren dat evenmin. £n zoo keerden dan moeder en dochter samen in alle stilte huiswaarts, en za^ Elisabeth haar geboorteplaats weder, waar zij in elf jaar niet geweest was.

De oude pastoor die zich steeds zoo goed gezind voor de weduwe had betoond, was ge­ B storven. Z.jn opvolger die ah hij meer dan één i gehucht te bedienen had, schijnt zich niet te / Grenville te hebben gevestigd, althans we hoo B ren niet van hem. Onder de bewoners van het plaatsje waren ettelijke, die Elisabeth gekend hadden, in de jaren van haar afwezigheid weggenomen. Anderen die van klein groot waren geworden, herinnerden zich haar niet meer, zoodat veel saamwerkte om het meisje tamelijk veilig op de hoeve te doen leven. Bertrand en zijn vrouw waren daar nog altijd; hen kon men o volkomen vertrouwen.

Toch was en bleef het noodzakelijk — we vinden het uitdrukkelijk vermeld, — nog de uiterste voorzichtigheid in acht te nemen. t Want, als we reeds zeiden, het vervolgen der Gereformeerden ging nog voort, en de vervolgers t spiedden nog overal rond. Hadden zij bespeurd l wat er geschied was, zij zouden zeker 't er niet bij gelaten hebben.

Drie jaar bleef Elisabeth nog op de hoeve. Toen trad ook zij in het huwelijk met een jongen, godvreezenden landbouwer. Kort daarop 1 werd de hoeve veikocht, en kwam moeder bij o haar jongste dochter inwonen, die zich te Luneray vestigda. Later kwamen ook Marie en haar man, gelijk ik u verteld heb daar wonen, en waren moeder en dochter weer vereenigd om het nog vele jaren te blijven. h

Allengs braken betere dagen in Frankrijk aan, althans in zoover, dat de vervolging ophield. f De tijden der geduchte groote omwenteling kwamen, en het pausdom dat zoo lang de gemeente des Heeren had vervolgd, raakte nu zelf in verdrukking. De mannen van vrijheid, gelijkheid en broederschap, wilden van geen godsdienst vestigen, maakten tusschen Roomschen en Protestanten geen onderscheid, en zoo werden de laatsten voortaan op gelijken voet min of meer met de eersten behandeld, althans gansch niet meer vervolgd.

Zoo konden dan ook de twee gezinnen met de schoonmoeder rustig leven, en den Heere nu vrijelijk en openlijk dienen. Moeder stierf in goeden ouderdom, en haar dochters leefden zoo lang, dat ze nog menigmaal met diepe ontroering, aan de kinderen en kleinkinderen hun geschonken, verhaalden, van de vervolging in hun jeugd, van de reis door het boscb in den nacht en van de reddende hand des Heeren.

Te Luneray wonen thans nog verscheiden Protestantsche en geachte gezinnen. Deze allen stammen af van de twee dochters van Benoit. Zoo blijft de gedachte des rechtvaardigen in zegening.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 March 1908

De Heraut | 4 Pagina's

Voor Kinderen

Bekijk de hele uitgave van Sunday 1 March 1908

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken